Review

Torobaka ademt ware artisticiteit

Een wonderlijke mengeling van Indiase en (diverse) mediterrane klanken en ritmes.

null Beeld Jean Louis Fernandez
Beeld Jean Louis Fernandez

Zoals ze daar midden op het podium in een arena-achtige cirkel staan, tegenover elkaar, de armen omhoog en naar voren gebogen, zijn ze net een stier en een koe. De 'horens', armen van flamencoster Israel Galván in een scherpe hoek langs zijn oren, zijn kop naar voren hellend, net als zijn lijf. De houding van de Indiase kathakmeester Akram Khan minder aanvallend: hij staat rechtop, kijkt de ander aan en laat zijn armen in een boog boven zijn hoofd hangen. Het verschil tussen beide poses is typerend voor het fascinerende Torobaka, waarin twee verwante dans- en muziekstijlen elkaar ontmoeten.

Ontroerende vrijheid

De twee heilige dieren uit respectievelijk de Spaanse en Indiase cultuur - in het Spaans een 'toro' en een 'vaca' - zijn verwerkt in Toto-vaca, de naam van een fonetisch gedicht van Tristan Zara dat Galván en Khan inspireerde. Ook hun Torobaka, waarmee de Flamenco Biënnale afsluit, is een muzikale compositie geworden, geen verhalende vertelling. In interactie met elkaar en vier eigenzinnige musici ontstaat er een wonderlijke mengeling van Indiase en (diverse) mediterrane klanken en ritmes, nu eens heel spiritueel, dan weer heel aards. De muziekkeuze lijkt alleen wel erg op die van die andere topchoreograaf, Sidi Larbi Cherkaoui. Hij is bekend om zijn multiculturele cross-overs en heeft eerder met Khan een duet gemaakt.

De Indiase kathak kwam eeuwen geleden met Roma-nomaden naar Spanje en beïnvloedde daar de ontwikkeling van de flamenco. In beide dansvormen spelen ritmisch roffelende voeten en sierlijke armen en handen een hoofdrol, rond een vrij stil gehouden verticale lichaamsas. Wat de dialoog en confrontatie tussen Galván en Khan zo fantastisch maakt, is dat ze volledig zichzelf blijven. En dat wil hier zeggen: ze verloochenen hun achtergrond niet, maar zijn wel nieuwsgierig naar de ander en iets anders. Beide mannen hebben internationaal ook naam gemaakt met het openbreken van de tradities waarin ze zijn geschoold. Torobaka ademt ware artisticiteit: een combinatie van bewonderenswaardig vakmanschap en ontroerende vrijheid.

Dans
Torobaka
Choreografie en dans: Akram Khan en Israel Galván
Livemuziek door David Azurza, B C Manjunath, Bobote, Christine Leboutte
Gezien op: 2/2, Stadsschouwburg, Amsterdam

Zo gek als een deur

Eigenlijk zijn de dansers zo gek als een deur. De felle, driftige Galván - fiere borst, zijn laarzen stampen de grond in - is macho, maar durft ook de raarste fratsen uit te halen met zijn bewegingsarsenaal. De zachte maar gedecideerde Khan - open borst, zijn voetzolen, soms met bellenriem om de enkels, lijken al tappend los van de grond te komen - is niet bezig met imponeren; hij is meer verzonken in een ritueel. Toch kan ook hij onverwacht uit de hoek komen. Zeker als viervoeter, met Galváns laarzen aan zijn handen. De Spanjool en Britse-Bengaal zijn aan elkaar gewaagd, spelen een vrolijk spel. En snoeren elkaar met hun handen soms de mond.

De choreografische opbouw van de voorstelling is weinig origineel, bijna als een grand pas de deux in het klassieke ballet: met een gezamenlijke entree, ieder een solo en dan weer een duet. Maar de invulling is als een goede jamsessie: spannend, persoonlijk, in het moment.

null Beeld Jean Louis Fernandez
Beeld Jean Louis Fernandez
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden