Tussen de goot en de sterren Het theater in Londen is over zijn toeren geraakt

The Royal Shakespeare Company vertrekt uit Londen, na de musical 'Tommy' is ook 'Sunset Boulevard' gestopt, kleine groepen vrezen dat ze te afhankelijk worden van loterijgeld....

Op Paaszondag heeft de dertienjarige Ravi Visaria zich opgehangen aan een boom vlakbij zijn ouderlijk huis. Hij speelde in de musical Oliver! in het Londense West End. Ravi, tot dan toe een anonieme ensemblespeler in een van de vele musicals in Londen, werd postuum in alle kranten omschreven als een veelbelovende boy-actor die ten onderging aan zijn verslaving. Hij snoof benzine en lijm en veranderde binnen een paar weken van een aardige knul in een wrak.

Hoe kan een jongen, die over tien jaar een ster op West End had kunnen zijn, zoiets gruwelijks doen? Daarover heeft iedereen die in Londen met theater bezig is een mening, en natuurlijk in bredere zin ook over de problemen van veel jongeren die in Londen op straat zwerven, spuiten, snuiven en zuipen. Maar het drukst maken de acteurs zich op dit moment over de salarissen. Nadat bekend werd dat Ralph Fiennes, hoofdrolspeler uit de film The English Patient, per week 500 pond verdient voor de titelrol in Tsjechovs Ivanov, is de jaloezie gaan knagen.

De Equity, de acteursvakbond, overweegt zelfs een staking als de werkgevers in het theater niet tegemoet komen aan de eis het minimumsalaris te verhogen van 189 naar 250 pond per week. Dat het salaris van Fiennes openbaar werd, is uniek in een land waar erg geheimzinnig wordt gedaan over geld en bezoekcijfers. Overigens is 500 pond (ongeveer 1500 gulden) per week niet veel voor een topacteur die op Broadway het tienvoudige zou verdienen.

Ivanov is een 'overnight sensation'. Voor het Almeida Theatre, een hoog aangeschreven theater met een aanstekelijke slordigheid, vormt zich 's morgens vanaf tien uur een lange rij keurige mensen die geduldig wachten. Pas 's avonds vanaf 19.25 uur weten ze of ze in aanmerking komen voor een van de niet afgehaalde kaartjes. De enorme belangstelling voor Ivanov toont aan dat het Londense theater sterren nodig heeft om goed te draaien. Die tendens lijkt dit seizoen nog sterker dan in voorgaande jaren, getuige de vele billboards met de foto's en namen van steracteurs: Diana Rigg in Who's afraid of Virginia Woolf, Jessica Lange in A Streetcar named Desire, Albert Finney in Art, Ian Holm in King Lear.

In Londen ontstaat een publiek dat alleen nog naar toneel gaat als het acteurs kan zien die bekend zijn van film of televisie. Aan de gevel van het Queens Theatre op de drukke Shaftesbury Avenue hangt een onwaarschijnlijk groot billboard met daarop een foto van Patti Lupone, gekleed en geschminkt als Maria Callas. Lupone moet met haar hoofdrol in Master Class van Terence McNally dé hit van deze lente worden.

Het eerste slachtoffer van die hang naar Beroemd & Bekend is gevallen: de Royal Shakespeare Company (RSC), Engelands meest prestigieuze gezelschap, gaat Londen verlaten. Sinds 1982 is de RSC de vaste bespeler van het Barbican Centre, het immense theater- en muziekcomplex vlakbij The City en St. Paul's, dat speciaal werd gebouwd voor de RSC en The London Symphony Orchestra. Met ingang van komende seizoen trekt de RSC zich terug in Stratford upon Avon en wordt het een reisgezelschap dat door het hele land gaat toeren. Een sterk teruglopende belangstelling voor de producties van de RSC in Londen is er debet aan. Het eerder dit seizoen uitgebrachte Troilus and Cressida werd zowel artistiek als wat publieke belangstelling betreft een flop. Pijnlijk is dat King Lear van het National Theatre, de grote concurrent van de RSC aan de zuidkant van de Theems, al maandenlang een doorslaand succes is.

Bij de RSC wordt zenuwachtig gedaan over het vertrek. Een woordvoerster houdt het erop dat bewust gekozen is voor een reisgezelschap om meer mensen in het land te bereiken. Maar niemand gelooft werkelijk dat een theatergroep vrijwillig Londen verlaat om in de provincie te gaan spelen. Volgens Valerie Gillard, staflid van het Barbican Centre, blijft het publiek weg om de simpele reden dat men minder geld te besteden heeft aan klassiek toneel en de zoveelste Macbeth.

Gillard: 'De mensen worden steeds kritischer en als de recensies slecht zijn zoals bij Troilus and Cressida komen ze helemaal niet. Dat de RSC uit Barbican vertrekt, betekent niet dat het klassieke toneel dood is. Wij zullen hier in de herfst nieuwe producties van de RSC programmeren, maar dan als gastbespeler en niet meer als huisgroep. De rest van het seizoen vullen we zelf, met opera en dans en veel buitenlands theater. Eigenlijk willen wij van het Barbican een soort Edinburgh Festival maken, maar dan het hele jaar door, met toonaangevende voorstellingen uit binnen- en buitenland. Het vertrek van de RSC is jammer, maar ook tamelijk opwindend. Voor het eerst sinds 1982 kunnen we zelf gaan programmeren.' Hardop zeggen mag ze het niet, maar de complete directie van het Barbican is blij met de nieuwe situatie.

Met een internationale programmering wordt hopelijk iets nieuws toegevoegd aan het theateraanbod in Londen. De keuze is namelijk wel erg groot en er is veel van hetzelfde: op West End de musicals en het commerciële toneel ('The Mousetrap, now in its fifth decade'), op de Southbank het klassieke en modern-klassieke repertoire bij het National Theatre en Old Vic en in de off-West End en fringe-theaters vooral nieuwe Engelse stukken. In Londen is het theater een beetje over zijn toeren geraakt en het publiek overvoerd. In mei komt er nóg een attractie bij: The Globe Theatre, een replica van Shakespeares theater uit 1599. The Globe ligt er al glanzend wit bij, vijftien minuten lopen vanaf het National Theatre aan de zuidkant van de Theems. De kassa voor de replica-opvoeringen is al open. Naar verwachting zal het theater vooral toeristen trekken die na Miss Saigon en Cats ook nog een cultureel verantwoorde, onvervalste Shakespeare willen meepikken. Na afloop kan er bier worden gedronken in de pub The Storm, dat voorheen een doodgewoon buurtcafé was, maar zijn naam snel heeft aangepast.

Londen is druk bezig de Southbank op te fleuren met horeca en kunstgebouwen, maar nu is het er nog kaal en ongezellig. Heel anders gaat het er toe in de buurten rond Piccadilly Circus, Strand en Covent Garden, waar de grote theaters gevestigd zijn en waar zich zowaar een Oscar Wilde-revival aftekent. Lady Windermere's Fan ging vorige week in première in Theatre Royal op Haymarket, Stephen Fry speelt de hoofdrol in de biografische speelfilm Wilde die binnenkort uitkomt en voor komend seizoen staan A Woman of no Importance en The Remarkable Piety of the Infamous gepland, een nieuw stuk van Peter Dunne over Wildes verbanning naar Parijs.

Geheel in de salonsfeer waarin een deel van Wildes leven zich afspeelde, is op dit moment The Importance of being Oscar te zien in het Savoy Theatre, pal naast het ouderwets-stijlvolle Savoy Hotel aan The Strand. In deze solovoorstelling vertelt acteur Simon Callow de overbekende feiten en feitjes als een goedgemutste hoogleraar literatuurwetenschap. In zijn eentje speelt hij scènes uit The Importance of being Earnest, An Ideal Husband en draagt hij voor uit The Picture of Dorian Gray en uiteraard uit De Profundis. Met name dat laatste onderdeel vond ik indrukwekkend, niet om de braaf articulerende Callow, maar vanwege de schrijver zelf.

Oscar Wilde schreef De Profundis in de gevangenis waar hij moest boeten voor zijn relatie met Lord Alfred Douglas - 'the love that dare not speak its name'. Het is een even smartelijke als woedende tekst, een in briljante stijl geschreven pleidooi voor strijdvaardigheid en geestelijke vrijheid. Ontluisterend is dat die hartekreet nog niets aan actualiteit heeft verloren. De gayclubs in Londen mogen zich als zodanig steeds openlijker afficheren, en in Soho drinken de jongens met hun veelal kaalgeschoren koppen gezellig een pilsje op straat, maar tegelijkertijd klaagt een jongen de leiding van zijn school aan. Vanwege zijn homoseksualiteit werd hij getreiterd en in elkaar geslagen - de leraren stonden erbij en keken ernaar. Tegenover het Savoy scholen 's avonds in de portieken van de fel verlichte winkels de daklozen en straatjongeren bij elkaar. Ze zullen er waarschijnlijk niet veel aan hebben, maar Oscar Wilde had een troost voor ze: 'We are all in the gutter, but some of us are looking at the stars.'

Soho wordt steeds hipper, de buurt rond Covent Garden en Strand waar de grote musicaltheaters liggen steeds drukker. In tegenstelling tot New York draaien de musicals in Londen redelijk tot goed. Voor The Phantom of the Opera in Her Majesty's Theatre op Haymarket vormt zich iedere avond geduldig een rij. In dit theater kunnen maar 750 mensen, vol is dus al snel vol. Verder zijn kaartjes voor topmusicals als Miss Saigon en Les Misérables volop verkrijgbaar in de vele ticketshops waarvan er zelfs één gevestigd is in het metrostation Knightsbridge.

Niet alle grote shows worden goud. De Who-musical Tommy moest na amper een jaar stoppen, afgelopen zaterdag viel het doek voor Andrew Lloyd Webbers Sunset Boulevard met een tot tranen toe geroerde Petula Clark in de rol van Norma Desmond. Sunset Boulevard heeft bijna vier jaar met succes op West End gestaan, maar de rek was eruit. Officieel heette het dat er geen goede vervanging te vinden was voor Petula Clark, maar Clark is al de zoveelste Norma die in Londen op de planken heeft gestaan.

De voorstelling die ik in het Adelphi Theatre zag, werd bezocht door een doorsnede van het musicalpubliek: veel vrouwen net klaar met winkelen, en veel vriendenstelletjes want de glitter en glamour van Sunset is inmiddels ook camp. Petula Clark, de zangeres die vooral bekend is van de hit Downtown, maakte van Norma Desmond helaas een mal oud wijf in plaats van een tragédienne met allure zoals Glenn Close en Betty Buckley dat op Broadway deden. Clarks stem is bovendien beperkt en moest met de nodige galm ondersteund worden. Norma Desmond, de vergeten ster van de stomme film, mag dan vergane glorie zijn, van een musical waarvoor je 32,50 pond per kaartje betaalt, mag je een topcast verwachten. Die had deze Londense Sunset zeker niet.

Niettemin blijft het een van de beste musicals van Lloyd Webber, hoewel kenners blijven beweren dat Sir Andrew zichzelf alleen nog maar herhaalt. De theateradaptatie van Billy Wilders filmklassieker biedt alles wat hedendaags amusement nodig heeft: een sterk verhaal, een verbazingwekkende techniek die nergens protserig wordt en bovenal fantastische songs. Mocht Sunset Boulevard ooit een Nederlandse versie krijgen, dan is er bij nader inzien maar één ster die Norma Desmond kan spelen: Jasperina de Jong.

In het Adelphi Theatre waar Sunset Boulevard speelde, staat binnenkort de komiek Jerry Lewis met de show Damn Yankees, in een geheel Amerikaanse bezetting. Ook Londen ontkomt niet aan een groeiende Amerikaanse invloed op de amusementsindustrie. De producers zijn naarstig op zoek naar nieuwe ideeën en zoeken hun heil in het bewerken van oude filmscripts. Inmiddels zijn musicalversies aangekondigd van films als Saturday Night Fever, Beauty and the Beast, Summer Holiday, Dr. Dolittle en A room with a view. Neil Simons The Goodbye Girl speelt hier al en in Dublin start op 14 april JFK, a musical drama, gebaseerd op de Kennedy-film van Oliver Stone.

Die hang naar entertainment lijkt het Royal National Theatre vooralsnog niet te schaden. Het boegbeeld van de Engelse dramatische kunst is voor de echte toneelliefhebber nog steeds 'not to be missed'. Het National Theatre heeft een eigen theater aan de zuidkant van de Theems, een grauwe betonnen bunker met drie zalen. Zo lelijk het gebouw van buiten is, zo comfortabel en van theater zinderend is het binnen. The National Theatre heeft op dit moment drie stukken tegelijk op het repertoire: Death of a Salesman, King Lear en The Homecoming. Het publiek dat er op afkomt is opvallend oud én opvallend jong, en altijd stijlvol. Veel voorstellingen zijn uitverkocht, zelfs op zaterdagmiddag als ik nog net naar binnen kan bij Pinters klassieker The Homecoming, dat in deze productie een geniale mengeling blijkt van absurdisme en kitchensink-drama.

In de regie van Roger Michell is The Homecoming een tijdloos portret van een moederloos gezin in een achterbuurt van de stad. De voorstelling is op de juiste manier traditioneel en superieur gecast. Pinter wordt in Nederland alleen nog gespeeld met een paar stoelen en wat zwarte gordijnen; bij het National Theatre zien we weer eens een compleet huis, waar het leven grijzer is dan grijs. De topproductie komt in juni naar Amsterdam, als extraatje in het jubilerende Holland Festival.

Vorige week ging in het Apollo Theatre op Shaftesbury Avenue ook Popcorn in première, het nieuwe stuk van 'coming man' Ben Elton, die vooral bekend is als tekstschrijver van tv-comedy's als Blackadder en The Young Ones. Popcorn blijkt een wrange en soms vlijmscherpe komedie over het geweld in de Hollywood-films. Het stuk speelt zich af in de nacht waarin filmregisseur Bruce Delamitri, sterk gemodelleerd naar Quentin Tarantino, wordt gegijzeld door twee moordenaars op de vlucht. Elton brengt in zijn stuk de fictie van film en de realiteit van alledag benauwend dicht bij elkaar. Popcorn is niet subtiel en wordt gespeeld door acteurs die menen dat ze voor een zaal vol gehoorgestoorden staan, maar het stuk is actueel en nodigt uit tot discussie over de New Violence-films, vol 'sexy murders on a rock-'n-roll soundtrack'.

Wie zich in Londen wil laten verrassen gaat op zoek naar een van de vele fringe-theaters die over de stad zijn verspreid. Een daarvan, een buurttheatertje boven de pub The Man in the Moon aan het eind van King's Road, heeft een toevalstreffer in huis. Een groepje werkloze acteurs maakte van het hoorspel Cigarettes and Chocolate een toneelstuk dat iedereen ineens wil zien. De schrijver van het stuk is namelijk Anthony Minghella, regisseur van The English Patient, de film die met Oscars werd overladen.

Het kleine The Man in the Moon Theatre kan de belangstelling goed gebruiken. Een belangrijk thema op dit moment is de steeds groter wordende invloed van de Lottery (de nationale loterij) op de subsidiëring van culturele instellingen. Theatermakers vrezen dat de overheid die ontwikkeling zal aangrijpen om meer op kunst te bezuinigen. Charlotte Jones, staflid van de Independent Theatre Council, wil dat de overheid zijn verantwoordelijkheid voor de kunstsector blijft houden.

Jones: 'De overheid is als subsidiegever objectiever en de regels zijn beter te controleren dan bij een commerciële instelling als de Lottery. Bovendien investeert de Lottery vooral in gebouwen en technische uitrustingen voor theaters en nauwelijks in producties. Straks staan er overal mooie theaters, maar zonder bespelers.'

Zo beweegt het theater in Londen zich tussen de opgefokte glamour van West End, de traditie op de Southbank en de angst voor het voortbestaan van theatermakers in de marge. Ze weten zich verbonden door het credo van Norma Desmond dat boven alles uitklinkt: 'everyone needs new ways to dream'.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden