Trombone en orkest bereiken de leegte als os en kosmos

Werken van Sofia Goebajdoelina, Toshio Hosokawa en Dmitri Sjostakovitsj door het Schönberg Ensemble o.l.v. Reinbert de Leeuw. Concertgebouw Amsterdam. 12 nov....

PAY-UUN HIU

Componisten leer je natuurlijk in de eerste plaats kennen door hun eigen werken. Maar laat ze een keuze maken uit het werk van hun collega's en ze geven misschien wel meer van zichzelf prijs. Dat is één van de gedachten die de zes concerten in de serie Tijdgenoten in het Amsterdamse Concertgebouw verbindt. In dat licht is het veelzeggend dat van de zes componisten die door het Asko Ensemble en het Schönberg Ensemble zijn aangezocht, de Russische Sofia Goebajdoelina de enige is die een jongere, nog niet gearriveerde componist koos.

Zo klonk dus woensdag tijdens de avond van Goebajdoelina de wereldpremière van Voyage III van de in 1955 geboren Japanner Toshio Hosokawa. 'Er is een mate van overeenkomst tussen mijn werk en dat van Goebajdoelina', zei Hosokawa in een gesprek voorafgaand aan de première, die door de VPRO werd uitgezonden.

Op het eerste gehoor ligt die overeenkomst vooral in de subtiliteit van de rijke en gevarieerde kleurschakeringen waarmee ze hun muziek vormgeven. In Voyage III voor solo-trombone (met verve vertolkt door Michael Svoboda) en ensemble zijn de ragdunne lijnen steeds in andere kleurtinten getekend, afgewisseld met grotere 'klankvlekken'. Eenzelfde gevoel voor klanknuance en afkeer van zware contouren is te herkennen in Goebajdoelina's Descensio uit 1981 en Nacht in Memphis, een cantate voor mezzo-sopraan (met diep en gloedvol timbre gezongen door Helena Rasker), mannenkoor (op band) en orkest uit 1968/1992.

Maar onder de kleurschitteringen van beiden ligt een geestverwantschap die zich nog het best laat omschrijven als de ziel van de muziek. Beide componisten weten een muzikale spanning te bereiken waarvoor termen als expressie en emotie ontoereikend zijn, maar ze doen dat vanuit verschillende achtergronden; Hosokawa beroept zich op het Zenboeddhisme en Goebajdoelina noemt Webern en Sjostakovitsj als haar grote voorbeelden.

Het heeft te maken met zulke tegenstrijdige zaken als jezelf te zoeken door jezelf te vergeten, persoonlijke muziek te schrijven door het ego uit te bannen, menselijkheid en engagement te uiten door de abstractie van de klank voorop te stellen. Het best omschrijft Hosokawa het zelf in zijn verwijzing naar de reeks Zenboeddhistische prenten die ten grondslag ligt aan zijn Voyage III. Op deze prenten symboliseert een os de mens in verschillende stadia. De achtste en laatste prent is leeg.

Zo kun je de trombonist zien als de os en het ensemble als de hem omringende kosmos. Met toenemende intensiteit bereiken ensemble en trombonist het punt van leegte, waarna de trombonist vanuit dat niets zijn solocadens inzet. Het is een gevaarlijk simpel concept, maar wel één dat aan Reinbert de Leeuw en het Schönberg Ensemble is toevertrouwd. Met die graad van perfectie mag de serie 'Tijdgenoten' gerust 'Tijdgenieten' heten.

Pay-Uun Hiu

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden