Toon sluwheid Mein Kampf in nieuwe kritische editie

Naast ontkrachten ook verklaren

In de zorgvuldig geannoteerde Duitse editie van Mein Kampf lees je wat er niet klopt. Maar niet waarom Hitler zovelen aansprak, constateert Ewoud Kieft. En dat zou wel moeten.

Het Münchense Institut für Zeitgeschichte (IfZ) maakte meer dan 3.700 commentaren op de originele tekst van Mein Kampf. Beeld AFP

Na zeventig jaar verkoopverbod, taboes en hoogoplopende discussies komt ook hier een nieuwe versie van Mein Kampf op de markt. Uitgeverij Prometheus brengt een wetenschappelijk verantwoorde Nederlandse editie, een vertaling van de Kritische Edition die dit jaar in Duitsland uitkwam. Zo'n uitgave kan een enorme aanwinst zijn voor onze herinnering aan de Tweede Wereldoorlog. Maar als Prometheus al te strikt het Duitse voorbeeld volgt, is het vooral een gemiste kans.

Het Münchense Institut für Zeitgeschichte (IfZ) maakte meer dan 3.700 commentaren op de originele tekst van Mein Kampf, en die zijn in veel opzichten bewonderenswaardig, het resultaat van jarenlang gedegen tekstonderzoek. De onderzoekers weerleggen op rationele wijze wat er niet klopt aan Mein Kampf, maar één ding doen ze nadrukkelijk niet: begrijpelijk maken waarom het boek en het nationaalsocialisme desondanks voor miljoenen Duitsers en Europeanen aantrekkelijk konden zijn. En uitgerekend daarvan zouden we wat kunnen leren, zeker in deze tijd van opkomend, feitenvrij populisme.

De historici van het IfZ verklaarden dat ze Hitlers tekst hebben willen 'omsingelen'. En dat is precies wat je ziet. Twee grote, opengeslagen pagina's bevatten één pagina van de originele tekst van Hitler, daaromheen lange commentaren. Beducht voor alle taboes rond het boek, hebben ze de nadruk gelegd op het ontkrachten van Mein Kampf. Hitler draait voortdurend de waarheid in zijn voordeel en maakt zijn levensverhaal mooier, zolang het past in zijn politieke betoog. De Duitse commentatoren wijzen er, terecht en noodzakelijk, op wanneer hij dit doet.

Maar vaak verliezen ze zich ook in de beroepsdeformatie van de klassieke editiewetenschap: het spitten naar overeenkomsten en verschillen tussen teksten. Er staan honderden voetnoten in de Kritische Edition over obscure antisemitische manifesten die Hitler misschien wel of misschien niet gelezen heeft, verwijzingen naar boeken uit die tijd die iets soortgelijks, of juist iets tegenovergestelds beweerden. Mein Kampf als kruiswoordpuzzel.

Ewoud Kieft is schrijver en historicus. In april 2017 verschijnt van hem bij Atlas Contact: Het verboden boek - Mein Kampf en de aantrekkingskracht van het nazisme, dat hij in opdracht van het NIOD schreef.

Dat is leuk voor de specialisten, maar de belangrijkste vragen worden zo niet beantwoord. Sterker nog, in deze editie wordt het mysterie alleen maar groter: hoe heeft zo'n boek vol fouten, domheden en discrepanties zo'n enorme invloed kunnen hebben.

Het is een stuk makkelijker om de domheid van Mein Kampf te laten zien dan de politieke sluwheid die erachter schuilt. Als je Hitlers wereldvisie in een paar zinnen zou moeten samenvatten, kom je al snel uit op de vergezochte complottheorie van een racist die niet veel van biologie heeft begrepen. Hitler schetst een wereldbeeld van nietsontziende rassenstrijd: het edelmoedige ras van de Ariërs is in verval geraakt, door sabotage van binnen de Volksgemeinschaft, en dreigt het te verliezen van het Joodse ras, een ras dat via infiltratie en andere sluikse manieren de natuurlijke orde probeert te ondermijnen en zo de wereldheerschappij hoopt te veroveren. De Joden bedreigen daarmee niet alleen het Arische ras, maar het voortbestaan van de hele mensheid.

Dat er, biologisch gezien, geen enkele basis is om mensen in verschillende rassen te verdelen, is op zichzelf al genoeg om aan te tonen dat Hitlers eugenetica niet veel met wetenschap te maken had. En dat is precies wat het IfZ doet. Ze vullen dat nog verder aan door de toenmalige staat van biologisch onderzoek te beschrijven, om daarmee aan te tonen dat Hitlers denken ook al in de jaren twintig passé was. Het IfZ noemt hier het voorbeeld van de invloedrijke Duitse antropoloog Eugen Fischer, die al in 1913 had geschreven dat ouders van verschillende etnische afkomst 'glänzendes Menschenmaterial' konden produceren. Zo laten de IfZ-onderzoekers zien dat Hitler antisemitische onzin zat te verkopen.

Maar wat ze niet vermelden, is dat dezelfde Eugen Fischer openlijk pleitte voor een strikt verbod op gemengde huwelijken, om zo rasvermenging te voorkomen. Dit soort weglatingen zijn problematisch, omdat ze suggereren dat Hitler alleen stond in zijn verkondiging van racistische mythen. Het feit dat toonaangevende Duitse wetenschappers vergelijkbare opvattingen verspreidden, is noodzakelijk om te begrijpen waarom mensen die serieus namen.

Het originele boek Mein Kampf. Beeld ap

Campagnestrategie

Iedereen die de laatste jaren het nieuws volgt, wordt er voortdurend aan herinnerd: politiek heeft niets met rationaliteit te maken. Politiek is de kunst om mensen in jouw verhaal over de wereld te laten geloven. Of je dat nu met feiten kunt onderbouwen of niet. In veel gevallen kom je met retorisch talent en slimme marketing een heel eind.

En uitgerekend dat aspect bespreekt Hitler uitgebreid in Mein Kampf. Toen ik het boek voor het eerst las, was ik verbijsterd over de openhartigheid waarmee hij uitweidt over zijn campagnestrategie. Zo had hij gemerkt dat de massa 'door de primitiviteit en simpelheid van haar gemoed eerder in een groote dan in een kleine leugen kan gelooven'. Iedereen gebruikt weleens een leugentje, maar de meeste mensen zouden het zich simpelweg niet kunnen voorstellen 'dat een ander over de noodige brutaliteit beschikt om zulk een allerinfaamste verdraaiing der werkelijkheid voor waar te kunnen verhalen.' En als mensen maar vaak genoeg dezelfde leugen horen, verkondigt Hitler ook, dan blijft er altijd wel wat van hangen.

Tekst gaat door onder de foto.

Foto van Adolf Hilter aan het front tijdens de Eerste Wereldoorlog. Hitler zit links op de voorste rij, (met het kruisje boven zijn hoofd). Beeld ANP Kippa

Hitler diende tijdens de Eerste Wereldoorlog vier jaar aan het westelijk front, de meeste tijd als koerier vlak achter de loopgraven. In die periode raakte hij ervan overtuigd dat de Duitse propaganda lang niet krachtig genoeg was en dat de Engelsen het veel beter hadden begrepen. De Britse propaganda portretteerde de Duitse soldaten als barbaars en wreed, als kindermoordenaars en vrouwenverkrachters. Die duidelijke boodschap motiveerde de Britse soldaten om tot het uiterste door te vechten.

Daarom moest elke propaganda de zaken zo simpel mogelijk maken. Alles moest gereduceerd worden tot simpele tegenstellingen: zwart of wit, 'liefde of haat, recht of onrecht, waarheid of leugen, maar nooit half zus en half zoo, of gedeeltelijk dit en gedeeltelijk dat, enz.

'Iedere propaganda moet populair zijn, en haar intellectueel peil instellen op het begripsvermogen van den meest achterlijke onder diegenen, tot wien zij zich wenscht te richten. (...) Hoe geringer dan haar wetenschappelijke ballast is, en hoe meer zij uitsluitend berekend is op het gevoel der menigte, des te grooter en intenser zal het succes zijn.'

Succes was volgens Hitler de enige maatstaf om te beoordelen of propaganda juist was. Wat niet telde, was 'of men er in geslaagd is om de goedkeuring van een paar geleerden of een paar esthetische jongelingen weg te dragen'.

Hitler schaamde zich niet voor zijn pragmatische overwegingen, hij was er openlijk trots op. Toen hij in het najaar van 1919 de politiek in ging, richtte hij zich tot een achterban die zich machteloos en ontheemd voelde, en woedend was op de regering van de Weimar-republiek, die zich na de oorlog aan het vijandige buitenland had geconformeerd. En hij kwam er al snel achter: zolang hij zichzelf als stem van het onderdrukte volk presenteerde, werd er veel gepikt.

Als hem dat zo uitkwam, paste hij de werkelijkheid aan zijn eigen verhaal aan. Het maakte de meeste van zijn aanhangers niet uit. En het enige wat Hitler zelf belangrijk vond, was of zijn verhaal effectief was.

Dit is cruciaal om de grote lijn van Mein Kampf te begrijpen. Hitler was een utilitarist: voor hem was alle wetenschap, alle cultuur een afgeleide van de machtsverhoudingen, van de 'biologische onderbouw'. Voor Hitler was de waarheid niets meer dan een bewering die de strijd met concurrerende beweringen heeft gewonnen. Geschiedenis wordt geschreven door de overwinnaars.

Mein Kampf is een door en door pragmatisch boek vol feitenvrij populisme en antisemitische spookverhalen. Het heeft weinig zin om te focussen op alle onfeitelijkheden in het boek, als je niet vertelt waar al die leugens voor dienden.

Zo becommentarieert het IfZ Hitlers rassentheorieën in Mein Kampf met de boodschap dat die niet overeenstemden met Darwins evolutiebiologie. De 'survival of the fittest' verklaart het ontstaan van soorten, aan de hand van hoe die zich aan hun omgeving aanpassen. Dat heeft niets met rassenstrijd te maken. Maar Hitler bedreef geen wetenschap, hij bedreef politiek. Met zijn rassentheorieën vertelde hij een verhaal over het ontstaan van de wereld, hoe de mensen eerst in homogene gemeenschappen leefden, die elkaar bevochten, waarna alleen de besten overbleven - zo was de vooruitgang tot stand gekomen: het beste ras wint. Totdat mensen die regels van de natuur waren gaan overtreden. Volkeren waren zich met volkeren gaan mengen. Toen was het verval gekomen.

Dit is vooral een religieus verhaal, een oorsprongsmythe van de wereld. Hitler gebruikte letterlijk religieuze termen in zijn verhaal: het 'paradijs' van de oorspronkelijke raszuiverheid, de 'zondeval' van de rasvermenging, de 'wederopstanding' van het Duitse volk, als dat zich van vreemde indringers zou zuiveren, en het einddoel van de Arische, raszuivere mens was om de 'gelijkenis van God' te worden. Hitler zag het nazisme als een nieuwe, seculiere natuurreligie. In Mein Kampf is de natuur synoniem aan 'God'.

Ook dat was een volmaakt politieke keuze. Hitler lichtte in Mein Kampf toe dat een politieke partij pas echt succes zou hebben als ze de gedaante zou aannemen van een religieuze beweging: 'Het geloof is moeilijker te vernietigen dan het weten, liefde is standvastiger dan eerbied, haat is sterker dan wrevel, en het was altijd de bezieling van een fanatisme, soms de zweep van de hysterie, welke de geweldige omwentelingen dezer aarde deed ontstaan, en zoo goed als nooit een, door de geheele massa gedeeld, wetenschappelijk inzicht.'

Het is een wonderlijke paradox, die Hitler voortdurend herhaalt: de nazi's moesten vanuit pragmatische politieke overwegingen dogmatisch zijn. Daarom mocht er ook niets aan het oorspronkelijke partijprogramma worden veranderd.

'Want hoe wil men menschen vervullen met blind geloof in de juistheid van een leer, wanneer men zelf voortdurend veranderingen aanbrengt in den uiterlijken vorm, en zoodoende zelf onzekerheid en twijfel verbreidt? (...) Ook hier kan men leeren van de katholieke kerk.'

Tekst gaat door onder de foto.

Stembiljet voor Adolf Hitler uit 1933. Hitler kwam na de democratisch verlopen Duitse verkiezingen van 1933 aan de macht. Beeld epa

Woedende onmacht

Van de ruim 3.700 voetnoten in de Mein Kampf-editie van het IfZ gaat er slechts één over 'politieke religie'. Het commentaar luidt dat de mix van politiek en religie een wezenlijke karakteristiek van het nationaalsocialisme was. De annotatie verwijst naar een, inderdaad volstrekt hypocriete, bewering van Hitler dat andere politici misbruik maakten van religie, en dat dat schandalig was. Het is tekenend voor de aanpak van het IfZ: het commentaar is bedoeld om een bewering van Hitler te ontkrachten, niet om te verduidelijken waar Hitler dat dan zelf in Mein Kampf doet.

Hitler bracht zijn seculier-religieuze boodschap op het moment dat een groot deel van de Duitse bevolking zich wanhopig voelde, zes jaar na het verlies van de Eerste Wereldoorlog. Miljoenen Duitsers waren gesneuveld, verminkt of van de honger omgekomen.

En dan was er de woedende onmacht over het Verdrag van Versailles, de herstelbetalingen, de Franse bezetting van het Ruhrgebied, de verwoestende chaos van de hyperinflatie in 1923. Een groot deel van de Duitse bevolking had het gevoel dat ze in apocalyptische tijden leefde. Velen hadden behoefte te horen dat alles niet voor niets was geweest, dat uiteindelijk alles goed zou komen met Duitsland. En dat was precies wat Hitler in Mein Kampf verkondigde.

'Alles op aarde kan verbeterd worden. Iedere nederlaag kan de vader van een latere overwinning worden. Iedere verloren oorlog kan tot een wederopstanding, iedere nood tot bevruchting der menschelijke energie leiden en uit iedere onderdrukking kunnen de krachten voor een nieuwe wedergeboorte der zielen opgroeien - zoolang het bloed zuiver blijft.'

Die laatste toevoeging maakt duidelijk dat Hitlers boodschap van hoop er tegelijkertijd één van racistische haat was. Veel nationalistische Duitsers waren er in de oorlogsjaren van overtuigd dat het Joodse deel van de bevolking op een handige manier buiten de strijd probeerde te blijven. Onderzoek had uitgewezen dat Joodse Duitsers in werkelijkheid oververtegenwoordigd waren, maar de legertop hield dat geheim.

Hitler nam in Mein Kampf dit soort antisemitische vooroordelen simpelweg over en vertelde over Joodse Duitsers die van de oorlog geprofiteerd hadden, Joodse Duitsers die via de socialistische partij en de vakbonden de eenheid van de volksgemeenschap hadden ondermijnd en de revolutie hadden ontketend. Zo had het kunnen gebeuren dat het Duitse volk, volgens Hitler toch op afstand het beste ras op aarde, de oorlog verloor.

In heel Europa was de Eerste Wereldoorlog gepaard gegaan met mythische voorstellingen over een kosmische strijd tussen Goed en Kwaad. Historici als George Mosse, Annette Becker en Jay Winter hebben aangetoond dat oorlogsmystiek in die jaren een belangrijk onderdeel van de oorlogsbeleving werd. In alle oorlogvoerende landen werden gesneuvelde soldaten met de stervende Christus vergeleken: zoals Jezus zich had opgeofferd voor de verlossing van de mensheid, zo stierven de soldaten voor de verlossing en de wederopstanding van de natie.

Veel van de mythologische voorstellingen in Mein Kampf sluiten volledig aan bij die mythische oorlogscultuur, en daardoor bij de beleving van vele gewone Duitsers. Dat verklaart ook waarom ze aansloegen in de Duitse mainstream en uiteindelijk zelfs bij veel linkse Duitsers. De commentatoren van het IfZ focussen te veel op de invloed van obscure völkische schrijvers op Mein Kampf in plaats van uit te leggen waarom het juist Hitler was die massale aanhang kreeg in de Duitse politiek.

Hitlers mythische verhaal over de rassenstrijd tussen volks-Duitsers en de Joden paste volledig in zijn bredere politieke strategie: om het nazisme als een overzichtelijke visie op de wereld te presenteren, met één volk van helden en één vijand. Hij hield het simpel, anders raakten de mensen in verwarring en gingen ze twijfelen: 'Daarom moet een veelvoud van innerlijk verschillende tegenstanders altijd samengevat worden, zoodat het gros van de eigen aanhangers den indruk krijgt, alsof de strijd slechts tegen één vijand wordt gevoerd. Dit versterkt het geloof aan het eigen recht en verhoogt de verbittering tegen dengene, die dat recht aantast.'

Hitler gaf het Duitse volk één vijand: de Europese Joden, die onverbiddelijk moesten worden uitgeroeid. Het staat er al letterlijk, in dit boek uit 1925. En hij verkondigde één groot doel, de wederopstanding van de natie, zodat de onterechte nederlaag van 1918 weer kon worden goedgemaakt en de Duitse glorie weer hersteld. Maar daarvoor moest de Duitse samenleving wel eerst van alle infiltranten, saboteurs en 'volksvreemde elementen' worden gezuiverd.

Aantrekkingskracht

Dat het IfZ al deze antisemitische mythen heeft ontkracht, is belangrijk, zeker in tijden dat leraren geschiedenis in de klas met Holocaust-ontkenning worden geconfronteerd. Een nieuwe Nederlandse editie kan nog een stap verder zetten, want er valt nog veel te verduidelijken en uit te lichten. In Duitsland zijn meer dan honderdduizend exemplaren van de nieuwe Mein Kampf-editie verkocht. Veel mensen zoeken antwoord op de vraag wat de aantrekkingskracht van het nazisme was, en in een nieuwe editie kan al het onderzoek dat op dit vlak gedaan is voor een breed publiek toegankelijk worden gemaakt.

Als belangrijkste bron van het nationaalsocialisme is Mein Kampf een onlosmakelijk onderdeel van onze Europese geschiedenis. We hebben het nazisme te lang behandeld als de geschiedenis van anderen, iets waar wij alleen het slachtoffer van geweest zijn en dat verder niets met ons te maken heeft. We hebben Mein Kampf te lang op afstand gehouden door het te verbieden, of het dom of onleesbaar te noemen. Die verdedingsmechanismen zijn helaas nog te herkennen in de Duitse editie van het IfZ.

Een nieuwe Nederlandse editie kan van Mein Kampf meer dan alleen een academisch studieobject maken, maar ook een zinvol onderdeel van onze collectieve herinnering aan de Tweede Wereldoorlog, een boek waarvan we kunnen leren. Zodat we beter beseffen wat we precies bedoelen als we zeggen: dat nooit meer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.