Tussen blauw en nachtblauw

‘Vóór alles is er stilte’, zegt de oude luitspeler Ozan tegen zijn jonge leerling Joakim. Joakim is een groot talent op de luit, maar uit zichzelf laat hij zich gaan....

Van zijn leraar moet hij ‘wit’ spelen, de subtiliteiten in stemming hoorbaar maken in de makáms, de oosterse toonschalen waarin vele variaties in ritme en melodie uitgevoerd kunnen worden. Boven alles moet hij de kunst leren gaten te laten vallen en daarmee de tussenruimten tussen tonen hoorbaar te maken.

Ultramarijn is, na de onverwachte dood van de schrijver op 16 november, de laatste roman van Henk van Woerden geworden – en daarmee onbedoeld de sluitsteen van een klein en veelvormig oeuvre. Na een aantal boeken over Zuid-Afrika, het land waar Henk van Woerden opgroeide en dat hij in 1968 verliet, speelt Ultramarijn aan de oostelijke kusten van de Middellandse Zee, in een land dat het meest weg heeft van Turkije. Het is een land met dreigende staatsgrepen en een voortwoekerende toerisme-industrie, dat een kookpot is van culturen en volkeren en een belangrijke klassieke erfenis herbergt.

Joakims vader is als een te vrijzinnige geest verbannen van de universiteit in de hoofdstad, en met zijn zoon en dochter probeert hij met moeite een bestaan op te bouwen in een plaats waar ze niet thuishoren. Als zestienjarige leeft Joakim voor een paar middagen met zijn jongere halfzusje Aysel in een paradijselijke eenheid. Dan vertrekt zijn vader halsoverkop met Aysel naar Europa, en in de leegte waarin hij achterblijft legt Joakim zich toe op het luitspelen.

Hij zal een beroemd luitist worden, een vertegenwoordiger van de verfijnde, klassieke stijl van zijn land. Zijn halfzus zal hij nooit meer zien. In het verre Duitsland groeit Aysels dochter Özlem (‘verlangen, nostalgie’) op, naast het eethuisje op de hoek van de Zwillingstrasse waar haar moeder probeert de de keuken uit haar thuisland in een troosteloze buitenwijk van Frankfurt aan de man te brengen.

Haar missie mislukt. De Duitsers zijn niet geïnteresseerd in culinaire verfijningen als kippenruggetjes in walnotensaus en Aysel moet erkennen dat ze eigenlijk ‘Aysels Ecke wel in Aysels Grillstube had kunnen omdopen’. De houding van Aysels gasten is typerend voor de cultuur waarin de immigranten terechtkomen: niemand wil iets weten over hun land van herkomst. Aysel voelt zich of haar leven ‘doormidden geknipt’ is.

Aysels dochter Özlem gaat, na een korte periode waarin zij werkt als prostituee in Amsterdam, naar Turkije en wat begon als een vakantie wordt een leven. Als zij op een concert Joakim hoort spelen, is het alsof de muziek een raam openzet. Hij laat voor haar met zijn spel ‘de leegte tussen twee wezens oplichten’. Wanneer ze hem vervolgens in een eethuis ziet, zetten ze hun ontmoeting voort alsof ze goede bekenden zijn en daarna zullen ze elkaar niet meer verlaten. Het noodlot voltrekt zich spelenderwijs: de verdubbelde verboden liefde wordt verwezenlijkt omdat, als in de klassieke verhalen, de personages proberen hun lot te ontlopen. En hoewel Özlem zich uit de liefde terugtrekt en daarmee het taboe op hun liefde niet willens en wetens verbreekt, heeft zij met Joakim een verbod geschonden. Desondanks wordt hun lust beschreven zonder veroordeling. ‘De goden zijn tevreden.’

Ultramarijn is het boek van de dingen en de mensen die tussen twee gebieden hangen en daarmee dubbel zijn: de immigranten en ballingen die in hun moederland en in hun nieuwe land niet thuis zijn én in beide voor een deel geworteld, de mensen die man en vrouw zijn, van mannen en vrouwen houden en daarmee een dubbele seksualiteit bezitten, de verboden liefde die afstotend is en aantrekkelijk, de klanken die kleuren worden.

Henk van Woerdens werkelijkheid is veelvormig. In de glijdende toonschalen van de makáms die Joakim op zijn luit speelt, liggen de tussentonen, tussen de kleuren ochtendblauw en nachtblauw alle mogelijke schakeringen, van het lichte azuur tot het diepe ultramarijn, de kleur van ‘over zee’.

Er zijn weinig schrijvers die zo geschakeerd stemmingen kunnen beschrijven als Van Woerden, waarbij de personages, in bad, tijdens een wandeling, onder het koken, hun gedachten van het ene onderwerp naar het andere laten glijden, zonder schokken en zonder merkbare overgangen.

Er zijn ook weinig schrijvers die zo overtuigend de ontworteling en verdeeldheid beschrijven van mensen die hun eigen land verlaten. Özlem denkt als ze in haar moederland Turkije is beland: ‘Eigenlijk is het niet eens zo dat je een táal aanleert wanneer je verhuist. Je leert een andere persóón aan.’

In Nederland kon Henk van Woerden nauwelijks blijven – Özlem ziet in Amsterdam behalve de glazenwassers met glitterjasjes ook weer de bleke, lange neuzen en de bitse blikken van de Hollanders. Ultramarijn weerspiegelt voor een deel Van Woerdens ervaringen tijdens zijn reis van omstreeks begin jaren zeventig naar Griekenland, Turkije en Iran en van de vele zomers die hij op Kreta doorbracht. Hij verklaarde zelf dat zijn paspoort weliswaar Nederlands was, dat hij meestal in het Nederlands schreef, maar dat hij er niet toe in staat was een Nederlander te zíjn. Hij noemde zichzelf een gastarbeider in de Nederlandse letteren.

De gast is voorgoed vertrokken. Henk van Woerden had naar eigen zeggen nog vijf romans ergens in zijn hoofd zitten. Het moet jaloezie van de goden zijn geweest dat ze het gewone stervelingen niet wilden gunnen die te mogen lezen.

Henk van Woerden: Ultramarijn. Podium; 300 pagina’s; ¿ 19,90. ISBN 90 5759 326 2.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden