Touch Down!

Wat in de VS werkelijk belangrijk is: Super Bowl, zondagmiddag, Houston, Texas. Het American football van nu langs de meetlat van DOS en ADO toen: 'Het is een nerveus va-et-vient van gehelmde helden in strakke stretchbroeken en intussen vraag je je af: komt er nog wat van?'..

Het is een goed seizoen voor vergaping.

Zondag was er in Beverly Hills de uitreiking van de Golden Globes. Daar was veel publiek op af gekomen. Er viel ook veel te zien. Daar ging zomaar in het wild Clint Eastwood over straat, en Michael Douglas, Peter Jackson, Jack Nicholson, Robert de Niro, Bill Murray. Jongens, het hield niet op, ze waren er allemaal en allemaal met een prachtige vrouw aan hun arm, soms wel met twee.

Amerika vergaapte zich. Toch was het maar voor even. Snel gingen we over tot wat werkelijk belangrijk is en wat al wekenlang ons doen en denken beheerst, beter; verlamt. Het is de Super Bowl. Overmorgen, in Houston, Texas, in Reliant Stadium. Voor de 38ste keer, ditmaal tussen de Patriots en de Panthers (vorig jaar tussen de Buccaneers en de Raiders - in de namen van de teams ligt al veel van het geheim van het American football besloten).

O, mochten wij deel uitmaken van deze geschiedschrijvende gebeurtenis, konden wij op ons sterfbed zeggen dat godlof nog één moment van betekenis was geweest. Maar de kaartjes zijn op. Sterker, er waren nooit kaartjes. De zeventigduizend gelukkigen hebben ze langs de weg van coöptatie, vriendendienst en duistere praktijk kunnen bemachtigen.

Hoezo, geen kaartjes? Is in Amerika niet alles te koop? Sinds wanneer zijn uitverkochte kaartjes niet meer te koop?

Inderdaad, er zijn tussenpersonen en krabbelaars. Daar kun je terecht voor bedragen tussen de 3500 en 7000 dollar. Dan zit je netjes doch eenvoudig. Wie het breed wil laten hangen betaalt 175 duizend dollar. Dan zit je beter.

Houston is dezer dagen een kermis. Overal in de stad branden de lichten van het vermaak. In de aanloop naar de grote finale van zondag geven astronauten, filmsterren, zangeresjes en captains of industry glans aan talloze, door grote bedrijven gesponsorde party's. Honderden privéjets zijn ingevlogen. Cadillac heeft vierhonderd limousines ter beschikking gesteld voor het vervoer van hoge gasten van de NFL, de football-bond. John Collins, vice-voorzitter van de NFL: 'Het is een fantastische aanvaring tussen sport, entertainment, muziek en handel.'

Hotelkamers zijn nog wel beschikbaar, vanaf tachtig kilometer buiten de stad. Op internet proberen gewone mensen hun graantje mee te pikken van de glorie en de glitter. Ze bieden hun woning te huur aan.

Tobi Shvartzapel bewoont in het zuidwesten van Houston een huis dat als een ranch is gebouwd. Het is net echt. Je kunt het huren voor 6900 dollar per dag. Dan gaat Tobi zelf zolang wel in de garage van de buren slapen. Ze zegt dat ze graag een nieuwe auto wil kopen. En met haar gezin naar Disney World wil.

Houston, met vier miljoen inwoners de vierde stad van de VS, revancheert zich dezer dagen voor wat het is: vormloos, vochtig, een vluchtoord voor muggen en kakkerlakken, de grootste van het hele land. Enron, het energieconcern dat op list en bedrog uit elkaar spatte, had zijn hoofdkantoor in Houston.

Uitgerekend zondag is het een jaar geleden dat zeven astronauten bij terugkeer naar de aarde boven Texas verdampten. De stad kan een opkikkertje gebruiken. Om een vermoeden van bewoonbaarheid te suggereren heeft het stadsbestuur bij gelegenheid van Super Bowl twintigduizend boompjes besteld. Die staan nu groot te worden langs Mainstreet.

O, mochten wij één keer deel uitmaken van het spektakel. Wij sukkels zitten zondagmiddag voor de televisie. Daar zitten we tenminste met z'n tachtig miljoenen, misschien wel met meer dan honderd miljoen. CBS heeft de uitzendrechten. Dertig seconden reclametijd kost 2,3 miljoen dollar. Er zijn twee erectieversterkende preparaten die met elkaar de strijd aangaan. Pepsi Cola heeft drie minuten, verdeeld over de wedstrijd. Dat kost dus 13,8 miljoen.

Wat maakt American football zo populair in de VS? De buitenstaander ziet een betrekkelijk dom spel, in elk geval op het eerste gezicht. Ik was een tijdje geleden bij de Giants, de heldenploeg van New York. Ze hebben een volkomen vermorst seizoen achter de rug.

De Giants moesten aantreden tegen de Redskins uit Washington. Hun stadion staat midden in een industriële verlatenheid ergens in New Jersey, waarbij vergeleken de Arena in Amsterdam Zuid-Oost in een oase ligt. Het was bitter koud, het had gesneeuwd (dat is wel een sympathieke kant van de sport: ijzel, sneeuw, Siberische vorst - er wordt altijd gespeeld).

De stadions zitten altijd vol. Aan het loket kun je geen kaartjes kopen. Er zijn alleen maar seizoenkaarten. Als je geduld hebt en tijd van leven, krijg je op den duur een seizoenkaart. Er zijn wachtlijsten van tien tot vijftien jaar.

De krant berichtte van de week dat meer dan vijfduizend mensen zijn toegevoegd aan de wachtlijst van de Redskins. Er zijn tachtigduizend wachtenden voor u. De verwachting is dat nog voor begin van het seizoen de wachtlijst zal zijn aangegroeid tot honderdduizend. Alleen voor de Redskins. Wie zich nu inschrijft, heeft dan alweer twintigduizend wachtenden achter zich. Als je de humor ervan inziet, is het een opwekkende gedachte.

Het is moeilijk te begrijpen waarom zovelen getuige willen zijn van een spel dat overwegend bestaat uit één langgerekte onderbreking. Vaak ligt het spel dood, spelers wisselen om de haverklap; het is een nerveus va-et-vient van gehelmde helden in strakke stretchbroeken en intussen vraag je je af: komt er nog wat van?

Er is een partij die aanvalt en een die verdedigt. De aanvallers willen een eivormige bal over de achterlijn van de tegenpartij duwen; die is het daar niet mee eens en verzet zich. Veel middelen zijn daarbij toegestaan. Meestal beuken de spelers één kort moment hevig op elkaar in, waarna het spel wordt stilgelegd om in min of meer neutrale posities opnieuw te beginnen, om blessureleed te verzachten óf omdat de televisie een reclamespotje wil vertonen.

De scheidsrechter krijgt een sein en wacht beleefd met hervatting totdat de heren van de reclame hun boodschap in de huiskamers hebben uitgevent. Dit zou de reden zijn waarom het met voetbal nooit wat wordt in de Verenigde Staten. Het laat zich niet voortdurend onderbreken en is daarom geen interessante sport voor de grote commerciële networks.

De Giants maakten er niets van op die grafkoude zondagmiddag. Ze waren al uitgeschakeld voor de play-offs op weg naar de Super Bowl en het kon ze niets schelen dat de Redskins hen in de pan hakten. Het publiek leefde intussen intens mee met de wedstrijd. Het was nog vreemder: het gedroeg zich voorbeeldig, terwijl toch voor aanvang van de wedstrijd al flink was gezopen. Dit is een gewoonte in American football, het heet tailgating en het is voor de supporters misschien nog belangrijker dan de wedstrijd zelf.

Uren voor het begin verzamelen zich duizenden mannen op de enorme parkeerterreinen rondom het stadion. Op deze vlaktes van ijs en sneeuw maken ze de achterklep van hun SUV open, nemen hun geluidsinstallatie eruit - die als vanzelf op Johnny Cash staat afgestemd -, hun barbecueset, hun klapstoeltjes en onwaarschijnlijke hoeveelheden vlees en drank. Gezellig. Doet u mij een Bloody Mary.

Het gekke is: ze worden niet dronken. Niet op de manier althans die wij kennen van DOS en ADO. Het leidt niet tot schuimbekken, kloppartijen en geestige racistische spreekkoren. Er is een veiligheidsdienst in het stadion, maar politie is in velden noch wegen te bekennen. Als je club je in de steek laat, stap je de tribune af en ga je naar een van de gaanderijen. Even een biertje pakken.

American football en televisie zijn samen groot geworden in de jaren vijftig. Wedstrijden in de footballleague drukken in termen van kijkcijfers met gemak amusementsprogramma's over de rand.

De populariteit van football als tv-sport komt misschien voor een deel doordat televisie zich goed leent voor grafieken en statistieken, schema's en lijstjes, waarvoor op zijn beurt het football weer zeer geschikt is en waarop de Amerikanen sowieso gek zijn. Amerikanen houden ervan de gecompliceerdheid van het bestaan terug te brengen tot overzichten.

Het wemelt van de lijstjes in de media. Aard en oorzaak van blessures, op fijne tijdbalken uitgezet. Aantallen van de spelbepaler afgepakte ballen en daar een mooi seizoensoverzicht van, enzovoorts. Donovan McNabb, de spelbepaler van de Eagles, had laatst een rating van 90.5, als resultante van 0.8397 punt voor zijn yards per pass, 1.192 vanwege zijn 21 om 39 passing, 1.026 als touch downpercentage en een geweldige 2.375 vanwege nul intercepties. Begrijpt u wel?

Maar uiteindelijk lijkt dit het allerbelangrijkste in American football: het is geen sport voor mamma-zeggers, slappe beentjes en bedplassers. American football is gemodelleerd naar het beeld van de all-American hero: zelfbewust, moedig, onverzettelijk - hier sta ik en ik ga voor geen honderd communisten opzij. Het is een spel voor ijzervreters.

De competitie is kort, begint in de herfst, loopt af in de winter. Veel spelers gebruiken de rest van het jaar voor revalidatie. In het begin van de vorige eeuw vielen er nog wel eens doden. President Theodore Roosevelt heeft de sport toen aan banden gelegd.

Komt het erop aan in een wedstrijd, dan worden speciale troepen het veld ingestuurd, ook wel zelfmoordbrigades genoemd. Wanneer de fluit van de scheidsrechter zijn schrille geluid laat horen, rennen deze brigades in volle vaart op elkaar in. Remmen is verboden.

Zondagmiddag, vijf voor half zes. Op CBS.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden