Drama

Turtles Can Fly

Niets te verliezen tussen bergen van Koerdistan

Aan het publiek op het Rotterdams filmfestival, waar Turtles Can Fly begin deze maand te zien was, vertelde regisseur Bahman Ghobadi dat hij had geprobeerd de nodige humor in zijn film te stoppen. Anders zou het verhaal, vertelde hij, niet te verdragen zijn.

Ghobadi heeft gelijk: Turtles Can Fly toont een bovenmatige hoeveelheid ellende. Dat het publiek het accepteert, bleek aan het eind van het festival, toen de regisseur de publieksprijs kreeg.

Net als in zijn indrukwekkende debuut Een tijd voor dronken paarden (2000) richt Ghobadi zijn camera op kinderen. En ook nu weer zijn het kinderen die ternauwernood overleven in barre omstandigheden. Ze hebben niets te verliezen: Henkov, de jongen zonder armen, die gezocht wordt omdat hij voorspellende gaven zou hebben; zijn zus Agrin, altijd met een blinde peuter in haar kielzog, die ze maar geen liefde kan geven; en Satelliet, een handige jongen die zijn bijnaam verdient aan zijn pogingen om de dorpen in de omgeving van satelliettelevisie te voorzien.

Satelliet is de leider van de kinderen uit een aantal Koerdische dorpen in het grensgebied van Irak en Turkije. Hij vertelt ze waar ze een zakcentje kunnen verdienen, vaak met levensgevaarlijk werk, zoals het verzamelen van landmijnen.

Henkov en Agrin leven in een vluchtelingenkamp. Het is 2003, net voor de Amerikaanse invasie van Irak, en de Iraaks-Koerdische bevolking wacht met spanning op het einde van de onderdrukking. Dat het oorlog wordt, staat vast; de vraag is of de kinderen ooit bevrijd kunnen worden van hun trauma's.

Daarover is Ghobadi pessimistisch. Turtles Can Fly begint met een voorspellend beeld. Het meisje Agrin staat op de rand van een klif en springt naar beneden, haar dood tegemoet. Het hakt erin: hoe vrolijk Ghobadi zijn vertelling ook vervolgt, over het lot van Agrin hoeven we ons geen illusies te maken.

De luchtige scènes, waarin Satelliet debatteert met de oudere dorpelingen over verboden televisiekanalen en nogal onnauwkeurig het CNN-nieuws vertaalt ('Bush zegt dat het gaat regenen'), zijn raak en grappig. Toch bewaart Ghobadi zijn grootste talenten voor het sombere deel. Zijn liefde voor het landschap van Koerdistan vertaalt zich in prachtige beelden van grimmige, in mist gehulde bergen. De hemel is altijd grijs, en tussen de tenten van het kamp ligt modder.

Ghobadi begon zijn carrière als assistent van de Iraanse grootmeester Abbas Kiarostami, maar hanteert een beduidend andere stijl. Waar Kiarostami haast minimalistisch te werk gaat, kiest Ghobadi voor heldere taal en grootse gebaren. Van intellectuele afstandelijkheid moet hij niets hebben; zijn films grijpen de kijker bij de lurven, slepen hem mee het verhaal in en laten hem uiteindelijk verbouwereerd achter. Zelfs een steen kan niet onaangedaan blijven bij het leed dat Ghobadi tentoonspreidt.

Daarbij balanceert de regisseur op de rand van effectbejag. Hij laat de jonge hoofdrolspelers regelmatig huilen, een regie-aanwijzing die zijn uitwerking niet mist. Dat zijn film oprecht aangrijpend is, komt doordat Ghobadi zijn visuele machtsvertoon aanwendt voor een realistische vertelling. Hij verbleef maandenlang in het gebied waar hij filmde, en vond zijn amateur-acteurs onder de kinderen die hij daar ontmoette.

De mokerslag die Turtles Can Fly uitdeelt, schuilt niet alleen in de behendigheid van de regisseur. Het besef dat zijn film een bestaande wereld toont, is pas echt ondraaglijk.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden