Boekbeschouwing I Love You Rietveld

Truus Schröder: de zakenpartner, collega én geheime liefde van Gerrit Rietveld

Opdrachtgever, zakenpartner, collega-architect en veertig jaar zijn geheime geliefde: dat alles was Truus Schröder van Gerrit Rietveld. Tot in de verrukkelijkste details schetst Jessica van Geel haar leven.

Cover van het boek. Beeld rv

Jessica van Geel: I love you, Rietveld

Lebowski; 464 pagina’s; € 24,99.

‘Hij heeft het samen met mij gemaakt’, zei Truus Schröder toen in 1970 de Stichting Rietveld Schröderhuis werd opgericht. ‘Ze willen mij er graag afschuiven. Het Rietveldhuis heet het dan, maar daar heb ik me altijd tegen verzet.’ Truus Schröder (1889–1985) líet zich niet afschuiven en daarom staat de wereldberoemde Utrechtse blokkendoos bekend zoals ie bekendstaat: onder hun beider namen, Rietveld én Schröder, architect én opdrachtgever.

Hoewel? Nee, dat was ze dus niet, blijkt uit de biografie I love you, Rietveld die Jessica van Geel aan haar wijdt. Of ja, dat was ze óók, maar ze was veel meer dan alleen opdrachtgever: ze was ook Gerrit Rietvelds zakenpartner, collega-architect en vooral zijn geheime geliefde, meer dan veertig jaar lang.

Het was die liefde tussen de twee, de meubelmaker van eenvoudige komaf en de chique, met een advocaat getrouwde mevrouw Schröder, die Van Geel overtuigde dat er een boek zat in Truus. Van Geel, journalist bij NRC Handelsblad totdat ze ontslag nam om te freelancen, zocht een non-fictie-onderwerp om haar tanden in te zetten. Truus Schröder, opperde haar vrouw, cabaretier Claudia de Breij, op een dag. De Breij had de maker ontmoet van een theatervoorstelling over Bep, Rietvelds oudste dochter. Die had haar leven lang met lede ogen aangezien dat haar vader zijn dagen doorbracht bij een andere vrouw dan die van hemzelf – ‘hij heeft ons half in de steek gelaten’. Voor wie? vroeg De Breij. Wie was die Truus Schröder bij wie Gerrit Rietveld zijn dagen sleet terwijl hij thuis een vrouw en zes kinderen had? Dáár heb je je onderwerp.

Van Geel aarzelde, maar dook toch in de geschiedenis van de bewoners van het Rietveld Schröderhuis  – waar ze inmiddels talloze keren geweest is en dat ze steeds mooier is gaan vinden. Want ondanks haar aarzelingen (zit hier wel een boek in? Zo ja, dan was het toch allang geschreven?) kwam de biografie er, en hoe. Drie jaar lang deed Van Geel onderzoek en in die tijd kreeg ze steeds schatten in haar schoot geworpen, van die schatten waar een biograaf van droomt. Een la met schriftjes vol persoonlijke aantekeningen van Truus bijvoorbeeld, pas nét vrijgekomen in het archief van het Utrechtse Centraal Museum en dus nooit eerder door iemand bestudeerd. Tien oude cassettebanden met opnames van gesprekken met Truus. En een doos vol brieven die een van Schröders kleinzonen voor Van Geel van zolder haalde. ‘Heb je hier wat aan?’

Ze had er wat aan. Tot in de verrukkelijkste details weet Van Geel het leven van haar hoofdpersonen te schetsen: niet alleen dat van Truus, maar ook van Gerrit Rietveld, zijn oudste dochter Bep en Truus’ jongste dochter Han. Die wellicht ook een kind van Rietveld was, suggereert van Geel in haar boek – maar daarover straks meer.

Schröder en Rietveld leerden elkaar kennen in 1911 – ze waren allebei nét getrouwd. Met de verkeerde, zou je nu zeggen: zij met een conservatieve advocaat, hij met een gereformeerde verpleegster, terwijl ze allebei snakten naar kunstzinnigheid en moderniteit. De jonge meubelmaker Rietveld – knappe kop, zwarte kuif – kwam met zijn vader een bureau afleveren op de Biltstraat, waar Truus met haar man woonde in een statig pand. Ze vond het maar een lelijk ding, zei ze over het zware, klassieke bureau dat vader Rietveld had getimmerd. Klare lijnen, zoals die van Berlage, daar was ze ‘naar op zoek in het leven’. Zoon Gerrit Rietveld keek haar verrast aan. Truus, later: ‘Hij zei niets, maar ik voelde dat hij net zo dacht als ik.’

Was het vanaf die dag aan? Truus Schröder heeft er haar leven lang omheen gedraaid, maar feit is wel dat de twee een relatie kregen. Zij en Gerrit werden lid van Utrechtse kunstenaarsverenigingen en organiseerden een Dada-avond (hypermoderne gekkigheid!), terwijl Rietvelds gereformeerde vrouw thuis bij de kinderen in haar bijbel zat te lezen. Doodongelukkig, zei dochter Bep later: ‘Moeder en wij voelden ons afdankers van het mindere soort.’

Truus Schröder werd jong weduwe en vroeg Rietveld een nieuw huis te ontwerpen voor haar en haar drie kinderen – ze wist dat hij meer kon dan meubels maken. Zij had het geld, hij de kennis en kunde (al zou het Rietveld Schröderhuis vanaf dag één lekken). Maar in feite bouwden ze het huis samen: Truus wees aan waar ze de schuifwanden wilde die het huis tot op de dag van vandaag zo ingenieus maken, Truus hamerde op de klare lijnen, de brede ramen, het platte dak. Niet gek dus, dat Rietveld in haar behalve een geliefde ook een collega ontwaarde. Samen vestigden ze in 1925 op de begane grond van het gloednieuwe huis het architectenbureau Rietveld & Schröder.

Rietveld reed er elke ochtend heen op zijn motor, terwijl zijn vrouw thuis wegkeek, en steeds vroeger aan haar borreltje begon. Pas toen zij overleed in 1957 trok Rietveld (onmiddellijk) bij Truus in. Waar nu Japanse architectuurstudenten slofjes aantrekken voor een van de vijf rondleidingen per dag, waren de twee geliefden eindelijk samen. Wie daar in een hoek van de zit-slaapverdieping het ongebruikelijk kleine bed van Truus Schröder ziet, vraagt zich onvermijdelijk af: hoe hebben die twee daar in godsnaam samen ingepast?

Wat ons nog even op Truus’ dochter Han brengt, die net zulke, korte brede handen had als Rietveld, en die net als hij architect is geworden – een teken dat hetzelfde bloed door haar aderen stroomde? Ze heeft nooit kinderen gekregen, dus ze zou moeten worden opgegraven om dat te bewijzen. Voorlopig zijn daar geen initiatieven toe. Bij Gerrit Rietveld was dat wel zo. Dochter Bep heeft haar vader laten herbegraven, wég van Truus, naast wie hij op de begraafplaats lag. Bep was al 81 toen, maar nog steeds speelde oude woede haar parten: ‘De komst van mevrouw Schröder was een ramp!’

Wat een geweldig materiaal voor een biograaf – ja, daar zat dus zeker een boek in en nee, dat was nog niet geschreven. Gelukkig is het er nu. 

Boekenchef Wilma de Rek: ‘Een roman is goed als je erin wilt blijven wonen’

Hoe schrijf je een recensie van een boek? En wat is nou eigenlijk een goed boek? Wilma de Rek, chef van de boekenredactie van de Volkskrant: ‘Je kunt niet zeggen dat een boek goed of slecht is.’ Lees hier het interview.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.