TV-Recensie Julien Althuisius

Tv-recensie: Het WK-succes van België en Engeland schrijnt thuis een beetje

We zijn Jan Mulder nu definitief kwijt aan België. Natuurlijk, Mulder was bij onze zuiderburen altijd al een van de meest gewaardeerde Nederlandse exportproducten, een geannexeerd stukje Holland. Mulder is, zoals collega Frank Heinen vorige week op deze plek schreef, tijdens dit WK vaste gast bij het Belgische voetbalprogramma Sporza. Vrijdagavond, toen Brazilië-België nog moest beginnen, sprak Mulder in de ‘we’-vorm over het Belgisch voetbalelftal. Het fel oranje van zijn polsbandje (dat hij uit bijgeloof moet dragen van de productie van het programma) noemde hij ‘een nare kleur’. Echt Jan? Gaat het zo makkelijk?

Het werd, zoals de Wereldkampioen Barbecuen anderhalf uur voor de wedstrijd bij Sporza voorspelde, 2-1 voor de Belgen. Na afloop blies de euforie door het televisiescherm de huiskamer binnen. Even een rondje door het land, kijken hoe het Belgische publiek de overwinning had ervaren. Beelden van juichende mensenmassa’s, zwart-geel-rode vlaggen, bier door de lucht, springen, dansen. Alsof ze wisten dat wij in Nederland meekeken, zo uitbundig werd het bereiken van de halve finale gevierd. Misschien werd er ook net even wat harder gejuicht dan nodig was. ‘Hoe groot mag de bevrediging zijn’, vroeg presentator Karl Vannieuwkerke zijn tafelgasten, ‘en hoe lang mag hij duren om nog eens een bevrediging te krijgen?’ Ik weet het niet, Karl, en ik wil het eigenlijk ook niet weten.

Een dag later was die andere buurman aan de beurt. Geen land ter wereld dat zijn eigen WK-koorts zo goed weet te verkopen als Engeland, met grappige filmpjes, prachtige compilaties en dat heerlijke meeslepende commentaar: alles bij elkaar precies de goede kruising tussen zelfspot, zelfvertrouwen en zelfmedelijden. Kijk vijf minuten voorbeschouwing op de BBC en je wilt alleen nog maar dat Engeland wereldkampioen wordt. Tegelijkertijd rijt het weekendje voetbal kijken bij de buren de wonden van het door ons gemiste WK weer even open. De intense beleving, de spanning, de euforie, de collectieve gekte; och, wat missen we het eigenlijk.

Bij de voorspoedige ruststand van Engeland-Zweden (1-0) keek presentator Gary Lineker even naar de in de studio aanwezige glanzende gouden wereldbeker. ‘I think it wants to come home’, zei Lineker, een verwijzing naar de de enige drie woorden die er deze weken in Engeland toe doen: ‘It’s coming home’. (Een zin uit het lied Three Lions, uitgebracht in 1996, toen Engeland het EK organiseerde. ‘Football’s coming home’, want voetbal zou in Engeland uitgevonden zijn). En ook bij de BBC weer beelden van juichende mensenmassa’s en rondvliegend bier in Londen, Leeds en Newcastle.

De wedstrijd Engeland-Zweden zelf was weinig verheffend, met als hoogtepunt in de eerste helft een opmerking van co-commentator Martin Keown, die scheidsrechter Björn Kuipers de avond voor de wedstrijd in het hotel ‘nogal agressief’ een biefstuk had zien eten. Later, nadat Engeland de 2-0 had gemaakt en het voetbal weer een stukje dichter bij huis was, sprak commentator Guy Mowbray lyrisch: ‘Voor sommigen van jullie thuis is dit de mooiste voetbalervaring uit jullie leven.’ 

Voor anderen was het vooral een bitterzoet aandenken aan een lange zomer zonder fel oranje.

Meer over

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.