INTERVIEW

Tonke Dragt: 'Mijn ridderboeken horen thuis in Engeland'

Jeugdboekenauteur Tonke Dragt (84) heeft eindelijk Engeland veroverd: De brief voor de koning is er al dik een jaar een groot succes. Bij hoge uitzondering vertelt ze hoe het haar gaat.

Tekening uit Brief voor de koning Beeld Tonke Dragt, Uitgeverij Leopold

'Zo, nu hou ik op met klagen', zegt Tonke Dragt na een kwartier onafgebroken praten. De 84-jarige kinderboekenschrijfster is nog niet zo lang geleden naar een ander particulier verzorgingshuis in Den Haag verhuisd, omdat het vorige failliet ging. Haar artrose is verergerd en sinds ze een maand geleden op onverklaarbare wijze haar voet heeft gebroken, kan ze nauwelijks meer lopen.

'De nachten vind ik het zwaarst. Ik heb vaak geen zin om te slapen, maar er is niets te doen. Ik lees veel. De Rode pimpernel bijvoorbeeld, uit jeugdsentiment, en als tegenwicht de Daodejing. Ze doen hier heus hun best hoor, maar zo nu en dan baal ik van alles. Dat ik lichamelijke gebreken heb, is tot daar aan toe, maar soms behandelen ze me alsof mijn hoofd ook niet goed is. Dat ik boeken heb geschreven, geloven ze waarschijnlijk pas als het in de krant staat.'

Doorbraak in Engeland

Lichamelijk mag het moeizaam gaan, geestelijk is de schepster van De brief voor de koning (1962) - een van de bekendste Nederlandse kinderboeken, bekroond met de Griffel der Griffels - nog helemaal de oude. Met enthousiasme reageert ze op haar late doorbraak in Engeland. The Letter for the King is er al een jaar lang een doorslaand succes. 'Ja, wat moet ik daarvan zeggen? Ik ben er ontzettend blij mee. Eindelijk!'

Zo blij, dat ze bij hoge uitzondering een interview toestaat. Want het verschijnen alleen al is bijzonder: maar 3 procent van de in Groot-Brittannië verkrijgbare literatuur is vertaald. In Duitsland kunnen kinderen over alle boeken van Dragt beschikken, in Spanje zag meer dan de helft van haar boeken het licht. Er is een editie verschenen in Indonesië, waar Dragt opgroeide, en zelfs in het land van de toenmalige bezetters: Japan.

Brief voor de koning

De brief voor de koning vertelt het verhaal van schildknaap Tiuri. In de nacht voor zijn ridderslag verlaat hij de kapel waar hij een wake houdt, omdat iemand hem om hulp vraagt. Een queeste, die alles heeft van de klassieke ridderverhalen die in het land van koning Arthur en Tolkien zo populair zijn.

Maar haar enige boek dat tot voor kort ooit in het Engels verscheen, was de weinig succesvolle Amerikaanse vertaling van haar sciencefictionboek De torens van februari in 1975. 'Dat de Engelsen De brief voor de koning niet wilden, heb ik eerlijk gezegd al die tijd niet kunnen begrijpen. Ik heb van het begin af aan gevonden dat mijn ridderboeken daar thuishoren.'

Meerdere keren werd het boek door haar uitgever aangeboden, zelfs een keer met een aanbevelingsbrief van de beroemde Engelse fantasyschrijver Alan Garner. 'Die keer kreeg ik het pakketje terug met gescheurde verpakking. Wat goed, dacht ik, ze hebben het opengemaakt. Dat was voor het eerst, maar ook toen vonden ze het vertalen te duur.'

(tekst loopt door onder de tekening)

Tekening uit Brief voor de koning, gemaakt door Tonke Dragt Beeld Tonke Dragt, Uitgeverij Leopold

Jeugdige dieven

De 52-jarige ban werd verbroken door de in Nederland wonende vertaalster Laura Watkinson, die de eerste hoofdstukken in het Engels aanbood aan uitgever Adam Freudenheim van Pushkin Press, gespecialiseerd in vertalingen van internationale klassiekers en net begonnen met een kinderboekenafdeling.

Toen zijn kinderen op een nacht zijn typoscript hadden gestolen om stiekem verder te kunnen lezen, was hij verkocht. 'Ze waren verrukt', vertelt Dragt. 'Ze vonden het op Harry Potter lijken. Onzin natuurlijk, in Harry Potter komen geen ridders voor en in De brief voor de koning geen tovenaars. Maar ach. Ze gingen het uitgeven. Ik vind het best.'

En ook wat de verkoopcijfers betreft kregen de Britten ongelijk: alle grote kranten hebben lovend over het boek geschreven, voor de kerst-dagen lag alweer de derde druk in de winkel en Watkinson poetst aan de laatste punten en komma's van de opvolger: Geheimen van het Wilde Woud.

Terug naar huis

'Ja, ik ben tevreden. Echt tevreden. Het is eindelijk klaar nu. Hoewel... misschien slaan mijn andere boeken er ook wel aan. Torenhoog en mijlenbreed bijvoorbeeld. Wie weet? Daar mag ik toch wel over fantaseren? Ik moet mijn geest een beetje bezighouden om mijn lichaam te vergeten. Het is altijd goed om ergens naar uit te kunnen zien.'

Het is haar hoop op een dag weer terug te mogen naar haar inmiddels aangepaste huis en tussen haar eigen boeken te zijn en de collages waaraan ze de afgelopen jaren werkte. Ook wil ze een oogje in het zeil houden als het poppenhuis, dat ze bouwde als decor voor haar laatste twee romans, aan het Letterkundig Museum wordt geschonken. Ze fantaseert er zelfs over nog één verhaal te schrijven. Dat heeft als werktitel Het schilderij van Woe Tau Tsi en is een sleutelpassage van haar nog onvoltooide laatste roman De weg naar de cel.

'Het gaat over een legendarische Chinese schilder uit de 6de of 7de eeuw voor Christus. Zijn schilderijen waren zo levensecht, dat hij op een dag in een ervan verdwijnt. Ik heb mijn versie vaak in de klas verteld, toen ik nog tekenlerares was. Dat leverde de prachtigste tekeningen op. Ik wilde het eerder niet opschrijven, omdat ik bang was dat ik het dan niet meer kon vertellen. Maar nu zit ik daar 's nachts vaak aan te denken. Ja, ik denk dat ik dat verhaal toch nog maar moet opschrijven. Dan zullen jullie alles begrijpen.'






De boeken van Tonke Dragt zijn uitgegeven door Leopold.

Tonke Dragt Beeld Joost van den Broek / de Volkskrant

Beste kinderboeken

Dragt werd geboren op Java in 1930 als oudste van drie dochters van verzekeringsdeskundige Dries Dragt en zijn vrouw Ada. Grootste drama in haar leven was de Japanse bezetting en de puberjaren in het kamp Tjideng. Ze kwam naar Nederland, waar ze in Den Haag de kunstacademie volgde. In de jaren zestig ging ze overdag werken als tekenlerares. Haar belangrijkste jeugdromans, De brief voor de koning (1962), De Zevensprong (1966) enTorenhoog en mijlen breed (1969), schreef ze ’snachts. De afgelopen tien jaar leefde de belangstelling voor haar werk weer op. In 2004 won ze de Griffel der Griffels voor het besteNederlandse kinderboek aller tijden. Het tweede deel van haar dubbelroman Zeeën van tijdbleef tot nu toe onvoltooid, alleen het eerste deel Aan de andere kant van de deur (1992) verscheen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden