Turkse tobberijen

Orhan Pamuk schreef als twintiger zijn eerste roman. Het boek gaat over zijn familiegeschiedenis, die de Turkse dilemma’s rond modernisering en traditie weerspiegelt....

Lange tijd heeft Orhan Pamuk geweigerd toestemming te geven om zijn eerste roman, De heer Cevdet en zonen, in vertaling uit te brengen. Niet dat hij die roman als mislukt beschouwde – dat zou ook een veel te streng oordeel zijn geweest –, maar hij was zich er terdege van bewust dat het boek de tekortkomingen had waaraan zelfs bij een groot schrijver een eersteling kan lijden. Blijkbaar heeft men Pamuk, nu hij wereldwijd een uiterst succesvol en gerespecteerd schrijver is geworden, weten te vermurwen en wordt de publieke nieuwsgierigheid naar zijn werk, naar al zijn werk, gehonoreerd met een vertaling van ook die eerste, even omvangrijke als omslachtige familieroman.

Pamuk schreef de roman tussen 1974 en 1978, toen hij tussen de 22 en de 26 jaar oud was en juist besloten had geen schilder maar schrijver te worden. Pas vier jaar nadat hij zijn boek had voltooid, werd het uitgegeven. Dat laatste is eigenaardig, want De heer Cevdet en zonen is een conventionele familieroman, de Buddenbrooks van Istanbul, waarin voor de Turkse staatsreligie controversiële thema’s slechts zijdelings aan de orde komen. Tegelijkertijd is het boek ontegenzeggelijk zo onvergelijkelijk veel beter dan het overgrote merendeel van de wél uitgegeven romandebuten, dat dat dralen tot de belangrijker uitgeversdwalingen in de literatuur van de 20ste eeuw gerekend moet worden.

Het verhaal is in grote lijnen het verhaal van Pamuks familie, en de wijze waarop de auteur het vertelt is een soort teach yourself novel writing op kosten van de lezer. Geleidelijk aan lossen Pamuks vormelijkheid en krampachtigheid op, en komt er uit de nevel van de aarzeling en volledigheidsdwang een oorspronkelijk schrijver tevoorschijn. Dat laatste wordt bovendien in de hand gewerkt doordat Pamuk de geschiedenis van zijn familie, die in grote trekken de Turkse dilemma’s van de 20ste eeuw weerspiegelt, afrondt met de introductie van zichzelf, de twijfelende schilder Ahmet.

Die dilemma’s cirkelen rond het vraagstuk van modernisering of traditie, de eeuwige kwestie van een autonome en godsdienstig gekleurde identiteit voor Turkije versus een behoefte aan modernisering en ontmythologisering, lees: een aanpassing aan westerse, Europese waarden en idealen. ‘Als men er maar kalm en bekwaam mee omging, zonder in oppervlakkige en voorbijgaande emoties te vervallen, kon het oude heel goed met wat passen en meten in iets nieuws worden veranderd’, overweegt een van de personages in De heer Cevet en zonen. Daar gaat het om, in dit boek en in alle romans die Pamuk er de afgelopen kwarteeuw op heeft laten volgen, zij het dat dat thema in die latere romans onvergelijkelijk veel subtieler en geraffineerder en daardoor indringender gestalte heeft gekregen.

De heer Cevdet is een islamitische koopman en stichter van een dynastie. Zoals zijn kleinzoon Ahmet in de epiloog, die in 1970 speelt, het woord doet, doet hij dat in de proloog, van 65 jaar eerder. Daartussenin geklemd zit het belangwekkende deel van de roman, het deel waarin de generatie van Cevdets kinderen en de vader en ooms van Ahmet aan het woord zijn, halverwege de jaren dertig van de vorige eeuw. De seculiere Turkse republiek is dan een realiteit, de kemalistische ambitie om die op moderne, westerse leest te schoeien evenzeer. In de overpeinzingen en lotgevallen van die generatie, geboren in de nadagen van het Osmaanse Rijk en reikhalzend uitkijkend naar een eigen levensfilosofie voor Turkije tussen Oost en West, probeert Pamuk de twijfels en verlangens van Turkije te demonstreren.

Hij doet dat haast schematisch: het zijn een bourgeois koopman, Cevdets oudste zoon die geleidelijk aan industrieel ondernemer wordt, een twijfelende intellectueel, Cevdets tweede zoon, en Ahmets vader, een militair, een dichter en een ingenieur, die de voornaamste personages van het verhaal worden. Hoe persoonlijk Pamuk hen ook probeert te maken, zij blijven archetypische gestalten in een solide versie van de Turkse geschiedenis. De sympathie gaat daarbij uit naar de aarzelende tweede zoon, die ondernemer noch technicus is en algauw blijkt te lijden aan een haast exemplarische variant van oriëntaalse levensmelancholie. Al zijn pogingen om iets zinvols te ondernemen met zijn leven, zijn leven dienstbaar te maken aan een grotere zaak, lijden schipbreuk. Maar zij zijn wel verweven met de politieke en levensbeschouwelijke tobberijen van zijn land.

Die schematiek en de al te nadrukkelijke presentatie van historische thema’s in individuele gestalten vormen één bezwaar tegen de roman. Het is bovendien een vermoeiend bezwaar, het gemakkelijkst te illustreren aan grootvaders klok die het hele boek lang als een draconisch symbool blijft tikken. Tobbers en twijfelaars die het verstrijken van de tijd veronachtzamen en geleidelijk aan met al hun besluiteloosheid in een toestand van eeuwig te laat belanden – Pamuk kan er niet genoeg van krijgen ons hun lot in te peperen. Een tweede bezwaar is dat Pamuk, ook later nooit een man van weinig woorden geworden, in zijn eerste boek er beducht voor lijkt te zijn een detail na te laten. Dat leidt tot tamelijk hopeloos stemmende beschrijvingen, waarin een vloed aan kennelijk karakteriserend bedoelde trivialiteiten woord voor woord wordt ingevuld. Niemand zal in dit boek de deur uitgaan zonder dat wij op de hoogte worden gebracht van wat hij vanaf de stoep waarneemt.

Het is te veel, het is te expliciet. Pamuk is een te groot schrijver om een slecht boek te kunnen schrijven, en blijkbaar was hij dat van meet af aan al. Maar die eerste zevenhonderd pagina’s hebben hem veel geleerd. Michaël Zeeman

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden