Tropen, troper, troopst troper, troopst

De samenstellers van de tentoonstelling Die Tropen in Berlijn willen het gebied op een positieve manier belichten. De tropen hebben de wereld iets te melden, stellen zij....

Zeg ‘tropen’ en je denkt aan palmen en goudgekleurde stranden, aan geuren en kleuren, en de groene variëteit van het regenwoud. Zeg nog eens tropen en megametropolen doemen op, de grootste van de wereld, soms wel 25 miljoen inwoners groot, vol misdaad, milieuvervuiling, bittere armoe en puissante rijkdom. Synoniem aan hemel en hel staan de tropen bekend als de meest contrastrijke regio op aarde, gelegen tussen de keerkringen, zo’n 2600 kilometer beneden en boven de evenaar. Regelmatig staat alles er even vol in de zon, zonder een slagje schaduw. Er zijn wetenschappers die denken dat dat iets speciaals met de mens doet.

De tropen zijn ook een constructie, een fantasie van het gematigde Noorden op zoek naar zijn tegenhanger, haast een zaaltekst aan het begin van de tentoonstelling Die Tropen te zeggen. De samenstellers van deze grote tentoonstelling in de Martin-Gropius Bau in Berlijn, die ruim tweehonderd werken uit en over de tropen van vroeger en nu bijeenbrachten, weten als geen ander dat de combinatie van westerse en niet-westerse kunst een explosieve mix kan zijn. Zeker wanneer witte curatoren voor de samenstelling verantwoordelijk zijn. Eén verkeerd woord en je krijgt als curator een complete bibliotheek van recent geschreven postkoloniale ethiek in je nek, met alle fatale gevolgen van dien, althans voor je professionele carrière.

En dus wordt het de toeschouwer in Berlijn op alle mogelijke manieren ingepeperd: stap af van het eigen vooroordeel, verlaat de eurocentrische blik en bekijk alle kunst op eigen merites. Noem haar vooral niet ‘primitief’ of ‘achterlijk’, zoals in sommige Nederlandse kringen inmiddels gangbaar is bij de kwalificatie van alles wat niet-westers is.

De samenstellers van Die Tropen, Alfons Hug, directeur van het Goethe Instituut in Rio de Janeiro en enkele curatoren van het Etnologisches Museum Berlin, hebben een missie. Ze willen de tropen bevrijden van de negatieve berichtgeving waar het gebied al jaren onder gebukt gaat. Er wordt gesproken van een ‘heresthetisering van de tropen’.

Werk van veertig internationale hedendaagse kunstenaars, woonachtig in vijftien landen, tezamen met een selectie van objecten en artefacten van wat de curatoren noemen ‘oude kunst’ uit de verzameling van het Berlijnse Etnologische museum, moet duidelijk maken dat de tropen de wereld iets te melden hebben. Sterker: met het opwarmen van de aarde bieden de tropen zicht op ons aller toekomst. Hug heeft het over ‘het onstuitbare oprukken van de tropen met hun alles verterende verlangen, overstromende zinnelijkheid en koortsige seks.’

De wereld toont zich gevoelig voor deze ietwat hysterische suggestie. Eerdere afleveringen van de tentoonstelling in Rio de Janeiro en Brasilia brachten liefst 500 duizend bezoekers op de been. Ook in Berlijn wordt gehoopt op veel publiek. Men ziet de tentoonstelling daar als een eerste stap op weg naar het prestigieuze Humboldt Forum, een bundeling van instituten van niet-Europese kunst, die zich gaan vestigen in het nog te reconstrueren Berlijnse Stadtschloss, op de plek van het inmiddels bijna gesloopte DDR-Volkspalast.

Voor een tentoonstelling die idee-fixen over de tropen wil bestrijden zit ze opvallend vol clichés. Zaal na zaal volgen beelden van overvloedige natuur, overvloedige waterval, overvloedige plantengroei, overvloedige kleurenpracht, overvloedig geweld en urbanisme. Het is alsof alles, maar dan ook echt alles heftig is op en rond de evenaar. Tropen, troper, troopst.

Regen in de tropen is geen regen maar een zondvloed, zoals in Fiona Tans dubbele video van overlopende blauwe emmers tijdens een tropische regenbui. Een bos is geen bos, maar een ondoordringbare jungle, zoals in Thomas Struths foto’s uit Peru. Een volksfeest is geen folklore, maar een magisch ritueel waar een complete stad van in extase raakt, zoals in een video van Diaz en Riedweg.

Meest typerend is een grote exuberante installatie van een veelkleurige rimboe van takjes en snuisterijtjes die een hele zaal vult. Op de vloer staan een paar door fascinerend rozerode kristallen overwoekerde bureaus. Gerda Steiner en Jörg Lenzlinger verbeelden een door de overwoekerende natuur overgenomen kantoor. Alsof ze willen zeggen dat de mens in tropisch milieu niet veel anders rest dan zich gewonnen te geven.

In de Martin-Gropius Bau worden de tropen gepresenteerd als een broeierig oord waar de natuur het voor het zeggen heeft, even zinnelijk als barbaars, even elegant als wreed, zelfs wanneer ze in haar voortbestaan wordt bedreigd. Want ook daar waar ze is kaalgeslagen en platgebrand als gevolg van voortschrijdende urbanisatie of andere door mensen aangestuurde rampspoed, zet de natuur zich voort in het doen en laten van de mens. In een gigantische muurschildering van Navin Rawanchaikul verandert Bangkok in een urban jungle waarin de erdoorheen krioelende mensenmassa alles doet wat God verboden heeft.

De tropen mogen ons aller toekomst zijn, toch gaat het er niet goed mee, zo blijkt in het grote schilderij Tropical Terminal van Franz Ackerman. Het tot het plafond reikende panorama, opgebouwd uit meerder zones, vol radarachtige notities en grillige banen, is een opzichtige aanklacht tegen de wijze waarop de mens bezig is de tropen te ontzielen, door het compleet in kaart te brengen en te ontginnen. Van elk mysterie ontbloot, worden de tropen zo plat als een dubbeltje, een dom decorstuk in het kitscherige theaterstuk dat de toeristenindustrie van zichzelf heeft gemaakt. Terminale tropen, inderdaad, als waren ze ten dode opgeschreven.

Ook andere kunstenaars luiden de noodklok, zoals de Braziliaanse fotograaf Caio Reisewitz, die in verschillende grote kleurenfoto’s laat zien hoe de mens bezig is de wildernis te temmen in golfterreinen en oranjerieën. Candida Höfer voegt zich bij dat argument met foto’s van dierentuinen en wetenschappelijke verzamelingen. Ze toont zich bezorgd over de wijze waarop de (westerse) mens bezig is zich te vervreemden van dat waar de tropen in zuivere vorm voor staan (paradijselijke natuur, zuiverheid, oorspronkelijkheid).

Hilarisch hoogtepunt in dat verband is Höfers foto van twee wetenschappers aan het werk in het archief van het Berlijnse etnologisch museum. Ze zijn van kop tot voet ingepakt in wit plastic, alsof ze zijn weggelopen uit een forensisch laboratorium. De tropen als object van een absurde crime investigation, als een bittere maskerade die ze als het slachtoffer van een misdaad definieert. Kan de bedreiging van de tropen treffender in beeld worden gebracht?

Een belangrijk ordenend principe in de tentoonstelling is de stelling dat de thematiek in de kunst uit de tropen door de eeuwen heen grotendeels gelijk is gebleven, hoe verschillend ze er ook uitziet. Kunst en leven mogen voortdurend van gedaante veranderen, de grondslag blijft gelijk. Affiniteiten, antipathieën, angsten en conflicten, het zijn kwesties die iedereen evenveel bezighoudt, zowel vroeger als nu. Curator Hug spreekt over de hedendaagse kunst als een ‘nakomeling, die bezig is met oeroude stof’.

Hij haalt Claude Lévi-Strauss aan als degene die zijn stelling wetenschappelijk onderbouwt. De Franse antropoloog die ooit doceerde aan de universiteit van São Paulo en befaamd pleitbezorger was van het magisch denken, stelde dat elke samenleving uit welke regio ook gebaseerd is op een samenstel van waarden die onaangetast blijven in de loop van de tijd. Alleen de manifestaties ervan, met name in kunst, veranderen.

Het bestaan van deze mythische structuur, die in staat wordt geacht om gemeenschappen uit diverse tijden bij al hun verschillen met elkaar te binden, wordt dankbaar omarmd door de tentoonstellingsmakers in Berlijn in hun zoektocht naar verbanden tussen vroeger en nu.

Het gevolg is een tentoonstelling vol bruggetjes. Aandoenlijke bruggetjes, zoals tussen een houten jachtgeest uit Papoea Nieuw Guinea en de junglefoto’s van Struth. Indringende bruggetjes, zoals tussen houten portretten van heersers en koningen en een door Fernando Bryce nagetekend Duits archief uit hun kolonie Papoea Nieuw Guinea. En lullige bruggetjes, zoals tussen een houten sculptuur van een Congolese koning met een schijnbaar zwangere buik, en twee schilderijen met anatomische interpretaties van een aantal bosdemonen, van de Braziliaanse kunstenaar Walmar Corrêa.

Het belangrijkste thema is de magie. Bijna alle getoonde ‘oude kunst’ zijn artefacten die een magische functie hadden en waren bedoeld om contact te leggen met de geesteswereld achter de dingen, of het nu maskers zijn of kleine uit hout gesneden beeltenissen van een gestorvene, die dienden als tijdelijke behuizing van de ziel. Volgens de tentoonstellingsmakers is magie in de kunst tegenwoordig net zo levend als toen. In de video All that’s solid melts into air (Karl Marx) van Vong Phaophanit, blijkt de zucht naar het efemere veel belangrijker dan de (westerse) interesse in materiële welvaart. De Vietnamese kunstenaar vertelt over een bezoek aan de stad Lao, waar zijn moeder vandaan komt. Het is een poëtisch verslag van de strijd tussen moderniteit en traditie in deze arme stad aan de rivier de Mekong, die elk regenseizoen overstroomt.

Terwijl Phaophanit zijn half filosofische, half literaire bespiegelingen voordraagt, kijkt een groep beelden en maskers uit Nigeria en Mexico zwijgzaam toe, zoals trouwens overal in de tentoonstelling de oude kunst stil toeziet op het hedendaagse kunstspektakel. De actuele kunst zet de toon, zoekt het debat, provoceert, en bekritiseert. De oude objecten, hoe schitterend ook, spelen slechts een bijrol. Vervreemd van hun oorsprong en functie, staan ze vooral een beetje mooi te wezen.

Het idee van een connectie tussen dit oude werk en de kunst van nu maakt weinig indruk. Daarvoor zijn de verschillen te groot, de aard van de werken en hun verschijningsvorm te divers. Een gevolg is dat de tentoonstelling min of meer in twee delen uiteenvalt: een actueel deel, dat op zichzelf goed in elkaar zit en een stevige, onderhoudende uiteenzetting over de tropen biedt, en een ontheemd historisch deel, de verzameling van de oude artefacten die als bejaarden op het plein enigszins doelloos rondhangen, terwijl het leven om hen heen voortdendert.

Er valt opmerkelijk genoeg best mee te leven, dankzij enkele ruimtes waarin de jonge kunst en de oude werken wel onder een noemer te plaatsen zijn, zoals bijvoorbeeld in een kabinetje waarin theatrale maskerades centraal staan, met onder andere Wayang-Golekpoppen uit Indonesië en een uit hetzelfde land afkomstige video over dans en travestie. Maar het blijft over het geheel gezien een ongelukkige mix.

Die Tropen past in een reeks van recente grote tentoonstellingen die proberen niet-westerse kunst terug te brengen naar een artistiek discours. Na jaren waarin alle aandacht in de kunst vooral is uitgegaan naar de politieke aspecten van de niet-westerse kunst, haar actuele context, die veelal problematisch was, lijken tentoonstellingsmakers steeds vaker te opteren voor een andere benadering, een die optimistischer van toon is en de artisticiteit en het vakmanschap van de kunst voorop stelt.

Okwui Enwezor, curator van de door oorlog en geweld gekleurde Documenta 11, maakte onlangs Snap Judgments, een tentoonstelling met Afrikaanse fotografie die een meer positieve boodschap over het continent wilde uitdragen en eerst en vooral graag gewoon heel goede fotografie wilde brengen. Ook de laatste Documenta van een jaar geleden, met zijn motto van de Migration der Formen (migratie van de vorm) zoals directeur Roger Buergel dat omschreef, integreerde niet-westerse kunst uit oude tijden met hedendaagse kunst uit alle regio’s van de wereld, in een poging alternatieve esthetische verbanden te smeden en onbekende artistieke tradities bloot te leggen.

Die Tropen volgt een vergelijkbaar spoor. De hier getoonde kunst durft weer esthetische te zijn en te spreken en wordt in verband gebracht met haar artistieke wortels, hoe wankel dat argument in Berlijn ook mag zijn uitgewerkt. De belangrijkste boodschap is dat er na jaren van moeizame politieke discussies weer gewoon genoten mag worden van de kunst uit niet-westerse delen van de wereld. Het publiek haalt zichtbaar opgelucht adem.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden