Tuinslangenbank en fietsbandenstoel

DESIGN..

Nog geen jaar geleden werden de stoelen van sterontwerpers als Ron Arad en Marc Newson op veilingen afgehamerd voor honderdduizenden euro’s. Totdat de bereidheid om een vermogen neer te tellen voor een stoel waarop je eigenlijk amper kon zitten – zo’n glimmende blob, daar glijd je zo van af – even snel verdampte als de solvabiliteit van het internationale bankwezen. In tijden van crisis is geen behoefte aan hysterisch design dat het vooral moeten hebben van uiterlijke schijn maar aan zinvolle producten met innerlijke kracht. Design dat niet alleen vandaag behaagt maar ook morgen nog functioneel is.

Dat is in het kort de prikkelende stelling van Once Upon a Chair, een heerlijke bladerboek met meer dan alleen stoelen. Daarin wordt deze stelling vooral kracht bijgezet met honderden fraaie afbeeldingen van dit hypermoderne ‘post-iconische’ design dat wél een antwoord geeft op de fundamentele vraag die iedere ontwerper zich zou moeten stellen: draagt dit product bij aan een betere wereld?

Deze oproep is door de Nederlandse architect Michael Schoner van NL Architects wel heel letterlijk genomen. Zijn Boombench is een bank voor de openbare ruimte met twee grote luidsprekers in de rugleuning. Met een telefoon met ingebouwde mp3-speler kan naar de bank worden gebeld waarna de muziek via de bank wordt afgespeeld. Een anoniem bankje in het park kan zo uitgroeien tot een levendige ontmoetingsplek, iets waaraan behoefte bestaat in een tijd waarin sociale netwerken veelal via de computer worden onderhouden (LinkedIn en Facebook).

De makkelijkste manier om bij te dragen aan een betere wereld is natuurlijk het ontwerpen van duurzame producten die het milieu ontzien. Talloze ontwerpprincipes zijn hiervoor inmiddels uitgedacht; van cradle-to-cradle (losse onderdelen van een product moeten eenvoudig gerecycled kunnen worden) tot repair-design (producten moeten zo eenvoudig zijn dat gebruikers ze zelf kunnen repareren). Maar de meest voor de hand liggende manier is nog steeds recyclen, zo blijkt uit Once upon a chair. Een stoel van fietsbanden, een bank van tuinslangen, een oude deur die dienst doet als tafelblad, een schenkkan van oudpapierpulp – talloze voorbeelden van dit goedbedoelde recycle design zijn afgebeeld. In een boek ogen deze kleurige ontwerpen natuurlijk goed. Maar de smeltende poolkappen gaan ze niet redden. Immers wat doen we met die fietsbanden of die tuinslang als een tafel- of stoelpoot afbreekt?

Gelukkig is duurzaamheid meer dan alleen een ‘schoon’ product ontwerpen. Duurzaamheid is ook kunst en industrie verbinden in betaalbare, functionele producten met een tijdloze uitstraling – een versleten ontwerpdogma dat meer dan zeventig jaar geleden werd geformuleerd op het Bauhaus en in dit boek weer tot leven wordt gekust. Er is wel een verschil. De Bauhaus-producten werden ontworpen met een rotsvast geloof in de heilzame werking van industriële massaproductie. Onze tijd vraagt om menselijkere producten. De in Nederland gevestigde ontwerper Alexander Pelikan bijvoorbeeld ontwierp een stoel die als een bouwpakket in elkaar kan worden gezet. Maar hij koos niet voor goedkope kunststof, zijn Cliclounger wordt gemaakt van plexiglas en hout. De stoel is daardoor niet alleen efficiënt maar heeft tegelijk een speelse uitstraling en sluit met zijn verrassende eenvoud aan bij de vraag naar producten met een eigen identiteit. Design is tegenwoordig immers ook een manier waarop mensen hun smaak en individualiteit uitdrukken.

Dus kan ook een iconische vorm een product van een duurzame betekenis voorzien. De handgemaakte en peperdure designobjecten in dit boek beogen niet het bevestigen van status en goede smaak van de bezitter, maar zijn een manier om mensen te verbinden door een originele gedachte of het verbeelden van een ideaal. De Italiaanse ontwerpstudio Formafantasma maakte een servies waarvan de borden zijn verzonken in plak beton ter grootte van een stoeptegel en theekopjes vastgelijmd aan een betonnen sokkel. De producten zijn weliswaar onverwoestbaar maar zeer onpraktisch en moeten met grote zorg worden behandeld – een bord van vijftien kilo zet je niet achteloos op tafel. Als we op al onze spullen toch eens zo zuinig waren, is hier de boodschap.

Spelen met herkenning is misschien wel de meest voor de hand liggende manier om gebruikers een langdurige en diepe band op te laten bouwen met alledaagse producten. Veel ontwerpers grijpen dan ook terug op archetypische productietechnieken en materialen. Het Nederlandse ontwerpduo Atelier NL ontwierp een servies dat is gefabriceerd van lokale klei uit de Noordoostpolder. De vorm van hun schalen, mokken en kommen is geïnspireerd op ambachtelijke streekproducten. Waarom nog plastic spullen uit China halen als je niet verder hoeft te kijken dan je eigen achtertuin.

Een betere wereld begint al bij het servies, denk je dan. Maar bladerend door dit boek stuit je dan op het grote aantal ontwerpen dat in kleine oplages wordt gefabriceerd voor de verkoop in het kunstcircuit. Het betonnen servies van Formafantasma staat keurig op een sokkel in het museum. De Cliclounger van Alexander Pelican werd vorig jaar in Miami gelanceerd op de prestigieuze kunstbeurs Art Basel– ‘prijs op aanvraag’ stond erbij. Zelfs aan idealisme hangt tegenwoordig een prijskaartje.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden