PoëzieGoed&Slecht

Truttige poëzie over de iris en een onuitbloeielijke lelie

De natuur kan truttigheid opleveren en onverwachte schoonheid, ziet Arjan Peters bij Van Herreweghen en Hamelink. 

Beeld Getty, bewerking Studio V

Als de natuur kon terugpraten, had ze ongetwijfeld protest aangetekend tegen de zondvloed aan truttige natuurgedichten. Neem ‘Iris’ van Hubert van Herreweghen (1920-2016), die wordt beschouwd als een van de grote Vlaamse dichters, vandaar dat zijn Verzamelde gedichten zijn verschenen (Uitgeverij P; € 44,50). Hij schreef het ding toen hij 80 was, het eindigt met een muf grapje en hij was er erg tevreden over, gezien de herhalingen die aan een rondeel doen denken (maar dat is na acht regels al klaar). Om uit je vel te springen:

Zie je ’t uit de hoogte of lyrisch,
’t blijft toch een gebeurtenis,
elk jaar als de mei verjaart:
kwetsbaar tussen ’t dubbel zwaard
van de broers dat haar bewaakt,
boven de oksel van het lis,
elk jaar als de mei verjaart,
moeizaam uit de schee geraakt,
zweeft der goden bodin Iris,
elk jaar als de mei verjaart,
kwetsbaar tussen ’t dubbel zwaard,
boven de oksel van het lis,
’t mooiste meisje met een baard

Een heel andere oude bard, die namelijk altijd verrast, is Jacques Hamelink (81). Hij beschrijft in Solituden, songs (Querido; € 17,99) hoe hij de volkomen gelukzaligheid smaakte, gezeten in het ideale café aan de Prins Hendrikkade, gerieflijk volkomen alleen, gezeten aan een tafeltje achter een kop erwtensoep, terwijl Elvis It’s Now or Never zong. 

Deze mag er ook zijn, ‘Doorbloeister’:

Op de verloren plek door geen vandaal opgezocht
waar sporadisch een hond zijn behoefte komt doen,
op de onooglijke en gore plek aan de gerinneweerde

wallekant van de Suezkade, in de klamme vuilnishoek
onderaan een brugboog bloeit hors saison de kansarme,
de witte foeilelijke lelie. In haar laagte staan wij

met haar, beklagen, bewonderen haar. Onglorieuze, alleen
op haar eilandje. Nietteplukken. Jij die tegen het gevloek
in van roestig half onder water stekend balkijzer je geringe

schoonheid ijdel gebruikt. En toch, je kelkwit. Onuitbloeielijk.

Er is veel tegen de lelie in te brengen. Kansarm, foeilelijk, onglorieus. Maar zij laat zich door niets van de wijs brengen. Het laatste woord, fonkelnieuw en fier,  draait alle somberheid de nek om. Op gelijke laagte heeft de dichter iets in de taaie doorbloeister herkend.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden