Twardzik krijgt in krachtig spel alsnog vaste trekken

Twardzik. Bimhuis, Amsterdam. 19 september. Uitzending VPRO Radio 4: 28 september en 9 november, 23 uur...

Hoeveel vergeten namen kent de jazzmuziek? De voorraad moet onuitputtelijk zijn, gezien de frequentie waarmee steeds meer veronachtzaamde pioniers en genegeerde eendagsvliegen worden ontdekt. Sinds het begrip 'vernieuwing' met postmoderne vaart is gedevalueerd, zijn ontdekkingstochten door het jazzverleden in trek. Overgeslagen hoofdstukken worden nieuwsgierig nagesnuffeld, figuren van het tweede plan krijgen alsnog een kans.

Daags na de première van het Ferde Grofé-programma van The Beau Hunks, dat het stof blies van een standbeeld uit grootvaders tijd, maakte in Amsterdam een nieuwe groep haar opwachting: Twardzik. Dit kwartet is opgericht als eerbetoon aan een obscure naam uit de jaren vijftig: de pianist Richard Twardzik, die op 24-jarige leeftijd aan een overdosis heroïne overleed.

Twardzik was lange tijd een letterlijk gezichtloze muzikant. Dat hij mooie, moeilijk te rubriceren muziek schreef was hier en daar bekend (Chet Baker-vorsers kennen hem van de opnamen die hij met de trompettist maakte), maar zijn eigen werk was nauwelijks leverbaar. Die vage status werd nog versterkt, doordat je slechts kon gissen naar Twardziks uiterlijk - fotocamera's moet hij met succes hebben ontweken.

Het was dan ook een mooie vondst, toen in de nalatenschap van Ed van der Elsken foto's van het Chet Baker-kwartet anno 1955 in het Concertgebouw werden aangetroffen. Achter de piano was het bleke, naar binnen gekeerde gelaat van een ascetische twintiger te zien: Twardzik kreeg eindelijk een gezicht.

Met de oprichting van het Twardzik-kwartet, een initiatief van de pianist Frank van Bommel en Twardzik-bewonderaar Jaap de Rijke, is zijn muziek voor het eerst sinds 1955 weer op de podia te horen. Weliswaar nog niet in een avondvullend programma , maar sterk genoeg om de pianist veertig jaar na zijn dood een fanclub te gunnen.

Twardzik schreef grillige stukken, waarin discontinuïteit en speelsheid de toon aangeven. Behalve verwantschap met Herbie Nichols en Thelonious Monk spreekt er ook affiniteit met klassieke muziek uit; de pianist Claudio Arrau hoorde niet voor niets tot zijn idolen. Dat snelle schakelen tussen verschillende polen geeft Twardziks muziek iets plezierig ambivalents, dat aan Van Bommel, tenorist Tobias Delius, bassist Arjen Gorter en drummer Martin van Duynhoven wel besteed bleek.

Het kwartet beperkte zich niet tot precieze reconstructies, maar kwam tot stevige eigen interpretaties van The Fable of Mable, A Crutch for the Crab, Albuquerque Social Swim en andere prikkelende thema's. Van Bommel maakte er geen pronkstukken van, maar onderstreepte met kernachtig spel hoe hecht Twardziks fantasie in elkaar steekt. Even robuust was de rauwe, smeulende tenorsax van Tobias Delius, die in alle hoeken en gaten mogelijkheden voor zijn briljant-groteske variaties vond.

De mooiste conclusie van de avond was misschien dat Van Bommels solide eigen composities heel brutaal en succesvol de concurrentie met zijn legendarische voorganger aangingen. Met de toekomst van de jazz komt het vast ook nog wel eens in orde.

Erik van den Berg

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden