Traditie beschermt literatuurprijzen tegen gemakzuchtige tv

Niet het geld, niet de televisie, maar de traditie bepaalt de status van een literaire prijs.

De NS Publieksprijs wordt in De Wereld Draait Door uitgereikt, aan het eind van een uitzending waarin de genomineerden nog wel aan tafel hebben mogen zitten maar hun werkelijk niets over hun boek is gevraagd. Beeld anp

Als de beoogde laureaat niet in het buitenland vertoeft, zonder dat hij of zij telefonisch verwittigd kan worden - en dat is in het geval van Nederlandse auteurs geen hypothetische situatie -, dan kan aanstaande dinsdag bekendgemaakt worden wie de winnaar is van de P.C. Hooftprijs (60 duizend euro). Traditiegetrouw wordt die pas in mei van het komend jaar uitgereikt. We kunnen ons vervolgens een halfjaar op de receptie verheugen.

Gaat het om een bekende naam, dan zien we de auteur dinsdagavond misschien zelfs een half minuutje in het NOS Journaal verschijnen. Daarnaast is de kans groot dat de serieuze kranten het bekroonde oeuvre nog eens onder de aandacht brengen.

Geen spektakel, evenmin gênante taferelen. De P.C. Hooftprijs heeft prestige, net als de driejaarlijkse Prijs der Nederlandse Letteren (40 duizend euro), de jury is soeverein, en als er al eens op Twitter wordt gezanikt over de toekenning ('Huh, Astrid Roemer, Anneke Brassinga of Tonnus Oosterhoff, moeten we die kennen?'), dan leidt dat niet tot polemieken. Dus het antwoord is ja, die namen hoor je inderdaad te kennen, wanneer je ook maar enigszins belangstelling hebt voor de vaderlandse letteren. Als je weleens een boek of krant las, dan kénde je ze ook al lang.

De aandacht die de televisie besteedt aan literatuurprijzen, is niet van invloed op de status ervan. Sterker nog, de gemakzucht die daar dikwijls aan de dag wordt gelegd als het om literatuur gaat, uit kennelijke angst om 'het grote publiek' met iets ongrijpbaars af te schrikken, kan aan de prijzen afbreuk doen. Aan de NS Publieksprijs bijvoorbeeld is niets te verliezen: die wordt door een twijfelachtige combinatie van een 'lezersjury' (alsof jury's van boekenprijzen doorgaans iets anders doen dan lezen), verkoopcijfers en publieksstemmen bepaald, en in De Wereld Draait Door uitgereikt, aan het eind van een uitzending waarin de genomineerden nog wel aan tafel hebben mogen zitten maar hun werkelijk niets over hun boek is gevraagd.

De jaarlijkse ECI Literatuurprijs (50 duizend euro) heeft wel een naam te verliezen. Die heette tot 2014 AKO-prijs, en nadat die in het verleden ook al eens een paar jaar Generale Bank Prijs heette, is alweer een nieuwe naam geen teken van bestendigheid. Daar kwam bij dat de jury, die niet alleen fictie maar ook non-fictie (essays, biografieën, studies) beoordeelt, dit keer niet één non-fictietitel nomineerde, en voor deze ongekende afstraffing van een compleet genre geen verklaring gaf. Dat vervolgens Marja Pruis een nominatie kreeg voor haar roman Zachte riten, terwijl haar collega-redacteur bij De Groene Amsterdammer Joost de Vries in de jury zat, gaf weer eens voeding aan de aloude verdachtmaking dat het literaire wereldje niet vrij is van vriendjespolitiek.

Ten slotte was in de Nieuwsuur-uitzending op 10 november te zien dat de relatief onbekende Martin Michael Driessen de prijs kreeg voor zijn verhalenbundel Rivieren zonder dat de kersverse winnaar ook maar één vraag over zijn boek werd gesteld. Dat was Nieuwsuur onwaardig en de ECI-prijs kan op deze manier de concurrentie met de Libris Literatuurprijs voorlopig vergeten. De Librisprijs bedraagt ook 50 duizend euro, is voor een roman uit het voorafgaande jaar, wordt altijd in mei uitgereikt in het Amstel Hotel in Amsterdam, en de winnaar komt ook al jaren bij Nieuwsuur in beeld én aan het woord. Om de Librisprijs hangt de rust van de traditie en die stut de statuur.

Nobelprijs

Vandaag haalt de Groningse chemicus Ben Feringa zijn Nobelprijs op in Stockholm. Heel feestelijk natuurlijk. Maar hoe zinnig zijn prijzen in wetenschappen (en literatuur) eigenlijk?

Overigens worden jaarlijks jonge prozaïsten en dichters gelauwerd met de ANV Debutantenprijs (euro 7.500), BNG-prijs (euro 15.000), Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs (euro 6.000), de tweejaarlijkse Anton Wachterprijs (euro 1.500) en de Buddingh'-prijs (euro 1.200). Bij die uitreikingen overheerst oprechte blijdschap en dat is goed te begrijpen: de eerste prijs die je krijgt, zal altijd een speciale glans houden. In de euforie is er niemand die de televisiecamera's mist.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden