Turbogregoriaans geweld in Londen

MacMillan laat met compositie trommelvliezen van aanwezigen schaven – waaronder de aartsbisschop van Canterbury.

Wie hecht aan de passietraditie van het Koninklijk Concertgebouworkest moet volgend jaar, op Palmzondag, dubbel slikken. Voor het eerst sinds 1899 valt er geen Matthäus of Johannes Passion van Bach te beleven. En aan wat er wél klinkt, de St John Passion van de Schotse componist James MacMillan, zal menig devoot luisteraar zijn trommelvlies schaven. Bij de wereldpremière, zondagavond in Londen, maakte MacMillan duidelijk dat hij niet behoort tot het kamp van de kwezels. Zijn Johannespassie laveert tussen verwoestende koorpassages en turbogregoriaans, terwijl het orkest bij vlagen als ijzervijlsel tussen de tanden knarst. Krijgt Christus bij Bach de compassie per koraal over zich uitgestort (‘Wer hat dich so geschlagen’), bij MacMillan geeft Hij het volk op z’n lazer dat hem aan de Romeinse bezetter uitlevert (‘How have I offended you? Answer me!’).

Verjaardag
Gejuich en bravo in de Barbican Hall, waar mooie paasmuziek het hele jaar door mag klinken. James MacMillan omhelst de dirigent, Sir Colin Davis. Die Britse veteraan kreeg de St John Passion cadeau voor zijn 80ste verjaardag. Al werd het geld neergeteld door het London Symphony Orchestra, het Boston Symphony Orchestra, het Berlijnse Rundfunkchor en de Eduard van Beinum Stichting (namens het Koninklijk Concertgebouworkest). Als MacMillan al niet de gewildste klassieke componist is die woont in Gods schepping, dan verkeert de Schot qua zilverlingen toch in de hoogste regionen.

Maar zijn geloof is oprecht en diep doorvoeld, laat hij daags na de première in zijn Londense hotel doorschemeren. MacMillan – jaargang 1959, type sympathieke leraar – behoort tot de orde van de Dominicanen. Als lekenbroeder weliswaar, samen met zijn vrouw en een groepje academici in zijn Schotse woonplaats Glasgow. ‘Dominicanen hebben een traditie hoog te houden in studie, kunsten en gebed. Het is de orde van Thomas van Aquino en Fra Angelico. Ik vind er een volwassen geloofsbeleving waarin God geen ‘persoon’ is, maar een gewaarwording die voort kan komen uit de stilte van je eigen meditatie.’ The Confession of Isobel Gowdie heet het orkestwerk waarmee MacMillan in 1990 doorbrak. Zijn concert voor slagwerk Veni, veni Emmanuel (1992) stoomt inmiddels op naar z’n vierhonderdste uitvoering – een krankzinnig aantal in de contemporaine muziek, waar rond menig stuk na de première eeuwige grafrust heerst. Van een passie moest het onvermijdelijk komen, zegt MacMillan. Dat het toonzetten van Jezus’ lijden en de kruisdood een Renaissance doormaakt, is hem intussen niet ontgaan. Hij verwijst naar de Lukaspassie van de Pool Penderecki en naar de Johannes van Arvo Pärt.

Gulle oogst
Een gulle oogst leverde het Bach-jaar 2000 op, met stukken van Sofia Goebaidoelina, Hans Werner Henze en Tan Dun. En natuurlijk van de Argentijn Osvaldo Golijov, wiens Markuspassie eind juni het klapstuk van het Holland Festival wordt. James MacMillan: ‘Ik denk dat de metafoor van strijd, lijden en vergeving tegenwoordig bijzonder aanspreekt, en niet alleen bij gelovigen. Vergeet niet dat er veel angst schuilt in het lijdensverhaal. En haat, tegen Christus, de buitenstaander die de gevestigde orde bedreigt. Aan de andere kant ook liefde: Gods liefde voor de mensheid, of de liefde van Christus voor zijn moeder.’

Met een blik op het amateurkoorwezen heeft MacMillan het aantal (te betalen) solisten in zijn St John Passion beperkt tot één: de bariton die een assertieve Christus zingt. In de Barbican Hall liet Christopher Maltman horen dat zijn stemvak er een repertoirestuk bij heeft.

Eer valt ook te behalen voor een veertienkoppig kamerkoor, dat in een opgesmukt reciteren de gang naar het kruis uit de doeken doet.

Pilatus
De andere rollen, van Judas tot Pontius Pilatus, komen voor rekening van een groot koor. Het vertolkt in één moeite door het scanderende volk en een reeks door MacMillan ingevoegde Latijnse motetten. Het London Symphony Chorus, tien dozijn amateurs op oorlogssterkte, greep boven zijn macht. De directie van het Concertgebouworkest, met twee man aanwezig, hoorde het aan en verheugde zich alvast op de professionals van het Groot Omroepkoor, die volgend jaar april in Amsterdam aantreden. En prees zich gelukkig met een zaal waarin de dubbele en driedubbele fortissimo’s het trommelvlies naar verwachting níet openscheuren.

Dat de aartsbisschop van Canterbury zich bij de wereldpremière liet zien, interpreteert James MacMillan als een teken van herwonnen klerikale belangstelling voor liturgische muziek. ‘Geloof en kunst hebben het heilige en poëtische gemeen. De kerk beseft dat ook muziek een blik kan gunnen op de werking van Gods geest.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.