mode

Tussen chillpak en driedelig: vier mensen over hun favoriete bankhangbroek en feestuitdossing

Het chillpak is sinds vorig jaar opeens serieuze werkkleding. Vier liefhebbers over hun favoriete thuiswerkleding, én hun beste feestuitdossing.

Pieta Verhoeven
Rasker in een grijs thuisensemble. Beeld Eva Roefs
Rasker in een grijs thuisensemble.Beeld Eva Roefs

Er zijn twee theorieën over de juiste thuiswerkkleding. Lees onderstaande interviews maar. A: je hóéft natuurlijk niet altijd in je schabberigste kleren in het thuiswerkkantoor te zitten. Zoomen kan ook chic. Sommige goeie loafers zitten net zo lekker als een paar sloffen, volgens Karim Benhammouch, die bijna elke dag in driedeling handgemaakt pak thuis aan het werk was. Smart casual, die naam zou hij aan zijn comfortabele outfit geven. Sommigen zouden het luxury casual wear noemen, anderen upper casual, zegt Karim zelf. Maakt verder ook niet uit, het punt blijft dat het een elegante outfit is, maar dat de boel ook lekker zit. Dus: wel die pantalon aan, maar daar mag best een trektouwtje in zitten.

De aanhangers van theorie B draaien het om: je kunt je uitdossing volledig uitkiezen op gemak, en er toch goed uitzien. Een goed huispak is helemaal zo gek nog niet, je kan er heus mee de straat op en het vuilnis wegzetten, aldus Liesbeth Rasker. En als je die joggingbroek inruilt voor een spijkerbroek en een paar grote oorbellen in doet, zie je er eigenlijk gewoon goed uit. Kan best, naar een lunchafspraak, of naar het daadwerkelijke kantoor. En als je dan helemaal kunt losgaan, eindelijk weer naar een feest of gala, of al komt er maar iemand langs om te eten, dan moet je er ook echt voor gaan. Je haar en make-up uitgebreid laten doen en een fantastische jurk lenen (bij een couturier, als je zoals Liesbeth die kans hebt). Waarschijnlijk sta je dan de hele tijd langs de zijlijnen van het feest, in de hoop dat eventueel rondvliegende rode wijn de leenjurk nooit en te nimmer zal raken. Neem daarom vooral een andere jurk mee voor de afterparty, adviseert Liesbeth. Als het even kan eentje die ook lekker zit, willen wij daaraan toevoegen.

Liesbeth Rasker (33), schrijver en podcastmaker: ‘Grijze truien zijn voor mij wat glinsterende dingen zijn voor eksters, ik kan er geen weerstand aan bieden. Vooral met de lockdowns, toen er geen reden meer was om je mooi aan te kleden, ben ik erin doorgeslagen. Deze, op de linkerfoto, is een van m’n lievelings, ik heb er een bijpassende joggingbroek bij aan – nog zo’n geweldig kledingstuk. Wat dat betreft, had ik beter gymleraar kunnen worden. De sloffen sleep ik ook de hele wereld over, ik heb de wollige binnenkant helemaal platgelopen.

‘Ooit was ik een modepoppetje dat geen platte schoenen in huis had en elke dag een extravagante outfit droeg. Maar op een gegeven moment word je ouder en denk je: ik wil niet meer m’n identiteit ontlenen aan kleding. Toch dof ik me nog steeds graag op als er gelegenheid voor is. Bij een groot feest laat ik m’n make-up en haar doen, en soms leen ik een handgemaakte jurk bij een couturier. Deze Gucci-jurk heb ik wel zelf aangeschaft, hij komt uit m’n modemeisjestijdperk. Ik besteedde destijds ook héél veel geld aan kleding. Ik kan hem niet bij elk evenement aan, want dan word je toch die vrouw met die jurk. Maar hij is tijdloos, en superzacht. Ik mis het opdirken heel erg in deze feestloze tijd. Maar m’n vele huispakken bieden een beetje troost. Ik heb toch een algehele liefde voor comfort. Het voelt geborgen als kleding je een soort omhelzing geeft.’

Liesbeth Rasker in een feestjurk Beeld Eva Roefs
Liesbeth Rasker in een feestjurkBeeld Eva Roefs

Karim Benhammouch (32), inkoopmanager bij Oger Fashion: ‘De modewereld is erg veranderd door corona. Men gaat minder formeel gekleed. Bij al het videobellen in het thuiskantoor tijdens de pandemie deed ik eerst ook m’n joggingkleding aan, maar daar stopte ik na een week mee. Dit ben ik niet, dacht ik, dus na een week kleedde ik me alsof ik naar kantoor ging. Lekker formeel, in volledig pak met soms zelfs een das, in m’n thuiskantoor. Zowat iedereen zat wel in een huispak achter de laptop, dus ik kreeg veel opmerkingen. Maar ik merkte dat het anderen wel inspireerde: collega’s en leveranciers die ik videobelde hadden ineens ook weer een overhemd aan. En een week later hadden sommigen daar zelfs weer een jasje over aan.

Karim Benhammouch in zijn maatpak. Beeld Eva Roefs
Karim Benhammouch in zijn maatpak.Beeld Eva Roefs

Ik hou van luxueuze herenkleding, het is bijna een verslaving om te zoeken naar mooie jasjes en broeken. Ik geef er best wat geld aan uit. Het donkere pak op de foto is op maat gemaakt. Eerst kies je de stof uit een stoffenboek, dan word je volledig opgemeten, je kiest de taillehoogte, de snit, alle details. Een maand later heb je een pak dat je precies past. Als je niet 10 kilo aankomt in de tussentijd, natuurlijk.

Karim Benhammouch in zijn meer huiselijke dracht. Beeld Eva Roefs
Karim Benhammouch in zijn meer huiselijke dracht.Beeld Eva Roefs

Het kost me veel moeite om afstand te doen van m’n broeken en jasjes, dus ik doe niet vaak wat weg. Alles wat in mijn kast ligt, kies ik op gevoel. Een miskoop overkomt me eigenlijk nooit. Ik heb een uitgesproken smaak, weet meteen of ik iets mooi vind of juist niet. Mijn vrouw kan bijvoorbeeld ook niet zomaar thuiskomen met een overhemd dat ze voor me heeft gekocht. Ik ben kritisch en let op alle details, dus ze durft er bijna niet aan te beginnen.’

Marlou van Rhijn (29), atleet: ‘Mijn hele kledingkast is gevuld met joggingpakken in allerlei kleuren. Ik sport het liefst in strakke sportleggings, maar die pakken zitten toch lekkerder. Wél altijd in één kleur: als ik een grijze broek aan heb, zal ik er geen rode trui bij aan doen. Ik vind het prettig als alles in één kleur is. Ik draag er sokken bij, wat gek is, want ik heb helemaal geen voeten. Maar voor mij zijn de protheses gewoon benen en dus ik ga er ook zo mee om. Als ik thuis ben doe ik m’n onderbeenprotheses aan, en zonder sokken voelt die outfit toch niet helemaal af.

De feestjurk van Marlou van Rhijn. Beeld Eva Roefs
De feestjurk van Marlou van Rhijn.Beeld Eva Roefs

Als ik een keer een gelegenheid heb me mooi aan te kleden, zoals het Sportgala, ga ik los. Dan wil ik graag een goeie designerjurk aan, zoals deze van Dolce & Gabbana. Ik heb hem online gekocht, tussen twee trainingen door. Hij was bedoeld voor het grote feest dat ik altijd na de Olympische Spelen geef. Die gouden kleur past daar natuurlijk goed bij. Omdat alles werd uitgesteld hangt-ie nu al twee jaar in m’n kast te wachten tot ik hem eindelijk aan kan. Hopelijk wordt dat dit najaar.

Marlou van Rhijn in huistenue. Beeld Eva Roefs
Marlou van Rhijn in huistenue.Beeld Eva Roefs

Ik droeg in het dagelijks leven altijd sportkleding, maar aangezien ik onlangs gestopt ben met topsport moet ik nu soms ook normale kleding aan. Dat is wel wennen, zo’n overgang van een heerlijke sportlegging naar een spijkerbroek. Het is een zoektocht waar ik nog niet helemaal uit ben. In plaats van een sportlegging in de panterprintjurk naar de supermarkt durf ik ook weer niet.’

Serge van Bemmel (54), eigenaar modeagentschap Navy Agency: ‘Coronatijd of niet: ik denk altijd goed na over wat ik aandoe. Huispakken zijn niet aan mij besteed. ‘s Ochtends of zelfs de avond van tevoren bedenk ik afhankelijk van m’n dag wat ik wil gaan dragen. Ik kies een broek uit en construeer daar een set omheen. Al m’n kleding is altijd brandschoon. Ik draag nooit iets twee dagen achter elkaar, en ik strijk alles. Zelfs m’n onderbroeken. Ik hou gewoon van fris, ik wil geen knieafdrukken in een broek of ellebogen in m’n shirts.

Serge van Bemmel in werkkleding. Beeld Eva Roefs
Serge van Bemmel in werkkleding.Beeld Eva Roefs

De Rolex heb ik altijd om, ik heb ’m dertig jaar geleden van mijn vrouw gekregen. Het ontwerp komt uit 1953. Hij is gemaakt ter ere van de eerste beklimming van de Mount Everest. Veel van mijn items heb ik al jaren: spullen van goede kwaliteit blijven lang mooi. Deze M65-jas bijvoorbeeld, en het varsity jack dat ik op de foto’s draag, zijn al dik dertig jaar oud. Die eerste heb ik van een Amerikaanse militair gekregen. Ik ontmoette hem op een Duitse legerbasis tijdens mijn dienstplicht, en vroeg of we onze uniforms konden ruilen. Tot op onze sokken hebben we alles uitgewisseld. Daarna moest ik van m’n soldij weer een nieuw Nederlands uniform kopen.

Ik werk al heel lang in de mode, en je verzamelt nogal wat kleding door de jaren heen. Maar alle jassen hangen netjes achter elkaar, alle overhemden en T-shirts zijn gesorteerd op kleur. Ondanks de hoeveelheid is de kast geen graaibak. Veel is donkerblauw – een goede kleur blauw past overal bij.’

Serge van Bemmel in vrijetijdsdracht. Beeld Eva Roefs
Serge van Bemmel in vrijetijdsdracht.Beeld Eva Roefs
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden