Tot in het diepst van zijn ziel gekrenkt

Dat Helmut Kohl - bondskanselier van 1982 tot 1998 - niet schittert als schrijver, zij hem vergeven. Niet in elke staatsman schuilt een Winston Churchill....

En eigenlijk ook niet opwindender. Hij weet maar zelden de spanning opte roepen van de periode waarover hij verslag doet (1982-1990). Maar delezer die deze jaren bewust heeft meegemaakt, heeft Helmut Kohl ook nietnodig om het zich allemaal weer voor de geest te halen. Ontluisterendechter, is de kleingeestigheid van de zesde bondskanselier. Van iemand metzijn staat van dienst en senioriteit - hij is 75 jaar - zou verwacht mogenworden dat hij mild oordeelt over zijn tegenstanders van weleer, en dat hijgeen bitterheid meer voelt over vroegere tegenslagen en nederlagen. Hij kanzich dat allemaal veroorloven.

Niemand betwist zijn statuur als kanselier van de Duitse eenheid. Zijnplaats in de geschiedenisboeken ligt voor generaties vast - daaraan doetzijn smadelijke aftocht van het politiek toneel in verband met de onwettigefinanciering van de CDU niets meer af. De christen-democraten, die ver inzijn val werden meegesleurd, hebben hem allang weer gerehabiliteerd. Zijfêteren hem uitbundig op elke toogdag, en zij schijnen zelfs een hoofdrolvoor Kohl te zien weggelegd bij de opstelling van hun nieuwebeginselprogramma.

Maar één ding hebben zij tot dusverre nagelaten: zij hebben HelmutKohl niet in zijn waardigheid als erevoorzitter van de CDU hersteld. En datmoet hem tot in het diepst van zijn ziel krenken. Zijn memoires lijkenvooral te zijn bedoeld als een wraakneming op al diegenen die hem ooit voorde voeten hebben gelopen, en als een ode aan zijn eigen onfeilbaarheid.

Om met het laatste te beginnen: Kohl mist ten enenmale debescheidenheid die hij zegt in anderen te waarderen. En dezeonhebbelijkheid is hem als wegbereider van de Duitse herenigingongetwijfeld van pas gekomen. Want Kohl heeft gelijk als hij - met deregelmaat van een eierwekker - betoogt dat vrijwel iedereen de Duitsedeling als een onveranderlijk gegeven zag. Dat gold niet alleen voorMargaret Thatcher, die zich agressief voor het behoud van de status quoinzette, of voor François Mauriac, die beweerde zozeer van Duitsland tehouden dat hij blij was dat er twee van waren. Maar ook voor Ruud Lubbers,met wie Kohl 'uitgesproken vriendschappelijke betrekkingen' meende teonderhouden. En zelfs voor het gros van zijn landgenoten.

In deze vaststelling schuilt een ambivalentie - die Kohl zelf nietlijkt te signaleren. Hij kon zijn reputatie vestigen omdat hij al kort nade val van de Muur de mogelijkheid van een Duitse hereniging onderkende.Op een moment waarop nog vrijwel niemand zo ver was. Hierdoor kon Kohl hetinitiatief nemen en het momentum bepalen. Het onbegrip van zijn tijdgenotenvoor de ware dimensie van de omwenteling in de DDR, vormde dus de opmaatvan Kohls succes. Als hij zich - met reden - op zijn visie laat voorstaan,zou hij enig mededogen moeten hebben met al diegenen die in dat opzichtzijn onderbedeeld.

Maar Helmut Kohl vóelt geen mededogen. Zeker niet voor de talrijkesceptici en tegenstanders van de Duitse hereniging. Zijn vriend Lubbersliet zich, zo veronderstelt Kohl, op sleeptouw nemen door MargaretThatcher. Van deze 'enorme persoonlijke teleurstelling' lijkt deoud-kanselier zich nog altijd niet te hebben hersteld. De Franse presidentFrançois Mitterrand (1981-1995) - ook een boezemvriend van Kohl - heeftweliswaar ook geaarzeld, maar heeft in elk geval tijdig van zijnrealiteitszin blijkgegeven. 'Wie te laat komt, wordt door het levenbestraft', wist Michael Gorbatsjov al. Kohl citeert hem een aantal kereninstemmend, en heeft zichzelf kennelijk tot uitvoerder van die strafbenoemd.

Zijn donder en bliksem treffen onder anderen de vroegere burgemeestervan West-Berlijn, Walter Momper (SPD), die de val van de Muur begroette als'ein Wiedersehen und nicht eine Wiedervereinigung'. In overeenstemming metdie zienswijze kenschetste Momper de bewoners van het andere Duitsland als'volk van de DDR'. 'Dat was natuurlijk ook tegen mij gericht', oordeeltKohl. 'Want iedereen wist dat ik het doel van de Duitse eenheid nooit uithet oog had verloren.'

Nee, de enige sociaal-democraat die zich op dat cruciale moment nogenigszins onttrok aan de regel van defaitisme, angsthazerij en klein-Duitsebenepenheid was Willy Brandt. 'Nu groeit samen wat bij elkaar hoort', hieldhij op 10 november 1989 de menigte voor die zich bij het West-Berlijnsestadhuis had verzameld. Ook deze woorden werden met een striemendfluitconcert beantwoord. Want zijn landgenoten hadden zich volledig met deDuitse deling vereenzelvigd, klaagt Kohl. In het Westen althans. In hetOosten voelde hij zich beduidend beter begrepen.

Ontstellend rancuneus uit Kohl zich - pagina na pagina - over devroegere bondspresident Richard von Weizsäcker (1984-1994). Wat dezeprecies heeft misdaan, kan uit het requisitoir niet worden opgemaakt. MaarKohl lijkt de talrijke passages over Von Weizsäcker met het schuim op delippen te hebben geschreven. De bondspresident legde niet het gepasteenthousiasme aan de dag voor de Duitse hereniging. Hij zou te weinig ooghebben gehad voor de constitutionele verhoudingen. Hij zou zijdelings zijnbetrokken bij de couppoging die enkele partijgenoten in 1989 tegen Kohlhebben ondernomen. Hij zou, vóór zijn beroeping tot het hoogstestaatsambt, zijn ambities hebben verheimelijkt. En zo is er nog wel wat opVon Weizsäcker aan te merken. Kohl wekt de indruk zich door diens'aristocratische distantie' geschoffeerd te hebben gevoeld. Wellichtherinnerde Von Weizsäcker hem onbedoeld aan zijn nederige afkomst.

Maar Von Weizsäckers grootste zonde - in Kohls ogen - is vermoedelijkzijn grote en aanhoudende populariteit in binnen- en buitenland. NietHelmut Kohl, maar Richard von Weizsäcker belichaamt 'het goede Duitsland'.En dat steekt de oud-kanselier zo mogelijk nog meer dan de schorsing alserevoorzitter van de CDU. Kohl gaat uitvoerig in op de befaamde rede dieVon Weizsäcker in 1985 heeft uitgesproken op de veertigste verjaardag vande Duitse capitulatie, en probeert aannemelijk te maken dat de bekendstepassage - waarin Von Weizsäcker 8 mei 1945 als 'dag der bevrijding' voorde Duitsers kenschetst - is ontleend aan een rede die hijzelf een maandtevoren had uitgesproken.

Op deze manier probeert Kohl, zolang hij dat nog kan, het monument dathij voor zichzelf heeft opgericht voor verval te behoeden. Hij voelt zichzelfs geroepen de lezer te verzekeren dat de sfeer in zíjn eerste kabinetveel beter was dan in het laatste kabinet van zijn voorganger HelmutSchmidt (die, net als Von Weizsäcker, veel meer achting krijgt dan hijverdient). Uit zijn conduitestaat kan verder worden opgemaakt dat hij -anders dan tegenwoordig vaak wordt beweerd - een ijverig en visionairhervormer was, dat hij een van de laatste overtuigde Europeanen was, dathij al oog had voor de noden van het milieu, dat hij de natuurlijkebondgenoot was van de kleine man, dat hij veel meer heeft gelezen dan degemiddelde intellectueel, en dat hij een begripvolle vader en eenliefhebbende echtgenoot was.

Misschien is het allemaal waar. Maar daarover kunnen anderen misschienbeter oordelen. Helmut Kohl bewijst zichzelf in elk geval geen dienst metzijn wraakzuchtige verantwoording. En voor het behoud van zijn plaats inde geschiedenis is ze volkomen overbodig. Zijn onweersproken rol als moedigen onwankelbaar wegbereider van de Duitse hereniging is al eervol genoeg.

Sander van Walsum

Helmut Kohl: Erinnerungen 1982-1990Droemer Verlag1133 pagina's29,90ISBN 3 426 27320 9

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden