BeschouwingAlzheimer in thrillers

Trend in thrillers: de detective met alzheimer

Een moordenaar met geheugenverlies, een inspecteur die het even niet meer weet: alzheimer biedt thrillerschrijvers vele mogelijkheden. Die ze steeds vaker benutten.

Beeld Leonie Bos

Alzheimer. Commissaris Vincke keek nog een keer op zijn blocnote: ‘De ziekte van Alzheimer. Daar had hij nog nooit van gehoord. De Vlaamse commissaris, een van de hoofdpersonen in De zaak Alzheimer van Jef Geeraerts, zit tegenover een huurmoordenaar die zegt ziek te zijn. De naam van zijn ziekte is de man – niet verwonderlijk – vergeten en de naam van zijn psychiater in Amerika ook. Gelukkig staat die in zijn opschrijfboekje en zo kan Vincke hem bellen. Alzheimer dus. Een ziekte die hersencellen vernietigt. De psychiater vertelt hem ook over het verloop. Hoewel huurmoordenaar Ledda vooralsnog af en toe een naam vergeet, maar nog prima in staat blijkt gedetailleerd verslag te doen van de ingewikkelde reeks moorden die hij recentelijk op bestelling heeft gepleegd, is de prognose dramatisch: zo’n drie maanden tot een jaar en dan is er van zijn hersenen niets meer over.

Het is duidelijk dat ook Jef Geeraerts zelf niet veel verstand had van alzheimer. En daarmee was hij in 1985, toen het boek verscheen, in royaal gezelschap: behalve neurologen en psychiaters kende nog vrijwel niemand het woord alzheimer, laat staan dat duidelijk was wat het precies inhield. Natuurlijk waren er talloze ouderen die vergeetachtig werden of ’s nachts in pyjama de straat opgingen en waren er evenveel verontruste familieleden die de zorg voor hen hadden. Maar daarvoor waren woorden in omloop als ouderdomsseniliteit en aderverkalking. Het hoorde erbij en een groot probleem leek het niet. Het Nederlandse publiek werd wakker geschud door een aan dementie gewijde uitzending van het tv-programma Koos Postema in gesprek, in januari 1984. De ruim twintigduizend, vaak emotionele telefonische reacties die de Stichting Korrelatie daarop binnenkreeg, lieten zien dat er wel degelijk een probleem was, een probleem dat met de toenemende vergrijzing alleen maar omvangrijker zou worden. Er bleek een grote behoefte aan informatie en steun, en nog hetzelfde jaar werd daartoe de Alzheimerstichting opgericht.

Inmiddels is elke informatieleemte tot overlopen toe gevuld met artikelen, documentaires en boeken van al dan niet bekende zonen of dochters van demente ouders, ervaringsverhalen van mensen met beginnende alzheimer, romans en films als Iris (2001), The Notebook (2004) en Still Alice (2015). Het beeld van de alzheimerpatiënt werd bekender, menselijker en gevarieerder.

Toen De zaak Alzheimer in 2003 werd verfilmd, was de toename van kennis terug te zien in het bijgestelde beeld van Ledda. In plaats van de door Geeraerts beschreven zelfverzekerde huurmoordenaar met niet meer dan een geheugenprobleempje, zien we een onzekere man met hinderlijke black-outs die voortdurend aantekeningen maakt op zijn arm om zich in een steeds chaotischer wereld staande te houden.

Vele mogelijkheden

Meer en meer thrillerschrijvers zijn de mogelijkheden van deze chaotische wereld gaan exploreren. Hoe die wereld er voor de alzheimerpatiënt zelf uitzag, bleef natuurlijk gissen voor de niet-patiënt. Toch sloegen schrijvers ook daarnaar een slag, gesteund door alle informatie.

De Amerikaanse schrijver Alice LaPlante was de eerste die het plot van een thriller baseerde op het gezichtspunt van de demente hoofdpersoon. In haar in 2011 verschenen Hersenspinsels moeten we vanuit de verwarde notities en herinneringen van een chirurg met alzheimer zien op te maken of klopt wat de politie vermoedt: dat ze haar beste vriendin heeft vermoord, om vervolgens met chirurgische precisie de vingers van de hand van het slachtoffer te amputeren.

In 2014 volgde de Engelse schrijver Emma Healey hetzelfde procedé met Ze is zoek, over de dementerende Maud. Met haar zwaar aangetaste geheugen blijft zij ervan overtuigd dat een goede vriendin is vermoord en mengen haar verwarde ideeën zich met herinneringen aan haar zus, die een halve eeuw eerder is verdwenen.

In beide boeken zijn verwarring en feiten ingenieus verweven en is de alzheimer eerder onderdeel van een knap spel dan een akelige ziekte.

Ook de alledaagsere kommer en kwel krijgt ruim baan in de aanzwellende stroom thrillers waarin alzheimer een cruciale rol speelt. Zo toont de oogst van het afgelopen jaar naast de gebruikelijke geheugenproblemen ook de kwetsbaarheid van de patiënt, het juk van de mantelzorger, de angst van familieleden voor de erfelijkheid van alzheimer en de oplaaiende paniek als de eerste tekenen erop wijzen dat de diagnose onontkoombaar is.

Beeld Leonie Bos

De kwetsbaarheid van de alzheimer­patiënt en de mogelijkheid hem te misbruiken staan centraal in In het donker van de Amerikaanse auteur Cara Hunter. In de afgesloten kelder van het huis van een dementerende man worden toevallig, door een verbouwing bij de buren, een vrijwel uitgehongerd meisje en haar 2-jarige peuter gevonden. De verwarde man weet van niks. Toch lijkt alles erop te wijzen dat hij een pedofiele bruut is. Is hij het compleet vergeten? Doet hij alsof? Of is hij er gruwelijk ingeluisd?

De mantelzorger heeft de hoofdrol zowel in het onlangs verschenen Winterland van het Deense schrijversduo Faber en Pedersen als in Wild vlees (2019) van de Vlaamse Rudy Morren. In Winterland is inspecteur Juncker ingetrokken bij zijn dementerende vader. Terwijl zijn vader de weg kwijtraakt, onzindelijk wordt en alle hulp weigert, kan hij zich onmogelijk concen­treren op een dubbele moord en een terreuraanslag, en raakt langzaam uitgeput.

In Wild vlees is de vereenzaamde Dirk, die kampt met een hoop persoonlijke problemen, een toegewijde mantelzorger die dagelijks zijn demente moeder bezoekt in het verpleeghuis. Dat valt niet mee, vooral ook omdat hij bang is erfelijk belast te zijn. Hij doet er alles aan – hij koopt een stappenteller, eet gezond, wordt lid van een koor, toont ­interesse in nieuwe dingen – om zijn geest gezond te houden.

Aftakeling

In vrijwel alle thrillers waarin alzheimer een rol speelt, ligt de nadruk op de aftakeling die bij de ziekte hoort, het vermorzelde geheugen, het verlies van decorum. Voor wie eenmaal door de ziekte is getroffen, valt het doek. Dat geldt ook voor de waarschijnlijk beroemdste alzheimerpatiënt van de thrillerliteratuur: Kurt Wallander. Over deze politie-inspecteur schreef de Zweedse schrijver Henning Mankell een reeks thrillers in de jaren negentig. Na tien jaar stilte sloot hij die af met De gekwelde man (2009), waarin Wallander last krijgt van ‘een soort vergeetachtigheid die hij niet herkende. Een duisternis die hij niet met lampen wist te verlichten.’ Hij weet dan al hoe laat het is: ‘Hij zou langzaam verdwijnen in het lege universum dat alzheimer heet.’

Met deze ontwikkeling zette Manning resoluut een streep onder de reeks. De impliciete boodschap was immers: wie alzheimer heeft, kan geen held meer zijn in een politieserie.

Maar dan betreden Teresa Battaglia en Hanne Lagerlind-Schön het veld. Beiden zijn ze werkzaam als profiler bij de politie, beiden zijn ze de heldin van het verhaal. En beiden lijden ze al vanaf de eerste pagina’s aan alzheimer. Teresa kreeg van de Italiaanse schrijver Ilaria Tuti zelfs een trilogie, waarvan de eerste twee delen inmiddels zijn verschenen. Hanne heeft de hoofdrol in Dagboek van mijn verdwijning (2019), van de Zweedse auteur Camilla Grebe, en maakt een korte comeback in het zojuist verschenen In slaap gevangen. Teresa en Hanne hebben meer gemeen: beiden proberen ze (vergeefs) hun ziekte verborgen te houden voor hun collega’s, ze houden allebei een dagboek bij om hun haperende geheugen te stutten, en hoewel ze beiden black-outs hebben en er steeds meer gaten in hun geheugen vallen, blijft hun scherpzinnigheid onaangetast. Datzelfde geldt voor het respect van hun collega’s. Hanne heeft zich in In slaap gevangen teruggetrokken in een dorpje op het platteland, waar een vrouw haar verzorgt en behoedt voor ongelukken. Maar als haar vroegere collega’s vastlopen in een onderzoek, bezoeken ze haar: ‘Als we haar straks zien, vertel ik hoe ver we met het onderzoek zijn en laat ik haar het gedicht zien enzovoort. Daar laat ik haar dan spontaan op reageren want haar cognitieve vermogen is in feite intact.’

En Teresa, die zichzelf bij de les houdt met briefjes, puzzeltjes en een zilveren armbandje om haar pols met de tekst ‘Teresa Battaglia. Zo heet je’, voelt zich ondanks de verwarring en de angst toch niet in de eerste plaats patiënt: ‘Als ik ’s ochtends mijn ogen open doe ben ik een politievrouw. Elke dag, elk uur.’

In de verhalen van Hanne en Teresa ligt de nadruk niet zozeer op wat er allemaal wegvalt, als wel op hun sterke punten, op wie ze nog altijd zijn. Je zou het de emancipatie van de alzheimerpatiënt kunnen noemen. De schrijvers lopen daarmee in de pas met een trend die ook steeds meer de nadruk krijgt in de non-fictie over alzheimer. Door te benadrukken wat mensen nog wel kunnen en dat te versterken, blijkt er nog een heel leven te gaan tussen de eerste tekenen van de ziekte en Wallanders onvermijdelijke ‘verdwijnen in het lege universum dat alzheimer heet’.

Ilaria Tuti: De slapende nimf (2020). Uit het Italiaans vertaald door Saskia Peterzon-Kotte. Xander; 464 pagina’s; € 21,99.

Camilla Grebe: In slaap gevangen (2020). Uit het Zweeds vertaald door Ydelet Westra. Cargo; 416 pagina’s; € 20,99.

Kim Faber & Janni Pedersen: Winterland (2020). Uit het Deens vertaald door Corry van Bree. HarperCollins; 416 pagina’s; € 21,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden