Transito

Een glimp van het Al

Het nieuwe boek van Joost Zwagerman heeft geen ondertitel en de lezer weet pas wat voor een boek hij in handen heeft, als hij de inhoudsopgave opslaat. Hij ziet dan afdelingen met namen die ongeveer aansluiten op de titel, 'Transito': 'Scheepsgang', 'Zichtbaar zingbaar stof', 'Go West!', 'Hollandse waterlinie' en 'Ankerplaats'.

De eerste vier bespreken respectievelijk beeldende kunstenaars, fotografen, Amerikaanse auteurs, Nederlandse auteurs en wat ik maar even het Nederlandse literair klimaat noem; de laatste afdeling bevat een aantal aardige autobiografische stukken. Uit de verantwoording achter in het boek blijkt dat alle stukken eerder verschenen zijn in tijdschriften en kranten of in boekvorm. Het zijn merendeels 'gelegenheidsstukken', artikelen dus die geschreven zijn naar aanleiding van een recente publicatie of een tentoonstelling.

Ik schrijf dit allemaal zo omstandig op omdat Zwagerman er blijkbaar van af heeft gezien Transito een essaybundel te noemen. En dat is verstandig omdat de geïntendeerde houdbaarheid van essays over het algemeen langer is dan die van door de actualiteit opgeroepen kranten-en tijdschriftstukken, en de eisen die een lezer aan een artikel stelt anders zijn dan die aan een essay. Van het eerste wil je informatie, liefst grondig, en van het tweede verwacht je een grote, persoonlijke greep.

Overigens bevat Transito wel degelijk een groot aantal essays, zoals de polemische en veel becommentarieerde Kellendonk-lezing 'Tegen de literaire quarantaine', een idiosyncratisch overzichtsstuk over het werk van de dichter Pieter Boskma, een stuk over de literaire verbeelding van suburbia en twee essays over de oeuvres van de schilders Gerhard Richter en Willem de Kooning. Over de status van een aantal andere stukken, zoals onder meer die over de fotografen Diane Arbus en Nan Goldin en de schrijver Charles Bukowski, valt te twisten.

In Transito is naar mijn mening het korte-termijnwerk vaak beter geslaagd dan de essays. De stukken in de afdeling 'Go West!' over hedendaagse Amerikaanse literatuur van grootmeesters als Truman Capote, John Updike en Philip Roth of van jongere auteurs als Dave Eggers, A.M. Homes en Jay McInerny, geschreven naar aanleiding van nieuwe publicaties, zijn meer dan recensies. Het zijn intelligente commentaren en interpretaties die je doen verlangen naar lezen of herlezen.

Meer dan eens confronteert Zwagerman een Amerikaans boek met vergelijkbare Nederlandse werken. In een mooi stuk over Joan Didions boek over de rouw na de dood van haar man, The Year of Magical Thinking, betrekt hij Connie Palmens I.M. en P.F. Thoméses Schaduwkind: het introduceert op deze manier het Amerikaanse boek bij de Nederlandse lezer en geeft tegelijkertijd alle drie de boeken een perspectief.

Hij gebruikt zonder ijdelheid zijn eigen werk, de roman De buitenvrouw, in het eerdergenoemde stuk over de suburbia, Het fluwelen vacuüm, waarin verder Updike en Douglas Coupland - en de film American Beauty - figureren. Op deze manier laat Zwagerman iets van de achtergronden van zijn eigen werk zien en positioneert hij zichzelf in een internationale literaire context. Hoe goed deze stukken op dit moment ook mogen zijn, ze verliezen een deel van hun betekenis wanneer nieuwe boeken van of over deze auteurs verschijnen, wanneer met andere woorden de tijd verstrijkt.

De essays in de bundel gaan merendeels niet over literatuur, maar over beeldende kunst en fotografie. Het essay waarmee de bundel opent - en daardoor een zweem krijgt van een programma: dit is ook wat ik, Zwagerman, voorsta - doet een poging inzicht te krijgen in het werk van Gerhard Richter. Het gaat Zwagerman vooral om het feit dat Richter geen vaste stijl heeft, de persoonlijkheid van zichzelf ontkent, 'geen ideologie, geen religie, geen betekenis, geen verbeelding, geen ontdekking, geen creativiteit, geen hoop' - ik citeer uit Transito - erkent. Desondanks zoekt Zwagerman naar éen betekenis, en dat moet wel mis

lukken: 'de schoonheid' waarmee hij ten slotte schuchter voor de dag komt, overtuigt mij althans niet.

De zucht naar dat ene idee dat achter een oeuvre schuilt, vind je in de meeste van Zwagermans essays en stukken over beeldende kunst. Bij De Kooning gaat het om 'Een glimp van Het al', bij Arbus is het kernwoord 'intimiteit', over Warhol lees je na een bepaalde karakterisering: '[...] dáár ging het Warhol om' en ten slotte apodictisch: Nan Goldin 'fotografeert óns'.

Ondanks Richters aantrekkelijke voorbeeld van 'stijl- en betekenisloosheid' ontkomt Zwagerman niet aan een interpretatieve benadering van de kunsten, en de wens tot betekenis geven, tot een alomvattende interpretatie, tekent hem als wat hij is: een letterkundige. Hedendaagse beeldende kunst onttrekt zich mijns inziens veelal aan die talige onderneming; Zwagermans ondanks alles serieuze kunstessays doen dan ook een beetje geforceerd aan.

Die letterkundige is ook aan het woord in dat onontkoombare stuk over de 'Literaire quarantaine'. Zwagerman polemiseert tegen een literaire opvatting, of beter nog een literaire wereld. In die wereld figureren allerlei types die de actualiteit buiten de deur willen houden, ook - of zelfs - de actualiteit van de dramatisch veranderde westerse cultuur van na 11/9 (en na Fortuyn en Van Gogh). Ik geloof niet dat die wereld bestaat: het is een Zwagerman-zetstuk in een polemiek.

Een tweede polemische pijl die Zwagerman voor mij niet navolgbaar verbindt met zijn eerdere punt, richt hij op het door hem geconstateerde gebruik van morele oordelen in de literaire kritiek, door onder anderen Aad Nuis, Anil Ramdas en Michaël Zeeman. Misschien waren de stukken van de heren niet goed, maar wat is er eigenlijk mis mee? Ethiek en esthetiek zijn in de literatuur nu eenmaal op soms onontknoopbare wijze met elkaar verstrengeld. En praten over esthetiek gaat dus af en toe bij wijze van ethiek (en omgekeerd).

Het irritante van Zwagermans stuk is dat je wel ongeveer kunt navoelen wat hij probeert te zeggen, maar dat hij het niet helder over het voetlicht krijgt, omdat hij de polemische en niet de essayistische vorm heeft gekozen. De discussie kan dus alleen maar meer verwarring scheppen - en deed dat dan ook. In plaats van tegen zelfgecreëerde spoken te vechten, had hij er beter aan gedaan zijn ideeën wat preciezer uiteen te zetten. Een ondertitel als 'Essays' bij Transito had hem daartoe misschien kunnen dwingen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden