Topzwaar, maar nergens deprimerend

Het begon al met het decor. Dat moest rauwer. Geen wuivende bloemen of pittoreske ansichtkaartbeelden op de achtergrond, maar iets rauws, iets lelijks. Op de Beeck: 'Ik vind de lelijkheid ook wel mooi.' Het werd een thema van de avond.

Griet Op de Beeck in Zomergasten Beeld .
Griet Op de Beeck in ZomergastenBeeld .

Wie de boeken van Griet op de Beeck kent - en ze zijn met velen, die kenners, al bleek de gemiddelde Twitteraar nooit van haar te hebben gehoord (hoeveel boeken moet je dan verkopen om enige bekendheid te verwerven?) - weet dat haar fascinaties het persoonlijke betreffen. Het beschadigde individu, het particuliere leed.

Die fascinaties maakten de vierde Zomergasten van 2016 topzwaar, maar nergens echt deprimerend. Dat was te danken aan de gast zelf, die drie uur lang straalde als een gaskacheltje, ook als het gesprek zich via een verbrand jongetje, suïcide en disfunctionele families bewoog richting thema's als discriminatie en de vluchtelingenproblematiek.

De meeste fragmenten die Op de Beeck had uitgezocht - ze had er meteen na de uitnodiging al veertig op een hoogstpersoonlijke longlist gezet, wat deze avond tot een soort best of van een best of maakte - waren, nou ja, niet bijster opbeurend: een interview uit de documentaire The Bridge (over een beroemde zelfmoordbrug); een gesprek met de ernstig verbrande Danny uit het onvolprezen Radio Gaga; twee tragikomische (meer tragische dan komische) familiedocumentaires; een naargeestig fragment over een racisme-experiment uit de jaren zeventig en een pracht van een interview van Phara de Aguirre, de Vlaamse journaliste met een stem als een 17e-eeuws schilderij, met het jongetje Vlerson, dat na jaren in België te hebben gewoond nu was uitgezet naar Kosovo.

'Ben je nu met iemand?'

Bijna ieder fragment leek te zijn verankerd in uithoeken van Op de Beecks eigen geschiedenis. Thomas Erdbrink gooide steeds opnieuw zijn hengeltje uit, in de hoop wat van die privégegevens aan de haak te slaan. Dat schijnt erbij te horen, als je Zomergastenpresentator bent, om grote gedachten aan particuliere ervaringen te koppelen en vice versa, maar dat deel van de avond kwam niet geweldig uit de verf. Erdbrinks onderbrekingen van de monologen van zijn gast waren soms nogal bruusk. Kwam ook door Op de Beeck, die na zo'n plotse zijsprong keek als een tekenfilmfiguurtje dat op een hark gaat staan.

'Ben je nu met iemand?' Blik. 'Dat vind ik wel een ongezellige vraag.' Hier ging ik even een raketje uit de vriezer halen.

Op de Beeck had zich terdege voorbereid op de uitzending en dat betaalde zich uit door de samenhang in de fragmenten, die bovendien voor het overgrote deel nieuw waren voor de gemiddelde kijker (want: veel Belgisch). De aflevering als geheel was een vurig pleidooi voor empathie, voor het de ogen niet sluiten voor andermans en eigen lijden, voor psychotherapie ('Ik vind: iedereen in therapie!') en voor extra aandacht voor de sterkste kinderen ('Het zijn de kinderen die het sterkst zijn, die altijd glimlachen, daar moet je je zorgen over maken.').

Kijken, benadrukte Op de Beeck steeds. Kijken tot je het verschil ziet tussen 'dood willen' en 'willen dat het ophoudt'. Of ze zelf ooit zo diep had gezeten? Zucht. Blik. 'Wie nie.'

Er volgde een droef makende anekdote over een nachtelijke verkenningstocht van een brug, met een fles slechte wijn en met hun lichten knipperende vrachtwagenchauffeurs. Ook zij keken, en handelden.

Angst en schrijverschap

Hoezeer Op de Beeck haar programma ook had uitgestippeld, hoe eloquent ze haar verhaal ook onder woorden bracht, soms was het wat té. Te veel ernst, te weinig relativering en lichtheid. Iets te veel geglimlach en wat te weinig gelach. Er had af en toe ook best een kritisch vraagje van Erdbrink tussendoor gepast. En dan niet weer over de 'grondeloze eenzaamheid' uit haar jeugd - want dat leverde steeds een weinig constructief ongemak op.

Het interessantst gisteravond waren misschien nog wel de gesprekken rond de fragmenten die niet naadloos in Op de Beecks betoog pasten: de minidocumentaire 'A brief history of John Baldessari', een ietwat pedante lezing van Jonathan Franzen en een schitterende scene uit Le tout nouveau testament van Jaco van Dormael. Daar ging het over Op de Beecks schrijverschap, over de angst om te creëren ('Het is eng jezelf binnenstebuiten te draaien'), over het belang van kunst, over het belang van leven om te kunnen maken, over het rechts inhalen van je eigen schaamte en over dat wat een schrijver op het spel moet zetten om werkelijk goed te zijn.

Uit een van die gesprekken stamde ook de zin die - samen met de keuze voor het schitterende Mommy als Zomergastenfilm - de avond het beste samenvatte: 'Een strijd tegen de banaliteit van alle dagen vind ik een van de grootste opdrachten in het leven.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden