Tussen woede en wijsheid MONUMENTALE BIOGRAFIE VAN ABEL HERZBERG

ABEL HERZBERG was een man van het woord. De honderd jaar die hij bijna volmaakte - hij stierf op 95-jarige leeftijd in 1989 - waren daarentegen een eeuw vol bloed....

Triomfen met boeken, met woorden, een haast onophoudelijke stroom van woorden waarmee hij probeerde overeind te blijven in de maalstroom van bedreigende gebeurtenissen en gevoelens. 'Soms is het verdriet zo groot dat het lijkt of het hart volgelopen is met tranen', noteerde hij in zijn dagboek dat later onder de titel Tweestromenland is verschenen. De datum van die notitie is 11 november 1944, de plaats Bergen-Belsen, Duits concentratiekamp op de Lüneburgerheide.

Het verblijf in Bergen-Belsen, samen met zijn vrouw Thea Herzberg-Loeb, vormt met de eraan voorafgaande ervaringen onder de nazi-bezetting het dieptepunt in Herzbergs bestaan, een punt dat hem nooit meer los zou laten. Je zou misschien nog beter kunnen spreken van het epicentrum van de aardbeving waarin hij terecht was gekomen en waarmee zijn leven voorgoed zou versmelten.

Zijn geluk was dat hij schrijven kon en al schrijvend een poging kon wagen om de demonen die hem belaagden (honger, ziekten, dode medegevangenen, maar in de allereerste plaats de wreedheid waardoor dit werd veroorzaakt), te overwinnen door erover te vertellen. 'De pen is machtiger dan het zwaard.' Via zijn journalistieke en historisch-literaire werkzaamheden heeft Abel Herzberg alles op alles gezet om dit credo (waarvan hij de twijfelachtigheid aan den lijve had moeten ondervinden) alsnog waar te maken.

Al in de jaren twintig en dertig publiceerde Herzberg, jurist tegen wil en dank (hij was liever schilder geworden), veel en graag. Artikelen over het zionisme, waarvan hij een aanhanger was, een toneelstuk (Vaderland), een verhandeling over sterke drank en stukken om te waarschuwen tegen het opkomende nationaal-socialisme. 'Ook Adolf Hitler vernietigt ons niet', schreef hij in 1933 strijdbaar in het zionistische orgaan Joodse Wachter. Helaas geen profetische tekst, maar dat kon hij niet helpen.

Na de bevrijding in mei 1945 begon hij aan een tweede leven - volgens zijn kennissen werd de 52-jarige vanaf dat moment eigenlijk alleen maar jeugdiger - en kenden zijn productiviteit en publicatiedrang geen grenzen meer. De toenmalige redacteur van De Groene Amsterdammer, Anton Koolhaas, heeft het waarom van die enorme activiteit die nooit meer stoppen zou, vlak na Herzbergs dood treffend geformuleerd (in Vrij Nederland van 27 mei 1989). 'Vijfenveertig jaar heeft Abel nog geleefd met de gedachte niet uitgeroeid te zijn.'

In de naoorlogse jaren schreef Herzberg voor De Groene, Vrij Nederland, De Tijd, het Nieuw Israëlietisch Weekblad, de Joodse Wachter. In de jaren zestig was hij bijna tien jaar als medewerker verbonden aan de Volkskrant; op z'n 67ste vertrok hij naar Jeruzalem om verslag te doen van het proces tegen de oorlogsmisdadiger Adolf Eichmann. Daar fungeerde hij en passant nog even als correspondent voor de Volkskrant in Israël.

De artikelen over Eichmann verschenen ook in boekvorm (Eichmann in Jeruzalem). Daaraan vooraf waren gegaan Amor fati en Tweestromenland (beide over Bergen-Belsen), Kroniek van de jodenvervolging en Brieven aan mijn kleinzoon. En er zou nog veel meer volgen: essays (Om een lepel soep; Man in de spiegel), toneelstukken (over de oude joodse vorsten Herodes en Saul) en de novelle Drie rode rozen, volgens Herzbergs biograaf Arie Kuiper misschien wel het mooiste wat hij ooit heeft geschreven.

Ondanks deze gigantische productie en de reeks van literaire prijzen die hij ontving (onder andere de P.C. Hooft-prijs), bleef Herzberg volhouden dat hij maar een 'gast in de literatuur' was en altijd 'op bestelling' schreef. Maar, merkt Kuiper relativerend op, 'met zijn literaire bescheidenheid viel het wel mee. Hij was als alle schrijvers, hij kon niet genoeg worden geprezen en hoe meer hij werd geprezen hoe harder hij riep dat het allemaal niets voorstelde, om vervolgens in woede te ontsteken als een recensent de neiging vertoonde het daarmee eens te zijn.'

De vroegere hoofdredacteur van De Tijd, Arie Kuiper, heeft een monumentale biografie van Abel Herzberg geschreven. De katholiek Kuiper is erin geslaagd zijn joodse hoofdpersoon van alle kanten te belichten en hem in zijn waarde te laten. Hier en daar plaatst hij uiteraard een kritische kanttekening (er valt moeilijk aan de indruk te ontkomen dat Herzberg niet alleen een ijdeltuit was, maar geregeld ook een vreselijke ruziezoeker) of interpreteert hij. Maar de kracht van dit portret (met de iets te eerbiedige titel Een wijze ging voorbij) zit juist in de terughoudendheid van de auteur, die in plaats van zelf te duiden al het relevante materiaal aandraagt en de lezers zo heel dicht bij Herzberg brengt en in staat stelt zich een beeld van hem te vormen.

0 IJN HERZBERGS leven en oeuvre nog interessant aan de vooravond van een nieuw millennium? Heeft hij ons nog iets te zeggen of zijn zijn gedachten vooral voer geworden voor psychologen en historici? Historisch geïnteresseerden zullen zeker Kuipers biografie waarderen. Want alle grote kwesties en debatten die verband houden met de Tweede Wereldoorlog en die in de decennia daarna hebben gespeeld, worden nog eens uitvoerig, goed gedocumenteerd en begrijpelijk uit de doeken gedaan - inclusief Herzbergs stellingname natuurlijk. En een mening hád hij; over de Joodse Raad, de affaire-Weinreb, de vrijlating van de Vier (Drie, Twee) oorlogsmisdadigers van Breda, de kwestie-Aantjes.

Minstens even interessant en van grotere actuele waarde zijn Herzbergs ideeën over de joodse identiteit en zijn aan een subtiele evolutie onderhevige relatie tot het zionisme en Israël. Als kind van Russisch-joodse immigranten was Herzberg een 'allochtoon van de tweede generatie', zoals dat tegenwoordig heet. Zijn ervaringen met het betrekkelijk milde, maar wel bestaande vooroorlogse Nederlandse antisemitisme (op de lagere en middelbare school en in het studentencorps) zijn waarschijnlijk heel herkenbaar voor tegenwoordige migrantenkinderen, die te maken krijgen met 'alledaags racisme'. Hetzelfde geldt voor het gevoel van lichte ontheemdheid waarmee hij in zijn jonge jaren kampte. Elke keer als hij zich in de buitenwereld begaf, moest hij 'een drempel over'.

Deze ingrijpende existentiële ervaring (wat dramatiek betreft uiteraard niet vergelijkbaar met de vervolging tijdens de Tweede Wereldoorlog) maakte Herzberg tot een geharnast tegenstander van assimilatie, het zich zonder klagen of vragen aanpassen aan de omringende heersende cultuur. Hij hoorde tot de kleine minderheid onder de vóór de oorlog in Nederland levende joden die opteerden voor het zionisme, het streven naar een joodse nationaal tehuis in Palestina (later Israël).

Hij is die keuze altijd trouw gebleven. Hij was ervan overtuigd dat alleen het bestaan van de joodse staat het de joden in de diaspora mogelijk maakte met opgeheven hoofd te leven. 'Zonder Israël is elke jood een ongedekte cheque.' Maar zijn compromisloze verdediging van Israëls recht op bestaan weerhield hem er niet van de Israëlische politiek te bekritiseren, als hij die kortzichtig of rigide vond.

Hoe eerder Israël en zijn Arabische buren vrede sloten, hoe liever het Herzberg zou zijn. Aan de vooravond van de Suez-crisis in 1956 opperde hij het idee om president Nasser van Egypte aan te bieden de Aswan-dam in de Nijl met joods kapitaal te financieren. Dat was op dat moment een irreëel, om niet te zeggen Don Quichote-achtig voorstel. Toch vormt die suggestie een soort voorafspiegeling van de veel later door de Israëlische oud-premier Shimon Peres ontwikkelde ideeën over joods-Arabische economische samenwerking in een 'nieuw Midden-Oosten'.

Zelf emigreerde Herzberg niet naar Israël, al heeft hij het eind jaren veertig even overwogen. Hij voelde zich in Nederland toch meer thuis; vooral de taal vormde een sterke band, hij schreef tenslotte in het Nederlands en werd hier als schrijver gewaardeerd. Zijn twee oudste kinderen, Ab en Esther, vestigden zich wel in Israël, waar hij hen geregeld op ging zoeken. In 1978 sneuvelde zijn kleinzoon Yehoshua als militair in Zuid-Libanon. Zijn schoonzoon, Kurt Ehrlich, ook een overlevende van de holocaust, pleegde een paar jaar later zelfmoord, omdat Yehoshua's dood er voor hem een te veel was.

Abel Herzberg was afgestudeerd als meester in de rechten, maar tegenover het strafrecht en speciaal het principe van de vergelding stond hij volkomen vreemd. Hij heeft niet verzuimd dat herhaaldelijk gloedvol uiteen te zetten, onder andere in een artikel in het blad Levend joods geloof in 1970. 'Eerst vervolgt hij mij, en dan vervolg ik hem omdat hij mij vervolgd heeft. Gerechtigheid noemt men dat. Het is niet meer dan balsem voor het verwonde hart. (. . .) De vervolgde vervolger wordt op zijn beurt weer een vervolger die zijn vervolger vervolgt. Dat is de cirkel waar eind noch begin aan is, van de vergeldingsgedachte.'

0 IE AFKEER van wraak en vergelding had hij van jongs af aan. Zijn vader, Abraham Herzberg, had hem verteld dat op een dag een man bij hen had aangebeld om geld te vragen voor een treinkaartje. De man in kwestie had ooit Abels moeder beledigd en die wilde hem boos de deur wijzen. Maar Abels vader liet hem binnen en gaf hem het geld. Hij zei (volgens Herzberg in Brieven aan mijn kleinzoon): 'Als die man, die ons beledigd heeft, bij ons moet aankloppen om hulp, dan is hij door God gestraft. En dat is genoeg.' De schrijver vervolgt: 'Als mijn vader in zijn leven nooit iets anders gezegd had, was dit voor mijn opvoeding voldoende geweest.'

De afkeer van vergelding en het idee dat 'wraak zoet moet zijn, niet bitter', bleven zijn levensmotto. Hij hield eraan vast, zowel in zijn eigen leven als in de naoorlogse discussies over de verwerking van het gebeurde.

Zijn eigen bitterheid en woede kunnen niet anders dan groot zijn geweest. Tenslotte was hij opgepakt, naar Westerbork en vervolgens naar Bergen-Belsen gesleept, alleen omdat hij jood was. Daar werd hij enkele keren mishandeld. Om zich heen zag hij mensen verhongeren en kreperen. Zelf overleefde hij de vlektyfus die hij er opliep, ternauwernood. Zo groot moet de boosheid hierover geweest zijn dat er niet mee viel te leven.

Zelf zei Abel Herzberg tegen zijn vriend Huub Oosterhuis: 'Als je woedend wordt, stik je in die woede.' Zijn zoon Ab spreekt, in de documentaire Gegeven de weerloosheid die Yaèl Koren voor de IKON over Herzberg maakte, over een pantser dat hij nodig had. 'Want als we tot ons hadden laten doordringen wat er gebeurd was, waren we gek geworden.'

Herzberg zette de woede dus opzij en gebruikte al zijn energie om te proberen te begrijpen wat de beulen had bezield. Hij meende ook een verklaring te hebben gevonden; die had hij al in hoofdlijnen geformuleerd in het vóór de oorlog verschenen artikel 'Tussen kruis en hakenkruis' en hij werkte de gedachte nader uit in zijn Kroniek van de jodenvervolging. Het komt erop neer dat de nationaal-socialisten zich probeerden te ontdoen van de last van het geweten, van het onderscheid tussen wat mag en niet mag. De heiden in hen kwam volgens Herzberg in opstand tegen de christelijke moraal, die door de joden in de wereld was geïntroduceerd (in de vorm van de Tien Geboden).

Het is een interessante hypothese, maar ongetwijfeld niet het laatste woord. Herzberg kon zich er echter bijzonder aan ergeren dat andere historici, met name Lou de Jong en Jacques Presser, zijn theorie niet overnamen en volgens hem zelfs niet naar een sluitende verklaring zochten. Over Pressers epos Ondergang merkte Herzberg snerend op dat het 'een proces-verbaal' was, geen geschiedschrijving.

Heftige polemieken voerde hij ook over het lot van de in Breda gedetineerde oorlogsmisdadigers, die volgens hem 'met een schop onder hun kont' over de grens moesten worden gezet. Hij bedankte zelfs, in 1974, voor het lidmaatschap van de Nederlandse Zionisten Bond, omdat die organisatie zich tegen vrijlating van de Bredase gevangenen had gekeerd uit vrees dat dit oorlogsslachtoffers extra pijn zou kunnen doen.

Herhaaldelijk nam hij het op voor Asscher en Cohen, de voorzitters van de omstreden Joodse Raad, die tegen wil en dank medewerking hadden verleend aan de nazi-politiek van vervolging en deportatie. Helden waren de leiders van de Joodse Raad niet geweest, erkende Herzberg, maar dat vond hij geen reden voor verguizing, laat staan zuivering. Want dat zou de 'verbittering des harten die nu eenmaal overal waar leed geleden wordt 's mensen deel is, stimuleren'. Bovendien, zo hield hij de lezers van het Nieuw Israëlietisch Weekblad voor, 'mogen wij nooit over een medemens oordelen, voordat wij in zijn positie hebben verkeerd'.

Velen hebben Abel Herzberg bewonderd om zijn hoge ethische normen, zijn mildheid, het ontbreken van iedere wraaklust. Maar vooral in joodse kring ontmoette zijn 'zoetelijke overmaat aan verdraagzaamheid' ook scherpe kritiek. Ook met zichzelf was Herzberg het soms oneens. In dit opzicht volgde hij het voorbeeld van Salomon Zeitscheck, hoofdpersoon uit zijn Drie rode rozen, die aan alles twijfelt, permanent met zichzelf in debat is en voortdurend op de andere kant van de dingen wijst.

Vlak na de fel door hem bepleite vrijlating van de laatste twee oorlogsmisdadigers trof Huub Oosterhuis, schrijft Kuiper, Herzberg thuis op de bank aan 'als een gebroken man'. Hij dacht aan de mensen voor wie 'deze vrijlating toch niet te verdragen is. (. . .) Daarom weet ik niet (. . .) of ik wel gelijk had met al dat gepraat van mij'.

En de woede? Die weggestopte, ingeslikte, tot moraal en milde wijsheid gesublimeerde woede? Ook die bleef bij hem tot het eind. Zijn dochter en zijn buren herinneren zich hoe hij 's nachts boven aan de trap stond te schreeuwen. 'Help', riep hij, in paniek. Die kreet is niet van minder belang dan de boodschap uit zijn geschreven oeuvre. Het is zogezegd de andere kant van de zaak.

Anet Bleich

Arie Kuiper: Een wijze ging voorbij - Het leven van Abel J. Herzberg.

Querido; 724 pagina's; ¿ 75,-.

ISBN 90 14 7263 5.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden