Toonladders van grijs Vilhelm Hammershi in Musée d'Orsay

Vilhelm Hammershis schilderijen lijken soms aangepaste kopieën van het werk van de grote zeventiende-eeuwse meesters van het Hollandse binnenhuis. Op de tentoonstelling in het Musée d'Orsay wordt zijn kennelijke ambitie deze voorbeelden te evenaren nog eens benadrukt....

ER IS een merkwaardige, zelfs enigszins bizarre en direct in het oog springende overeenkomst tussen het werk van de negentiende-eeuwse Deense schilder Vilhelm Hammershi en een heel scala karakteristieke Nederlandse schilderijen uit de zeventiende eeuw.

Hammershi heeft bij herhaling en gedurende zijn hele leven het interieur geschilderd van zijn huis in Kopenhagen. Een ruim huis moet dat zijn geweest, met een binnenplaatsje en een reeks geschakelde kamers. Het licht, dat onmiskenbaar het kale, ijle licht is van ver boven de 45ste breedtegraad, valt er naar binnen door ramen die met roeden in ruitjes zijn verdeeld.

Het staat er laag en een tikje stoffig in, en het suggereert een onverstoorbare rust. Het suggereert bovendien een zekere ernst en een al even ernstige mate van in zichzelf gekeerdheid.

Altijd staan de deuren open, tussen die kamers, zodat het lage licht doorgaans een lange tocht aflegt door de ruimtes en ze nog meer diepte geeft dan ze van zichzelf, door die schakeling, al hebben.

Houten vloeren, met hier en daar een kleedje, strakke deurlijsten, panelen in de deuren zelf en in sommige wanden - en een haast opzettelijk karige inrichting. Alles in die interieurs is geschilderd in varianten van lichtgrijs of gebroken wit. Het licht dat er voor de duur van het schilderij in huist, dat er als het ware even in logeren mag gedurende de korte dagen die zo bij het noorden horen, wordt door die wanden een ogenblik vastgehouden en dan zacht en gemoedelijk verstrooid.

De kamers krijgen daardoor het karakter van besloten enclaves in de ruimte, knusse bunkers waar dat licht niet serieus binnendringt en waar het zich zeker niet, zoals in het zuiden, met al zijn glorie en warmte zal kunnen vestigen.

Vrijwel lege interieurs, sober gestoffeerd en met openstaande deuren: de analogie tussen het werk van Hammershi en de schilderijen van Pieter de Hoogh en Gerard Terborch dringt zich prompt op. Het is, bij het zien van Hammershis werk, bijna alsof je naar een licht aangepaste kopie, een pastiche zelfs, van het werk van de grote zeventiende-eeuwse meesters van het Hollandse binnenhuis en de beheersing van het Hollandse licht staat te kijken.

Echt vreemd is dat in feitelijke zin niet: Hammershi heeft zijn inspiratie metterdaad in Nederland opgedaan, in de landschappen, steden en huizen die de schilders van de Gouden Eeuw in nauwelijks andere toestand zelf ook zagen en ongetwijfeld ook oog in oog met hun schilderijen.

Zijn eerste studiereis bracht hem in 1887, toen hij 23 was, naar Nederland, en in 1891 bracht hij er een deel van zijn huwelijksreis door.

Het moeten vormende bezoeken voor hem zijn geweest. De binnenplaats van zijn huis aan de Strandgade in Kopenhagen, die Hammershi in 1899 schilderde, met de vele zeventiende-eeuws aandoende vensters, lijkt eerder een studie naar zo'n historisch voorbeeld dan een ter plekke op zo'n binnenplaats gemaakt schilderij.

Wanneer hij er in 1905 bovendien zijn vrouw in schildert, naar buiten leunend uit zo'n openstaand raam, is het haast niet te geloven dat zijn eigen omgeving hem dat beeld heeft verstrekt: de vrouw is in stemmig zwart gekleed en draagt een witte hoofddoek, als een kapje geschikt, die rechtstreeks lijkt ontleend aan de Hollandse zeventiende eeuw. Zelfs haar hoge voorhoofd met het strak naar achteren gekamde en vastgebonden haar hoort bij dat oude idioom.

Er zijn schilderijen waarop zijn kennelijke ambitie zijn voorbeelden te evenaren haast te gortig wordt. Een vrouw op een schilderij uit 1901, alweer in het zwart en alweer met van dat strak in een knotje gestoken haar, van achteren beschouwd en, gezien de positie van haar armen, onmiskenbaar in de weer een brief te lezen, in een sober ingerichte kamer, naast een piano en met licht dat van links door een raam valt: als we daar Vermeer niet hebben.

Bij het zien van de lezende vrouw op een ander schilderij, uit 1908, wordt de verleiding onweerstaanbaar Vermeers befaamde brieflezende vrouw er maar even naast te hangen om de overeenkomsten en verschillen te gaan onderzoeken.

De vraag dringt zich op of dit nog serieus genomen moet worden: is hier de behoefte te imiteren niet sterker geworden dan de oorspronkelijkheid van Hammershis talent.

Die vraag wordt nog aangescherpt door de tijd waarin hij schilderde: zijn geboortejaar, 1864, is het jaar na dat waarin de geruchtmakende Salon des Refusés plaats vond, het jaar dat algemeen wordt aangemerkt als het geboortejaar van de moderne schilderkunst, van de impressionisten. En het jaar van zijn dood, 1916, is dat waarin dada ter wereld kwam.

En ondertussen was in Kopenhagen een schilder, die wel degelijk ook Parijs had bezocht - bij herhaling en soms langdurig, bovendien op momenten dat daar belangrijke tentoonstellingen van de geheel vernieuwde schilderkunst waren - in een competitie met de eregalerij van het Rijksmuseum.

Is dat nog gezond, en: vertegenwoordigt dat nog enig belang?

Op de tentoonstelling die het Musée d'Orsay in Parijs van Hammershis werk heeft ingericht, wordt die kennelijke ambitie nog eens benadrukt doordat zijn schilderijen er veelal paarsgewijs zijn opgehangen.

Hammershi keerde regelmatig terug op thema's die hij al eerder had behandeld, als was hij bezig met een vergelijkend onderzoek naar die thema's. Onderwerpen komen telkens in vrijwel exact dezelfde vorm terug, tot in de precieze positie die hij ervoor had ingenomen toe.

Dat geldt voor zijn lege kamers aan de binnenplaats met het invallende licht, dat geldt voor zijn interieurs met piano of canapé, voor zijn lezende of bordurende vrouwen, maar dat geldt evenzeer voor zijn blik op de gebouwen van de Deense tegenhanger van de VOC.

Telkens dezelfde ruimtes, binnen of buiten, telkens dezelfde ensceneringen. Wat heeft hem toch bewogen?

Het enige dat er keer op keer op verschilt is het licht, en er is in de schilderkunst geen groter verschil denkbaar dan dat tussen de wijze waarop hij dat behandelde en de manier waarop zijn impressionistisch werkende tijdgenoten dat deden. Maar ze moeten er allemaal even door geobsedeerd zijn geweest.

Hoe ongelooflijk dat ook klinkt, die tegelijkertijd eerbiedige en halsstarrige manier waarop Hammershi een levenlang in de weer is geweest het licht te onderzoeken, doet denken aan de hardnekkigheid die Seurat wat dat betreft aan de dag heeft gelegd.

De uitwerking had niet extremer kunnen verschillen: Hammershi neemt keer op keer het hele gamma van grijzen door en schildert dat even dun als precies. 't Is zacht en vol van het geabsorbeerde licht, en niet, als bij Seurat, hard en puntig en in harde, ondoordringbare bolletjes gereflecteerd. Hammershi zet bijna krabbend dunne streepjes op het linnen, die een schijn van egaliteit wekken.

Maar de obsessie is dezelfde.

Het zijn chromatische toonladders van grijs en geen symfonieën van kleur die Hammershi maakte, en er spreekt een onderzoekende geest uit, die een mystieke eerbied voor het licht moet hebben gekend.

Het is op zijn minst merkwaardig dat dat schilderkunstige onderzoek plaats had in precies dezelfde tijd dat belangrijke natuurkundigen, vooral ook in Nederland en even later in Denemarken, zich over het karakter en het gedrag van het licht bogen.

Het is noordelijk licht dat hij schilderde, en dat noordelijke karakter van zijn werk wordt nog eens beklemtoond door wat hij in zijn landschappen laat zien. De dreigende lucht die er boven een kaal en winters boslandschap uit 1896 hangt roept onmiddellijk associaties op met zo'n somber stemmende bomenrij van Jan Mankes, van maar weinig jaren later.

Het standpunt dat Hammershi koos voor zijn Gezicht op Refsnaes, uit 1900, is zo eigenaardig - een duinlandschap dat een derde van het doek beslaat, bijna egaal zandgrijs, daarboven louter lucht - dat het eerder bij een noordelijke landschapsschilder als Willem van Althuis uit onze eigen tijd aansluiting lijkt te zoeken, dan bij de laat negentiende-eeuwse landschapschilderkunst.

Zijn waterige gezicht op het herfstige Meer van Gentofte is nagenoeg een variant op Weissenbruchs doornatte werken.

Zo kan je doorgaan: telkens zijn Hammershis schilderijen moeiteloos te associëren met die van Nederlandse schilders, van de zeventiende eeuw tot de twintigste. Hammershi moet worden beschouwd als een kenner van, ja een verslaafde aan het licht 'van deze nuchtere streken, wijd als de hemel zelf, met eendere rand'. Op precies dezelfde manier als de dichter van die regels heeft hij dat bekeken, in zich opgenomen, geëxploreerd - en vervolgens bezongen.

Om dat zingen gaat het. Want dat is wat hem zoveel meer maakt dan een verbluffend imitator: hij is zo lyrisch. Het is de lyriek van een ingetogen mens, die haast de deur van zijn huis niet uit te krijgen is - en als hij al naar buiten gaat dat slechts doet om tamelijk onpicturale, nogal gewone, ja, zelfs saaie landschappen te schilderen.

De mate waarin de huizen van het noorden in zichzelf gekeerd zijn en waarin de ramen die erin werden aangebracht bedoeld lijken om het spaarzame licht, de karige warmte naar binnen te scheppen, zit ook in zijn schilderkunstig temperament.

Het is introvert, bedachtzaam, maar binnensmonds juichend over de schoonheid, die maar zo mondjesmaat wordt aangetroffen. De huizen zijn blokkades tegen de buitenwereld en creëren hun eigen, naar binnen gerichte intimiteit.

De schilder legt zich toe op het deblokkeren van die ruimtes; hij zet de deuren open en laat het licht naar binnen stromen, al is het dan ook maar voor even - en als dat niet lukt hangt hij kleine landschapjes aan de norse, egale wanden, om er opnieuw licht in aan te brengen.

Het zijn bescheiden pogingen, maar ze getuigen van een innemende toewijding.

L'Univers Poétique de Vilhelm Hammershi, 1864-1916. Musée d'Orsay, Parijs, tot en met 1 maart. Catalogus: FF 290,-.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden