Topklokkies

Een horloge is speelgoed voor de man, vooral de klokjes uit de haute horlogerie, de eredivisie van de horloge-industrie, waar een exemplaar makkelijk 20 duizend euro of meer kost....

‘Wanneer er weinig vissen waren om te vangen, en ze over een kalme, stille zee zeilden, bestudeerde hij het gouden horloge aan zijn grootvaders oude, zonverbrande arm. Het leek alsof dat horloge nog feller scheen dan de zon.’

Geen mens heeft nog een horloge nodig; iedereen draagt minstens één elektronisch apparaat bij zich dat vertelt hoe laat het is. Maar dat wil niet zeggen dat de horloge-industrie dood is. Nu horloges niet meer nodig zijn, zijn het luxeartikelen geworden; sieraden, vooral voor mannen, want nog altijd is een horloge de enige onomstreden bling die een man kan dragen.

‘En het is speelgoed’, zegt George Kern, de bestuursvoorzitter van IWC. ‘Er zijn op de wereld twaalf miljoen mensen die meer dan 1 miljoen dollar te besteden hebben. Als je toch geld hebt, waarom zou je dan niet iets kopen om mee te spelen? Zoveel is er niet voor mannen: auto’s, horloges en vrouwen – al mag je dat laatste niet zeggen.’

De meeste horloges worden geproduceerd in China, maar Zwitserland verdient er het meeste geld mee. In 2008 exporteerde het land voor 20 miljard euro aan horloges, in 2009 daalde dat met 1 miljoen, maar dit jaar is er al herstel; in februari stegen de verkopen van Zwitserse horloges met 14 procent ten opzichte van vorig jaar.

De gemiddelde exportprijs van een Zwitsers horloge was in 2006 310 euro, vierhonderd keer zoveel als die van een Chinees horloge. Zwitserland is dan ook vooral het land van de luxehorloges.

Jaarlijks worden er in Zwitserland twee horlogebeurzen gehouden. Er is Baselworld, een immense achtdaagse beurs die wordt bezocht door 95 duizend bezoekers en waaraan bijna tweeduizend merken meedoen. En er is de veel kleinere, driedaagse Salon International de la Haute Horlogerie in Genève. Dit jaar deden daar negentien merken aan mee, allemaal gelieerd aan luxeconglomeraat Richemont Group. De 12.500 bezoekers waren juweliers en twaalfhonderd journalisten – in tegenstelling tot Basel is de beurs in Genève niet toegankelijk voor het publiek.

In Basel kun je ook horloges van Swatch en andere betaalbare merken bekijken, maar in Genève tref je niets dat minder kost dan 1.000 euro.

De gezamenlijke ruimten van de Salon International de la Haute Horlogerie zijn gestoffeerd in chic beige en bruin. Er zijn barretjes, zithoeken en feestelijk gedekte eettafels. Drank en maaltijden zijn gratis. Voor de lunch is er de keuze uit vier voorgerechten, vier hoofdgerechten, vier nagerechten, twee soorten witte wijn, vier soorten rode wijn en een rosé. Champagne wordt de hele dag geschonken.

Journalisten worden per land ingedeeld en van stand naar stand geleid. In de merkenstands bevinden zich tal van kamertjes, waar de verkoop en demonstraties plaatsvinden.

Bij Alfred Dunhill, fabrikant van luxe lederwaren en horloges, is met houten muren, een notenhouten bureau, wereldbollen en oude boeken de sfeer van een 18de eeuwse studeerkamer nagebootst.

Bij de stand van Vacheron Constantin (‘uurwerken sinds 1755’) is een doorlopende demonstratie Japans lakwerk te zien; het merk introduceert dit jaar de collectie Métiers d’Art – la symbolique des laques, een serie horloges die zijn versierd met, inderdaad, Japans lakwerk. In drie jaar worden negen nieuwe modellen gepresenteerd, van elk model worden twintig stuks gemaakt. Dit jaar is het thema ‘vrienden van de winter’. Van de drie horloges heeft er één een naaldboom en een vogel, één bamboe en een vogel en nummer drie is versierd met een Japanse pruimenboom en een vogel (272.500 euro per stuk).

Bij sieraden- en horlogemerk Piaget moeten donkere vloeren en muren, projecties van pianotoetsen en een saxofonist die Take Five ten gehore brengt, je de illusie geven dat je in een jazzclub bent. Dit ter viering van de Limelight Jazz-collectie, een serie horloges waarin afbeeldingen van muzieknoten en pianotoetsen zijn verwerkt. Pronkstuk: een speciale uitgave van de Piaget Polo Tourbillon Relatif, een mannenhorloge met muzieknoten op de wijzerplaat. Op de achterkant bevindt zich een jazzmuzikant, op de zijkanten staan illustraties van muziekinstrumenten (oplage: 1, prijs op aanvraag).

Bij alle presentaties op de luxehorelogebeurs speelt zich hetzelfde ritueel af. Een directeur of marketingman houdt in Engels met een Frans-Zwitsers accent een powerpointpresentatie. Daarin wordt gesproken over de nieuwe modellen, bijna altijd gemaakt in een beperkte oplage. Ook is er altijd een voor niet-ingewijden bijna onnavolgbaar verhaal over de techniek, dat, als je de sprekers mag geloven, maar een fractie belicht van wat zich werkelijk in de horlogekast afspeelt. Of zoals een van de sprekers stelt: ‘Dit horloge is zo gecompliceerd dat je twee dagen nodig hebt om uit te leggen hoe het werkt.’

Op de beeldschermen worden foto’s van de nieuwste horloges afgewisseld met sfeerbeelden van polospelers, horlogemakers in witte jassen, sneeuwtoppen en zeilboten. Vervolgens gaan zorgvuldig opgemaakte, slanke jonge vrouwen in korte stretchjurkjes en op hoge hakken rond met de horloges, die soms alleen met een handschoentje aan mogen worden betast. De prijzen worden niet van de daken geschreeuwd; bij sommige merken moet je er nadrukkelijk naar vragen.

Na afloop van de presentatie worden er folders uitgereikt die vaak meer lijken op koffietafelboeken. Het totale gewicht aan documentatiemateriaal loopt snel op, maar in dat probleem is voorzien. In een als postkamer ingerichte ruimte op de beurs staan honderden dozen klaar; het drukwerk kan tot 10 kilo gratis naar huis worden gestuurd.

Ongeveer 90 procent van de moderne horloges bestaat uit door batterijen aangedreven kwartshorloges. Deze Japanse uitvinding uit 1969 bracht de Zwitserse horloge-industrie in een diepe crisis. Tot in 1983 Swatch op de markt kwam, dat uiterst succesvol werd met limited edition-kwartshorloges – uit Zwitserland.

De horloges die in Genève worden gepresenteerd hebben zelden een batterij. Het zijn bijna allemaal mechanische horloges: de zogenaamde handopwinders, en de automatische horloges, die op gang worden gebracht door beweging. Omdat een horloge ook wel eens een tijdje stilligt, hebben veel van die horloges een reservecapaciteit, de zogenaamde gangreserve, meestal van 36 of 48 uur, maar in de hoogste prijsklassen kan dat oplopen tot vier weken.

Het functionerende deel van een horloge heet in de wereld van de haute horlogerie een movement, ofwel een uurwerk. Een beetje uurwerk heeft een heleboel complications , of in het Nederlands; complicaties. Apps zeg maar, maar dan voor horloges, al zijn de snufjes in een luxehorloge meestal nogal primitief in vergelijking met wat een iPod of iPad, smartphone of zelfs het eenvoudigste mobieltje kan. ‘Maar daar gaat het niet om’, zegt Lex Stolk, hoofdredacteur van Watch Report, een van de vijf Nederlandse in horloges gespecialiseerde tijdschriften. ‘Het gaat om de romantiek; dat het allemaal mogelijk is zonder elektronica, dat een door een veer aangedreven mechaniek zo veel dingen in beweging kan zetten. Dat vinden mannen verbluffend fascinerend.’

De eerdergenoemde gangreserve is een complicatie. De eeuwige kalender is er ook een, net als de de minute repeater, die door minuscule gongen in de horlogekast uur, kwartier en minuten doorgeeft, een vinding uit de tijd dat er nog geen lichtgevende klokken bestonden. Er is een complicatie die de maanstand aangeeft, en ook een die de maanstand op het zuidelijke en het noordelijke halfrond weergeeft. Sommige horloges hebben een wijzer die de exacte zonnetijd aangeeft, heel populair is de chronograaf (stopwatchfunctie). Bij de duurdere horloges loopt het aantal complicaties op tot vijftien.

Bij de meeste mannenhorloges is de achterkant van glas, zodat je alle tandwieltjes, radertjes, wijzertjes goed kunt zien. In de allerhoogste prijsklassen zijn er ook skeletons, opengewerkte modellen. Soms beweegt en trilt er zo veel tegelijk in zo’n horloge dat het even duurt voor je kunt zien waar de wijzers zich bevinden.

De complicatie waarover bij elk merk wordt gesproken is de tourbillon. Een tourbillon is, korter kan het niet worden uitgelegd, een om zichzelf draaiende kooi die om het gangwerk gaat, het deel van het uurwerk dat het in beweging zet. Hij werd aan het einde van de 18de eeuw uitgevonden, toen zakhorloges nog verticaal werden gedragen, en de zwaartekracht de regelmaat van het uurwerk beïnvloedde. De kooi – een soort cilinder – corrigeert dat.

Sinds horloges ook door mannen aan de pols worden gedragen, begin 20ste eeuw, heeft een tourbillon nog maar een beperkte functie. Of zoals Gerben Bijpost, de hoofdredacteur van het horlogemagazine Watch, zegt: ‘Ze zorgen ervoor dat je niet 5 seconden te laat op je afspraak komt.’ De aantrekkingskracht van de tourbillon zit er vooral in, zegt hij, dat het moeilijk te fabriceren is. Horloges die meerdere tijdsaanduidingen hebben, hebben er soms wel vier. Cartier heeft een tourbillon die om de buitenkant van de wijzerplaat heen draait. Aan de vinding is, zegt het sieraden- en horlogemerk, vijf jaar gewerkt.

Vaak wordt ook genoemd hoeveel onderdelen een horloge heeft. De Calibre 2755 van Vacheron Constantin van 51 duizend euro heeft er 602. En hoeveel uur het heeft gekost om een horloge te maken. Ook chic: als een horlogemerk de onderdelen niet bij derden bestelt maar in eigen huis maakt. Van de aan de beurs deelnemende merken doen dat er vijf, waaronder Piaget.

Verreweg de meeste horlogemerken bestellen hun onderdelen echter bij Eta, een bedrijf dat onderdeel is van Swatch. Het merk zit namelijk inmiddels ook flink in de mechanische horloges en heeft naast Eta ook een aantal luxemerken overgenomen. In veel dure horloges zit dus hetzelfde basisuurwerk.

Grote trend op de Salon: rubber horlogebanden en kasten van staal in plaats van edelmetaal. Het zijn democratische ingrepen die ingewikkelde horloges bereikbaar maken voor een groter publiek – een concessie aan de crisis, zou je kunnen zeggen.

Ook, zo meldt Piagets bestuursvoorzitter Philip Leopold-Metzger, ‘gaat de ultradunne queeste door!’ Het bedrijf zegt de voorlopige winnaar te zijn in de categorie extra dunne horloges, met de platina Altiplano, een automatisch horloge dat in totaal 5,25 millimeter dik is, waarvan 2,35 millimeter voor de kast (vanaf 14.200 euro).

Grote horloges zijn al jaren een trend. De veel dikkere en erg grote Altiplano Double Jeu (18-karaat roségoud, bruine krokodillenleren band, 62 uur reservecapaciteit, vanaf 25.700 euro) prijst de topman aan als voorbeeld van ‘opperste mannelijkheid’. Kort gezegd is het een erg groot horloge dat open te klappen is, twee tijdzones tegelijk aangeeft, met een 24-uursschaal in plaats van de gebruikelijke 12-uursschaal. ‘Zodat de drager, zelfs als hij aan het andere eind van de wereld is, zijn kinderen kan bellen met de zekerheid dat hij ze niet welterusten wenst als ze op weg zijn naar school.’

Vrouwenhorloges worden eveneens groter. In een van de kamers van de met rood pluche en goudkleurig behang ingerichte stand van Cartier, na Rolex ’s werelds grootste horlogemerk, ligt een vrouwenhorloge uit de nieuwe serie Captive in de grootste maat. Het uurwerk ‘voor de assertievere vrouw’ is breder dan een vrouwenpols en aan de bovenkant zit er een soort lus doorheen, die net als de rest van het uurwerk bezet is met diamanten (pavé), in totaal 1.036 stuks (340 duizend euro). Hij is er in dezelfde maat overigens ook in een semi-pavé uitvoering; daarvan is de wijzerplaat niet bezet met diamanten maar de andere onderdelen wel (vanaf 45.600 euro).

Veel horloges van Cartier zijn overduidelijk bestemd voor het Midden-Oosten en de nieuwe markten van de westerse luxe-industrie: India, China, Brazilië, Rusland. Uit dat laatste land lopen opvallend veel juweliers rond op de beurs, vergezeld van mooie, jonge vrouwen die zonder uitzondering opgespoten lippen hebben.

Voor die nieuwe, vermogende klanten maakt Cartier grote, opzichtige modellen: openklapbare horloges met koppen van tijgers, pandaberen, en, uiteraard, panters, samengesteld uit hout, lak en diamanten (vanaf 95.000 euro). En nee, ze zijn niet bestemd voor vrouwen; buiten het Westen zijn mannen een stuk minder bang voor afbeeldingen en diamanten, zegt Cartiers Nederlandse pr-man.

Vorig jaar betaalde een horlogeverzamelaar uit het Midden-Oosten 3,3 miljoen euro voor een tourbillon van Piaget in de vorm van een Mayatempel. Er zaten 1.200 diamanten op. De meeste horlogeliefhebbers besteden een stuk minder. Volgens Olav Westerwoudt, directeur van IWC Benelux en Scandinavië, beginnen de meeste mannen met een luxehorloge van ongeveer 2.500 euro (bijvoorbeeld de roestvrijstalen uitvoering van IWC’s Portofino Automatic, een simpel vormgegeven, tot 30 meter diepte waterdicht automatisch horloge zonder al te veel poespas). ‘Maar als je het virus hebt’, zegt hij, ‘koop je meestal ook een tweede.’ De meeste horloges die IWC verkoopt, kosten tegen de 10 duizend euro. ‘Als je het écht te pakken hebt, ga je daarna naar horloges van 25 duizend, 40 duizend euro’, zegt Westerwoudt. ‘De stappen worden steeds groter.’ Het duurste horloge van IWC is de Grande Complication (roségoud, bruine krokodillenleren band, 650 onderdelen, 260 duizend euro).

IWC werd in de 19de eeuw opgericht door een speciaal voor dat doel naar Zwitserland verhuisde Amerikaan, en stond jarenlang bekend als een degelijk, maar tikje saai horlogemerk. Tot in 2002 de toen 36-jarige George Kern de baas werd en het merk veranderde in de pitbull onder de luxe horlogemerken. ‘Ik heb van IWC een cool merk gemaakt’, zegt Kern, een kleine man met priemende ogen voor wie zijn medewerkers zichtbaar sidderen. ‘Wij zijn sexy. We hebben mythische ontwerpen. In de horlogewereld is het een survival of the fittest. En wij zijn de laatste jaren gegroeid.’ De stand van IWC, waar tweehonderd man personeel rondloopt, is vormgegeven als een schip. Kerns kamer is ingericht als een kapiteinshut.

De avond ervoor was hij het middelpunt van een diner, waar bijna negenhonderd gasten, onder wie oud-tennisser Boris Becker, auteur Paulo Coelho en oud-voetballer Zinedine Zidane, keken naar de nieuwe promotiefilm met acteur Jean Reno (ook lijfelijk aanwezig), die ging over navigatie en ontdekkingsreizen en uiteindelijk over de Portuguese, de serie chonografen van IWC.

De horloges van IWC, dat zichzelf neerzet als een stoer, bijna macho merk, hebben dezelfde snufjes als andere luxemerken. Maar die zijn eigenlijk onzin, zegt Kern. ‘Tourbillons zijn bullshit. Ga niet mee in die onzin! Een kalender die tot 2499 alle schrikkeljaren bijhoudt: wat moet je ermee? Tegen die tijd zijn we allemaal allang dood. Maar ja, de mannen die onze horloges kopen willen het gevoel hebben dat ze iets goeds hebben en daarom stellen we ze gerust met techniek en geschiedenis. Want laten we wel wezen: elk willekeurig kwartshorloge van 5 dollar loopt nauwkeuriger dan de horloges hier.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden