Tussen primeur en volledigheid

Economische dagbladjournalisten bakken er weinig van, vinden zes economen die gedurende een maand de economische berichtgeving in de krant hebben gevolgd....

NOEL VAN BEMMEL

DE KWALITEIT van de economische berichtgeving in Nederlandse kranten schiet tekort. De feitenweergave is vaak onvolledig en onzorgvuldig, terwijl analyses en achtergrondartikelen grotendeels ontbreken. Dat concludeert een groep economen van de universiteit van Tilburg die gedurende een maand zeven dagbladen heeft gelezen.

Volgens de wetenschappers voldeed geen enkele krant aan de minimale eis - het weergeven van alle relevante feiten van een economisch onderwerp - terwijl in de onderzochte gevallen duiding of plaatsing van het onderwerp in een breder kader ver te zoeken was. NRC Handelsblad scoorde volgens de onderzoekers het best. De Volkskrant eindigt onderaan.

De bevindingen van de Tilburgse economen zijn vrijdag gepubliceerd door het vakblad Economische Statistische Berichten (ESB), dat ook opdracht had gegeven tot het onderzoek. 'Ik verbaas me al een tijd over het gebrek aan economische kennis van journalisten', zegt hoofdredacteur H. Keuzenkamp. Het komt volgens hem voor dat kranten een economisch onderwerp louter zien als mogelijke politieke rel. 'Als een politicus daarbij aantoonbaar onjuiste dingen zegt over een economisch onderwerp, dan nemen journalisten dat niettemin klakkeloos over.'

De kranten Algemeen Dagblad, Het Financieele Dagblad, NRC Handelsblad, Het Parool, De Telegraaf, Trouw en de Volkskrant werden dit voorjaar van 15 april tot 13 mei aandachtig gelezen door zes economen van het Center for Economic Research. Zij inventariseerden alle artikelen die gingen over de tijdelijke ontheffing van het minimumloon, over het belastingstelsel van de volgende eeuw, over optieregelingen, de aanleg van een tweede Maasvlakte en de jaarcijfers van Philips.

Het resultaat stemt triest, volgens de wetenschappers. Zo bevat het wetsvoorstel dat werkgevers toestaat 70 procent van het minimumloon te betalen, ook vijf belangrijke voorwaarden. Geen van de kranten wist er volgens het onderzoek meer dan drie te melden. 'Hoe moet een lezer een mening kunnen vormen over een wetsvoorstel als hij niet eens de feiten krijgt', vragen de economen zich af.

Vooral het gebrek aan analyse valt volgens de onderzoekers op. Een compleet overzicht van de voor- en nadelen van het wetsvoorstel blijkt nergens voorhanden, terwijl argumenten die wél worden genoemd onvoldoende onderbouwd worden, vinden de onderzoekers. Zo meldden slechts twee kranten wat de werkgelegenheidswinst van het wetsvoorstel zou kunnen zijn. Conclusie: het beste artikel over het minimumloon was in die maand een ingezonden brief in Het Parool, waarin meer aan analyse en cijfermatige onderbouwing stond dan in alle andere kranten samen.

Volgens onderzoeker H. de Groot bleken kranten ook bij een tweede proefonderwerp onzorgvuldig. Zo waarschuwde directeur W. Duisenberg van De Nederlandsche Bank bij de presentatie van zijn jaarverslag het journaille voor een mogelijke oververhitting van de economie. Een onderwerp dat massaal door kranten wordt opgepikt als het Internationaal Monetair Fonds bijna tegelijkertijd eenzelfde geluid laat horen.

'Geen enkele journalist bleek echter te weten wat de definitie van oververhitting is', aldus De Groot. Er werd volgens hem wel veel geschreven over hoge economische groei en over hoge inflatiecijfers, maar dat zijn volgens de onderzoekers slechts indicatoren. 'Het gaat erom dat de productiecapaciteit van een land overbezet raakt. Hoge economische groei is op zichzelf geen probleem.'

Op het gebied van de bedrijfseconomie krijgen de kranten er nog harder van langs in ESB. 'We mogen concluderen dat een bedrijfseconoom over strategie, marketing en organisatie weinig kan leren uit de krant.' Volgens de economen scoort NRC Handelsblad alles bij elkaar het hoogst vanwege een 'structurele aanzet tot het geven van verbanden en analyses'.

Het Financieele Dagblad, Trouw en De Telegraaf volgen op afstand, terwijl de Volkskrant, Algemeen Dagblad en Het Parool achteraan eindigen. De Volkskrant omdat deze zich kenmerkt door 'scherpe, linkse stellingname zonder gedegen economische onderbouwing'.

Het is echter de vraag of de financiële pagina's van een krant bedoeld zijn om economen iets te leren. Of zoals NRC-Handelsblad-journalist M. Tamminga het uitdrukt: 'Wie hebben er kritiek - wetenschappers? Oh, godzijdank, ik dacht even dat je lezers bedoelde.' Zijn chef H. Meijer vindt dat de Nederlandse economische journalistiek inderdaad wat meer fundament zou kunnen gebruiken, maar hij wijst erop dat goedkeuring van wetenschappers niets zegt over het journalistieke gehalte van een krant.

Zijn collega van het Algemeen Dagblad is het hiermee eens. 'Ik ben blij met het onderzoek van ESB', stelt economie-chef J. Smit. 'Dergelijke kritiek houdt ons scherp, maar ik schrijf niet voor economen. Mijn taak is economische onderwerpen zo laagdrempelig mogelijk op te schrijven, zodat een grote groep lezers zonder wetenschappelijke opleiding het nieuws kan volgen.'

Volgens Smit moet de berichtgeving daarom kort worden gehouden. 'Toegankelijkheid en uitputtendheid gaan niet samen.'

Andere financiële journalisten laten een vergelijkbare reactie horen en wijzen erop dat de steekproef te beperkt is om algemene conclusies te kunnen trekken over de kwaliteit van Nederlandse dagbladen. Keuzenkamp krijgt echter ook bijval. Economie-redacteur F. Kalshoven van de Volkskrant steekt de hand in eigen boezem, en noemt het relatief lage scholingsniveau van journalisten op economisch terrein de boosdoener. Volgens hem zou een hogere beloning helpen meer afgestudeerde economen te interesseren voor een baan in de journalistiek. Dat zijn er nu 26 bij de zeven onderzochte kranten, waarvan elf bij Het Financieele Dagblad.

Er lijkt zich echter een principieel verschil tussen wetenschappers en journalisten te openbaren. Smit en Kalshoven missen in het ESB-onderzoek het belang van de primeur. 'Ik heb liever een onvolledig bericht als eerste, dan een compleet verhaal als laatste', stelt Smit. Een journalist kiest volgens hem voor nieuws. 'Want dat is zijn taak en dat houdt iedereen wakker.'

ESB-hoofdredacteur Keuzenkamp is het hier niet mee eens. 'Een primeur is minder belangrijk is dan adequate berichtgeving', stelt hij in zijn inleiding. Bij politieke onderwerpen is volgens hem primeurdrift nuttig, maar Keuzenkamp vindt dat economische onderwerpen beter uitgelegd dienen te worden. 'Journalisten overschatten het belang van de primeur. Het maakt de lezer niet uit of hij het vandaag of morgen leest, maar hij is wel gebaat bij Zorgvuldigheid en volledigheid.'

Noël van Bemmel

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden