Traag wifi? Zeven tips voor een betere internetverbinding

Er valt wat te doen aan een slechte, draadloze internetverbinding. En het zijn niet eens dure oplossingen.

Een draadloze routerBeeld EPA

De bovenbuurman heeft het, de onderbuurvrouw heeft het, dat vriendelijke stel van hiernaast heeft het en zelf heb je het ook: wifi. Het is misschien wel de beste uitvinding sinds het internet: draadloos internet. Helaas heeft het succes ook een keerzijde: al die huishoudens met wifi beginnen elkaar in de weg te zitten. Dit komt doordat al deze apparaten gebruikmaken van min of meer dezelfde frequentie. Die ook nog eens wordt gebruikt door onder meer de magnetron, elektronische deurbellen, onlinemuzieksystemen, sommige babyfoons en draadloze muizen en toetsenborden. Gevolg: door de grote drukte wordt de verbinding traag of valt soms helemaal weg. Volgens een verkennend onderzoek dat de Universiteit Twente enkele weken geleden publiceerde, wordt in sommige gevallen maar 20 procent van de beloofde snelheid gehaald.

Gelukkig zijn er manieren om de snelheid van het draadloze thuisnetwerk te vergroten. Zeven tips voor sneller internetten.

1 Haal de draadloze router uit de meterkast.
De wifi-router wordt vaak in de meterkast geplaatst. Dat heeft voordelen, omdat hij dan dicht bij het (kabel)modem staat en er kunnen makkelijk andere apparaten op worden aangesloten.

Bovendien staat de draadlozer router daar lekker uit het zicht. Maar gunstig is het allemaal niet. De meeste meterkasten zijn vlak bij de voordeur en dat betekent dat zomaar de helft van het wifi-signaal de straat op wordt gestraald in plaats van het huis in. Een tweede nadeel is dat in de meterkast veel stroomleidingen lopen. Deze koperdraden verstoren het radiosignaal van de router. Gevolg: slechte ontvangst.

Kijk daarom eens wat er gebeurt met de kwaliteit van de verbinding als het apparaat buiten de meterkast wordt geplaatst. Liefst op een centrale plaats in huis. Vermoedelijk zal de verinding een stuk beter worden.

2 Zet de router niet op de grond.
Achter de bank staat zo'n router lekker uit het zicht, maar als hij op de grond staat, zal het signaal vermoedelijk beroerd zijn. Heuphoogte is beter.

3 Verander het kanaal waarop je router uitzendt.
Net als radiozenders kan een wifi-router op meerdere kanalen uitzenden. Als de buurman toevallig op hetzelfde kanaal zit, ontstaan storingen en dat betekent lagere snelheden. Er is een handig programmaatje (Google op 'inSSIDer') dat precies laat zien op welke kanalen jouw router uitzendt en waarop de buren zitten. Bij mij thuis bleek dat een van de buren behoorlijk in mijn wifi-biotoop zat te surfen, dus heb ik mijn kanalen aangepast. Wijzigen gaat vrij makkelijk via de webinterface van de router. De handleiding weet hoe.

4 Installeer een repeater.
In veel moderne huizen is met name de ontvangst op de eerste of tweede verdieping vaak matig. Een repeater kan helpen het bereik te vergroten. Dit apparaat wordt geplaatst op een plek waar het signaal van de basisrouter nog net acceptabel is, bijvoorbeeld op de eerste verdieping. De data die op de eerste verdieping bij de repeater aankomen, krijgen van dit apparaat een virtuele zwieper, waardoor ze ook de tweede verdieping bereiken. Resultaat: er kan worden geïnternet op de eerste én tweede verdieping. Nadeel: de hoeveelheid data die kan worden verstuurd, ligt in veel gevallen op de helft van de oorspronkelijke snelheid. Maar voor de meeste toepassingen is dit vaak voldoende. Re- peaters zijn niet duur, al vanaf een euro of 40 is er een fatsoenlijk apparaat te koop.

5 Zoek de zwakke plekken.
Soms heb je gewoon pech en is op de plek waar je meestal met je laptop zit te internetten net sprake van een black spot. Ga je twee meter verder zitten, dan kan het signaal ineens weer prima zijn. Er zijn diverse apps waarmee je de kwaliteit van het draadloos internet kunt testen, zoals Network Multimeter voor Android en iPhone (79 cent). Met deze eenvoudige meter kun je op elke plek zien hoe het is gesteld met de snelheid en reactietijd van een wifi-netwerk. Werkt ook op kantoor en in het café om de beste werkplek te vinden.

6 Sluit ramen en deuren
Zeker bij moderne woningen met dubbel, superisolerend glas kan het een groot verschil maken of ramen of (terras)deuren openstaan. Dubbel, extra isolerend glas houdt radiosignalen gedeeltelijk tegen. Op een zomerdag, als iedereen zijn ramen open heeft staan, kunnen er daardoor veel meer wifi-stoorzenders binnendringen. Deuren en ramen sluiten helpt deze ongenode gasten buiten te houden.

7 Gooi je draadloze router het raam uit
Als niets helpt om sneller te internetten, is er nog een andere oplossing: gebruik een draadje. Netwerkkabels halen hoge snelheden en hebben geen last van stoorzenders. Andere oplossing: gebruik de elektriciteitskabels in huis om het internetsignaal mee te verspreiden. We hebben vorig jaar een zogenoemd dLAN-systeem getest van Devolo en dit werkte voortreffelijk. Je steekt er een in het stopcontact bij het internetmodem, en één in het stopcontact bij de pc. Het dLAN-systeem biedt hoge snelheden en de nieuwste apparaten zijn eenvoudig aan te sluiten. Er zit ook een nadeel aan: voor je smartphone heb je er niks aan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden