Treurspel rond dekolonisatie van Indonesië

'Het treurspel der gemiste kansen.' Zo wordt de laatste episode van de koloniale betrekkingen tussen Nederland en Indonesië wel genoemd. Mogelijkheden van een geleidelijke, vreedzame soevereiniteitsoverdracht bleven jammerlijk onbenut. Naarmate meer militairen naar 'de Oost' werden gestuurd, nam de wederzijdse vijandigheid toe.

In Echo's van Indië laat NRC-redacteur en schrijver Kester Freriks (1954) zien hoe het treurspel zich voor individuele betrokkenen heeft ontvouwd, en welke gevolgen zij daar later van ondervonden. Hij sprak met oorlogsveteranen uit beide kampen, met nazaten van het Chinese volksdeel, met Molukkers en met Nederlanders - destijds nog kinderen of jong volwassenen - voor wie Indonesië ('Indië past mij beter', zegt een van hen) het vanzelfsprekende en onvervreemdbare thuisland was.

Liefdevolle betrokkenheid

Freriks, wiens ouders zich vijf jaar na de soevereiniteitsoverdracht in Indonesië vestigden, toont zijn liefdevolle betrokkenheid bij het land waar hij is geboren, legt compassie aan de dag voor al die mensen die met de beste bedoelingen het verkeerde deden, en lijdt voelbaar onder de vaststelling dat het drama van de jaren 1945-'49 mogelijk voorkomen had kunnen worden als de kolonisatoren de tekenen des tijds hadden verstaan.

In plaats daarvan waren zij vervuld van de eigen beschavingsmissie en relativeerden zij de kracht van het Indonesisch nationalisme. Dat deden zij voor de Tweede Wereldoorlog, maar ook nog na de 'Proklamasi' van de Indonesische onafhankelijkheid, op 17 augustus 1945. Lezers van het Algemeen Handelsblad werden pas een maand later over het ontstaan van de 'zogenaamde repoebliek' geïnformeerd. Voor de Nederlandse elite in Indonesië, nog in 'Jappenkampen' verblijvend, en voor het moederland - net bevrijd van de nazi's - is de republiek een creatie van de Japanse bezetters.

Persoonlijk

In het licht van de omstandigheden van 1945 is het alleszins begrijpelijk dat veel Nederlanders er zo over dachten. President Soekarno had onmiskenbaar met de Japanners gecollaboreerd. De eerste fase van de Indonesische revolutie - de zogenoemde bersiap-periode - ging met gruwelijkheden tegen Nederlanders en hun veronderstelde helpers gepaard. Verbazingwekkend is echter dat zoveel Nederlanders zolang vasthielden aan de opvatting dat Soekarno slechts door een kleine minderheid van de Indonesiërs werd gesteund.

Nog steeds weten wij bitter weinig van het sinistere krachtenspel tijdens de dekolonisatie - om nog maar te zwijgen over de eeuwen die eraan voorafgingen. Het boek van Freriks - hoe aardig en elegant ook - kan dat euvel niet verhelpen (wat hij overigens ook niet pretendeert). Daarvoor is het te impressionistisch en te persoonlijk. Het is vooral een boek voor mensen met een Indisch verleden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden