Tsje-tsjoe-pam-pam Railroad songs verzameld op twee cd's

Ze hadden prachtige namen, Wabash Canonball, City of New Orleans, Orange Blossom Special. Geen uitvinding heeft zo tot de verbeelding van songschrijvers gesproken als de trein....

JOHN Luther Jones, 'Casey' Jones voor z'n vrienden en collega's, stond bekend als een fast roller, een machinist die zijn trein doorgaans stipt op tijd het eindstation liet binnenrollen. Die ochtend had hij als altijd z'n vrouw gedag gekust, hij had nog een keer vanuit de hoogte van zijn locomotief gezwaaid en toen stoom gemaakt. All aboard, naar het zuiden gaat de reis, naar wat ze the promised land noemen.

Maar nu, in deze nacht van 30 april 1900, loopt zijn reputatie gevaar. Hij heeft tegenslag gehad, de Illinois Central Cannonball Express ligt niet minder dan 95 minuten achter op schema. Jones laat extra kolen op het vuur scheppen. De stoom ontsnapt sissend aan de ketel, de aandrijfstangen bonken, de wielen slaan vonken uit de rails terwijl ze ritmisch de verloren minuten wegroffelen. He made the freight train boogie, zogezegd. En bij de doortocht van elk boerengehucht klinkt het tsjoe-tsjoe-pwah-pwah, de melodie van de nachtzwaluw die de stoomfluit van Casey van alle anderen onderscheidt.

Zo dendert de Cannonball door de zuidelijke nacht. Met ijzingwekkende snelheid z'n einde tegemoet, want even buiten het stadje Vaughan in Mississippi kruipt inmiddels tergend traag een passagierstrein hetzelfde baanvak op. Casey Jones ziet de rode lichten snel naderbij komen. 'Jump Sim', roept hij nog tegen z'n stoker Simeon Webb, terwijl hij met z'n ene hand remt en met de andere aan de fluit trekt. Te laat. De Cannonball boort zich vier wagons diep in z'n voorligger.

Casey Jones verandert in het stof waarvan legenden worden gemaakt. De eersten die hem gedenken zijn de spoorwegwerkers die de wrakstukken ruimen. Dankzij hun herinneringen groeit Casey Jones uit tot een classic, wiens lot een eeuw later nog wordt bezongen. Ridin' that train, high on cocain'. Casey Jones you better watch your speed, rijmt de Grateful Dead; zo wordt de oorzaak van de ramp steeds aan de geest des tijds aangepast.

Treinen geven de wereld een ander perspectief. Van verre zie je ze naderen over een spoor dat naar de einder steeds smaller wordt. Niets in de natuur is zo recht als die rails, twee oneindige stalen staven die heden en verleden, ver weg en dichtbij verbinden. Een heel land klinken ze aaneen, ze koppelen vooruitgang aan achterlijkheid, armoede aan rijkdom, ontevredenheid aan een kleine kans op geluk.

In this dirty town, there's nothing going for me. No show's goin down, that I would want to see. Nothing but the midnight train. I'm gone watch the moon come down.

(Graham Parker: Watch the moon come down)

Waar niets is, is er altijd nog de trein. Een man met een oud hoedje op z'n hoofd zit aan de rand van het perron, benen bengelend boven de rails. Hij kauwt op een strootje. De zon schijnt, nergens iets wat beweegt. Elk moment kan er een trein komen, maar hij kan ook wegblijven. Maar wat brengt zo'n trein? Voorspoed? Een kans om te ontsnappen? Vracht om te sjouwen? De vrouw van je dromen?

Jimmie Rodgers was zo'n man. It's good times here, but it's better down the road, zei hij, want hij had een opgewekte natuur. Het was in de jaren twintig, de spoorwegen in de Verenigde Staten waren groter dan ooit. Jimmie maakte carrière langs en tussen de rails, als hulpje, wisselwachter, sjouwer en remmer. Pas veel later raakte hij er van doordrongen dat hij van z'n liedjes zou kunnen leven. In Jimmie the Kid bezingt de eerste country-superster z'n reizen naar Boston en Santa Fé, met de M & O of de L & N, een eeuwige jodel op z'n lippen. Want aan het eind van de reis wachtte de Cadillac die hem naar z'n Yodeler's Paradise zou brengen (waar hij overigens aan tuberculose zou overlijden, amper 35 jaar oud).

There's a train a comin'

There's a train a comin'

Hear them tracks a hummin'

There's a train a comin'.

(Steve Earle: Mystery Train, part II)

Glanzend en gestroomlijnd raasden ze door het Amerikaanse landschap: de Wabash Cannonball, The City of New Orleans, de Orange Blossom Special of anders wel de Pan American, Pullman-nachttrein tussen Cincinnati en New Orleans. Niets sprak meer tot de verbeelding van songschrijvers dan de trein. Ineens kon het gloeiende, gladde staal van de vooruitgang met eigen handen worden aangeraakt. Ineens was de horizon niet langer onbereikbaar. De trein werd een metaforenmachine, voor gebroken en gelijmde liefdes, voor al het gras dat elders groener is.

I love to see the towns a-passin by

and to ride these rails 'neath God's blue sky

Let me travel this land from the mountains to the sea

'cause that's the life I believe He meant for me

And when I'm gone and at my grave you stand

just say God's called home your ramblin' man

(Hank Williams: Ramblin man)

Aan het eind van de rails gloort de vrijheid. Maar voor het zover is, is er die schommelende cadans van de wagens. Geen machine heeft zo tot mimicry geïnspireerd. Het trage gewieg van de rivier en de vermoeiende galop van het paard hebben afgedaan. De trein is een orkest op drift. De harmonica joelt als een stoomfluit, de fiddle zet druk op de ketel. Tsje-tsjoe-pam-pam, tsje-tsjoe-pam-pam puffen The Jordanaires ingetogen in het koortj van Patsy Cline (Life's a railway to heaven), in een poging te laten horen hoe nette mensen een metaforische treinreis ervaren.

Rounder Records, een sympathieke, bescheiden platenmaatschappij uit de Verenigde Staten, bracht Steel Rails en Mystery Train uit, twee cd's met elk veertien railroad songs. Ze deden dat in doorsneeverpakking en voegden er een boekje met toelichtingen bij, helaas zonder de teksten van de songs.

Was ik de baas van de firma, dan had ik die cd's getweeën (of liever met een paar meer, want over treinen zijn honderden songs gemaakt) in een mooie doos gestopt: plaatje van een glanzende trein voorop, luxe boekwerkje over treinen en alles wat daarmee te maken heeft erin, en een fluitje om op mee te blazen erbij.

De keuze van die 28 songs is aanvechtbaar, maar dat zou elke verzameling treinliedjes zijn. Robert Johnson ontbreekt, (From four till late), net als Duke Ellington of Little Feat, de Velvet Underground of Captain Beefheart (Click-clack, click-clack. One track is leavin', the other's coming back). Deze verzameling beperkt zich tot country, folk en bluegrass - traditioneel wel de genres waarin de beste verhalen worden verteld.

Ernstiger is het dat een aantal nummers door de verkeerde artiesten wordt uitgevoerd. Niet dat er iets mis is met Sleepy LaBeef, met Kieran Kane of met de Johnson Mountain Boys. Maar Mystery Train hoort nu eenmaal bij Elvis Presley, Ramblin' Man is van Hank Williams en Bill Monroe is de man van de Orange Blossom Special, erkend vingerbreker voor bluegrass-muzikanten.

Maar ook dan blijft er genoeg over. Johnny Cash bezingt Casey Jones zoals geen ander dat deed, Roy Acuff laat op Wabash Cannonball horen dat-ie zelf als kleine jongen tussen de rails heeft gewerkt, Tom Russell vereeuwigt de hobo, de eeuwige reiziger uit de gloriedagen van het Amerikaanse spoor, in Lord of the Trains.

De wegbereider van de nieuwe tijd wordt nu vooral nog met nostalgische gevoelens omringd. Hedendaagse songschrijvers zijn bang dat de trein met uitsterven wordt bedreigd. Steve Goodman houdt een pleidooi voor The train they call the city of New Orleans, Mary McCaslin zingt voor het allerlaatst de lof van de Last Cannonball.

Papa, wat is een trein? Is-ie groter dan een huis? Kunnen er kinderen in en is er dan ook nog plaats voor volwassenen? Hoe geef je later - als de trein voorgoed is verdrongen door auto en vliegtuig - antwoord op dat soort vragen, wil Utah Phillips weten.

Dat gaat als volgt, en Guy Clark legt het hem in Texas 1947 beeldend uit: Het begint ermee dat je de aarde voelt trillen. Dan leg je je oor op de rails om de dreun te horen, je springt op het perron, deinst terug voor de luchtverplaatsing, zwaait naar de machinist, telt de wagons en springt een gat in de lucht: meer dan honderd.

En terwijl het rode licht van de laatste wagon verdwijnt, ga je op zoek naar de munt die je op de rails had gelegd. Moet je kijken! A nickle smashed flatter than a dime.

Weg is de trein: kedeng-kedeng, kedeng-kedeng, oe-oe. . .

Classic Railroad Songs, volume 1 en 2: Steel Rails (Rounder cd 1128) en Mystery Train (Rounder cd 1129).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden