InterviewTony Allen

Tony Allen (1940-2020) over zijn samenwerkingen: ‘Gewoon gaan. Spontaniteit en originaliteit, daar ging het om’

Tony Allen tijdens een optreden in La Gaîté Lyrique in Parijs, in april 2015.Beeld Getty

Donderdag overleed de legendarische drummer Tony Allen, een van de grondleggers van de afrobeat. Kort geleden sprak de Volkskrant hem nog telefonisch over zijn samenwerking met Fela Kuti, Hugh Masekela en Damon Albarn.

Er was die eerste ontmoeting in de jaren zeventig. De drumgod uit Nigeria kwam de ‘vader van de Zuid-Afrikaanse jazz’ tegen in Lagos, Nigeria. Ze kenden elkaars werk. Tony Allen drumde de sterren van de hemel bij de Nigeriaanse superster Fela Kuti en trompettist Hugh Masekela stond aan de wieg van Afrikaanse jazz en schreef anti-apartheidsongs. Er werd een zaadje geplant voor een samenwerking. Maar het duurde 33 jaar voor dat zaadje in 2010 ontkiemde. En nog eens negen voordat die samenwerking haar vruchten afwierp en het album Rejoice het daglicht zag. Alles bij elkaar 42 jaar. Wat is er gebeurd?

Aan de andere kant van de telefoonlijn bezweert de 79-jarige Tony Allen vanuit Parijs dat hij ook niet zo goed weet waar het aan lag. ‘Ieder ging na de eerste opnamen zijn eigen weg. En elke keer als ik Hugh daarna tegenkwam, vroeg hij me wanneer die plaat nou eindelijk uitkwam. Ik heb er van de platenmaatschappij nooit duidelijk antwoord op gekregen. Volgens mij hadden ze daar het project gewoon in de steek gelaten voor dringender zaken.’

Sterker nog, Allen vermoedt dat als Masekela in 2018 niet was komen te overlijden, de plaat nu nog steeds op de plank zou liggen.

Zit wat in. In 2002 deed Allen in deze krant ‘les 1 van de muziekindustrie’ uit de doeken: ‘Als er iemand doodgaat, is er geld aan hem te verdienen.’ Na Fela Kuti’s dood in 1997 laaide de interesse voor zijn muziek weer op en diens drummer werd een veelgevraagd sessiemuzikant. De man die volgens de legende zijn vier ledematen in onafhankelijke ritmes kan bewegen, de man die volgens muziekgoeroe Brian Eno de ‘greatest drummer ever’ is, speelde onder anderen met chanteuse Charlotte Gainsbourg, bassist Flea van de Red Hot Chili Peppers, de Malinese zangeres Oumou Sangaré, techno-dj Jeff Mills en Damon Albarn van Blur en Gorillaz. Samenwerkingen waar Allen zijn stempel op drukte. 

We laten de drummer aan het woord over de aard van die samenwerkingen.

Tony Allen in 2009.Beeld Getty/Jon Lusk/Redferns

Hugh Masekela

Allen: ‘Rejoice is het resultaat van improvisaties. Zonder vooropgezet plan gingen we in 2010 de Livingston Studios in Londen in. Ik legde een groove neer en Hugh improviseerde daaroverheen de melodielijnen op zijn flügelhorn. Gewoon gaan. Spontaniteit en originaliteit, daar ging het om.’

Op Rejoice knoopt Allen met indrukwekkende losheid een subliem weefsel van knisperende ritmes aan elkaar en laat weer eens horen dat een drummer niet hard hoeft te spelen om zijn punt te maken. Masekela fladdert daar lichtvoetig doorheen. Een ‘stoofpot van Zuid-Afrikaans-Nigeriaanse swingjazz’, noemt Allen het. En dat terwijl de twee giganten niet eens fysiek hebben samengespeeld. Hun bijdragen zijn na elkaar opgenomen, in één weekend.

Allen: ‘We waren nog van plan er iets aan toe te voegen, maar dat is er nooit van gekomen. Maar tien jaar is een lange tijd. We vonden dat de plaat geüpdatet moest worden. Vandaar dat we een aantal jonge Britse jazzmuzikanten hebben gevraagd de muziek verder in te kleuren.’

Hugh Masekela in de Music Hall of the Performing Arts in Detroit, in april 2013.Beeld Getty/Monica Morgan/WireImage

Fela Kuti

Als je niet uit de Angelsaksische poptraditie komt, is de kans klein dat je als wereldster naam maakt. Bob Marley deed het en Fela Kuti deed het ook. Diens afrobeat, een vermenging van Afrikaanse ritmes en Amerikaanse funk, vond in de jaren zeventig en tachtig ver buiten Nigeria weerklank, terwijl het in eerste instantie voor binnenlands gebruik was. Kuti hekelde met zijn songteksten het toenmalige militaire regime in zijn land. Muziek waar je een vuist op kunt maken én op kunt dansen.

Maar Allens standpunt luidt: ‘Ik praat niet over het verleden.’ En ja, Fela Kuti behoort heel erg tot het verleden.

Toch, als je met Masekela speelt, die zijn muziek ook verbond met een activistische strijd, en als op Rejoice Kuti even voorbijkomt in het nummer Never – ‘Lagos never gonna be the same without Fela’ – dan wil je vergelijken.

Allen: ‘Fela was in zijn werk veel directer dan Hugh. Te direct. Hij had gelijk, maar wat heb je als muzikant aan die militante opstelling, als je daardoor het regime tegen je in het harnas jaagt en je zo vaak door militairen in elkaar wordt geslagen?’

Hij beschouwt Kuti als een broer. Maar wel een die als despoot heerste over zijn band. ‘Als iemand tijdens een show een fout maakte, stopte hij de muziek en berispte en vernederde hij die muzikant publiekelijk.’

Het was Kuti die besliste wat zijn bandleden speelden. Hij schreef hun partijen helemaal uit. Alleen Allen kreeg muzikaal carte blanche. Kuti gaf het volledige vertrouwen aan die stationair lopende motor die de band tijdens optredens weleens zes uur lang voortstuwde.

Maar het geweld werd heftiger en Kuti verzamelde een entourage om zich heen van onder onderen 27 vrouwen met wie hij allemaal trouwde. In 1979 had Allen genoeg van het oplaaiende geweld en het almaar groeiende gevolg rond koning Kuti. Het was een aderlating voor Nigeria’s rebelse muziekheld. Kuti deed de legendarische uitspraak dat er vier drummers nodig zijn om te doen wat één Tony Allen doet.

Fela Kuti tijdens een optreden in de Orchestra Hall in Detroit, in 1986.Beeld Getty

Damon Albarn

Soms hoef je alleen maar een naam te laten vallen om een samenwerking op te starten. In Blurs Music Is My Radar zingt frontman Damon Albarn ‘Tony Allen got me dancing’. Gevleid nodigde Allen Albarn in 2002 uit voor een bezoek aan Nigeria om een bijdrage te leveren aan zijn album Home Cooking. Vier jaar later speelde Allen mee in Albarns gelegenheidsband The Good, the Bad & the Queen.

De bandleden, onder wie voormalig The Clash-bassist Paul Simonon, moesten wel wennen aan Allens stijl. Waar popdrummers gewoonlijk de maat benadrukken en zo als kapstok fungeren voor melodielijnen en loopjes, legt Allen een groove neer die speels over de maatstrepen heen springt. Simonon kon de tel niet vinden. Allens advies: ‘Focus je niet op mijn drums, concentreer je op je basspel.’

De drummer mag dan wel een dienende rol in de band hebben, Tony Allen vraag je juist om zijn eigenzinnige stijl. En het moet ook op persoonlijk vlak goed zitten.

Allen: ‘Vriendschap is de sleutel tot het succes van muzikale samenwerking. Ik beschouw de mensen met wie ik heb samengewerkt in mijn carrière als mijn vrienden.’

Zo ook Albarn. Allen vertelde The Guardian in 2007 dat de relatie tussen Albarn en hem werd bestendigd toen een aangeschoten Albarn hem live op tv omhelsde terwijl hij aan het drummen was.

Allen houdt van korte lijntjes, een directe benadering die resultaten oplevert, zonder al te veel ruis van tussenpersonen. Hij deed ergens begin deze eeuw een poging Paul McCartney, die hem in 1975 al in Lagos opzocht, de studio in te krijgen. Dat ging over veel te veel schijven. Hij liet het idee schieten.

Allen: ‘Zo werkt het niet bij mij. Wie van mijn diensten gebruik wil maken, kan mijn management bellen en die geeft het rechtstreeks aan mij door. Ik hoef de persoon in kwestie niet eens vooraf te ontmoeten. Ze mogen ook gewoon een tapeje achterlaten met de muziek waarvoor ik de drums moet verzorgen. En bij de ontmoeting zien we wel of het klikt.’

Damon Albarn als zanger van The Good, the Bad & the Queen op Lowlands 2019.Beeld Getty

Tony Allen & Hugh Masekela – Rejoice (World Circuit Records) 

Drumcomputers

Er zijn maar weinig drummers met de souplesse, het ritmegevoel en de subtiliteit van Tony Allen. Maar er zijn wel drumcomputers met ongekende mogelijkheden. Of Tony Allen die als concurrentie ziet? ‘Fuck drumcomputers. Geen enkele drumcomputer kan wat ik kan.’ 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden