Tv-recensie: Sven Kockelmann neemt de tijd, bereidt zich grondig voor en laat zich nooit afbluffen: hij is geweldig

Niet iedereen loopt warm voor de radioverhoren van Sven Kockelmann. Ten onrechte: hij is geweldig.

Woensdag werd Gijs van Dam, die door Jelle Brandt Corstius van verkrachting wordt beschuldigd, live op de radio geïnterviewd door Sven Kockelmann. Het duurde een half uur, maar het had best de hele dag mogen doorgaan.

Sven legt elke ochtend op NPO Radio 1 iemand 'het vuur na aan de schenen'. Nu wordt die uitdrukking wel vaker gebruikt. Zelden terecht, behalve bij de Kockelmaestro: wie de filmpjes van zijn radio-ondervragingen terugkijkt, ziet een gast - een meneer van de vakbond, bijvoorbeeld, of een mevrouw van de antirooklobby - gekneveld op een stoel zitten, terwijl twee junior-redacteuren rond diens voeten aan het hannesen zijn met lucifers en dorre takjes. Tenminste, zo stel ik me het voor, want ik luister 1 op 1 het liefst zonder beeld. Zo kan ik de stiltes in het gesprek, even talrijk als omineus, vullen met mijn eigen fantasie.

Het schijnt dat Svens radioverhoren niet op veel enthousiasme van de luisteraar kunnen rekenen. Ten onrechte: hij is geweldig. Hij valt op doordat hij de tijd neemt, zich grondig voorbereidt en zich nooit laat afbluffen. Gezellig wordt het zelden, maar moet het dan altijd gezellig? De actualiteit is een gebit, en elke kies die er ook maar een beetje verdacht uitziet, gaat tandarts Kockelmann zonder verdoving met de boor te lijf.

Elk gesprek opent met Svens beruchte rechtse directe. Zoals tegen iemand van Oxfam: 'Ooit zelf een seksfeest georganiseerd?' Of toen hij ene mevrouw Vrolijk tegenover zich had, een dame die de Oostvaardersgrazers van de hongerdood trachtte te redden.

Kockelmann: 'Bent u toerekeningsvatbaar?'

Vrolijk: 'Ja.'

Kockelmann: 'Helemaal gezond in de bovenkamer?'

Vrolijk: 'Gelukkig wel.'

De gast denkt: goed, daar ben ik aardig doorheen gekomen, nu zal de druk wel van de ketel gaan. Maar dat gebeurt niet. Kockelmanns ketel kan altijd nóg meer druk hebben dan je vermoedde. Het interview met Van Dam woensdag was Kockelmanniaanse buitencategorie. De mannen kenden elkaar, er werd getutoyeerd. Wel ouwe jongens, maar geen krentenbrood te bekennen. Als ik een soundtrack voor dat gesprek zou moeten kiezen, zou het de muziek van Jaws worden.

Na twintig barre minuten rinkelde een telefoon.

Kockelmann: 'Je weet wat dat betekent?'

Van Dam: 'Dat er iemand belt, denk ik.'

Het was Dries Roelvink, de krokante bard van de P.C. Hooft. Dries belt Sven dagelijks. Soms gaat-ie in op wat er zojuist is gezegd, maar hij zegt ook dingen als 'We zijn weer thuis'. Het gesprek met bijvoederpropagandist Vrolijk deed Dries denken aan een recept waar hij zelf vaak succes mee oogst: reerug.

'Even goudbruin aanbraden, Sven.'

Je hoopt toch dat er een dag komt dat Le Grand Kockèl vanuit de studio naar zijn superieuren beent, zonder kloppen binnenstormt en vraagt: 'Bent u toerekeningsvatbaar? Ja? Helemaal gezond in de bovenkamer? Echt? Waarom laat u dan elke dag een topvraaggesprek onderbreken door een volkszanger met een babbel zo vlot dat je er het IJsselmeer mee over kunt? Nou?! Ik wacht.'

V's televisierecensententeam bestaat uit Julien Althuisius, Hanna Bervoets, Gidi Heesakkers, Haro Kraak en, deze week, Frank Heinen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.