interview

Toneelschrijver Yücel Kopal nam de persoonlijke verhalen uit de goudshop mee naar huis

Yücel Kopal (1982). Beeld Ivo van der Bent
Yücel Kopal (1982).Beeld Ivo van der Bent

Jarenlang runde Yücel Kopal een goudwisselkantoor. Hij verwerkte de persoonlijke, soms schrijnende verhalen over lief en leed die hij er hoorde tot de toneelvoorstelling Geld voor goud.

Met het hippe uiterlijk van toneelschrijver Yücel Kopal (baardje, zilveren oorringetje, kralenarmbandjes en Converse-gympen) is het misschien niet direct voor te stellen dat hij ooit een succesvol goudhandelaar was, en toch is het zo. Tijdens de kredietcrisis runde hij jarenlang een goudwisselkantoor in een volksbuurt in Nijmegen, in een straat vol biculturele ondernemers.

De naam van de goudshop: Golden Deal. En dat was het ook, voor hem en de vriend met wie hij de zaak op de bonnefooi was begonnen. Door de crisis brak de goudprijs record na record. Tegelijkertijd nam het aantal mensen met financiële problemen snel toe. Bij Golden Deal kwamen ze hun goud, vaak sieraden, in groten getale inruilen voor contact geld.

Mensen van diverse pluimage wisten Kopals winkel te vinden. En die brachten niet alleen veel sieraden mee, maar minstens zoveel verhalen. Hij schreef ze op in een schriftje. Dat vormt nu de inspiratie voor Geld voor goud, een autobiografische voorstelling over een dag in de winkel van de Turks-Nederlandse goudinkoper Deniz en de mensen die bij hem langskomen in de winkel. Het stuk, dat zaterdag in première gaat in Theater Bellevue, is het debuut van de Nijmeegse toneelschrijver.

Op het zonnige terras van het Amsterdamse theater vertelt de 38-jarige Kopal dat hij ‘best wel zenuwachtig is, man’. De schrijver is een enthousiast verteller en hoe enthousiaster hij tijdens het gesprek wordt, hoe vaker de stopwoordjes ‘dude’ en ‘man’ vallen, ‘snap je?’. Kopal is als theatermaker autodidact en debuteert met een semi-autobiografisch stuk: genoeg redenen om het spannend te vinden. Maar er speelt meer mee, vertelt hij. ‘Ik heb lang getwijfeld of ik het wel kon maken om deze verhalen te gebruiken.’

Waarom?

‘Ik heb de verhalen destijds niet opgeschreven met het idee er iets mee te doen. Maar wat ik hoorde, was vaak zo bijzonder dat ik het gewoon móést opschrijven. Toen Bellevue me twee jaar geleden vroeg een voorstelling te maken, dacht ik meteen: dit is het moment om die verhalen te vertellen. Maar toen ik eenmaal bezig was, kreeg ik een vies gevoel. Dat gevoel bleef maar terugkomen. Ik wist dat ik goede intenties had. Maar als het over mij zou gaan, zou ik het dan nog steeds tof vinden? Ik heb met mijn jeugdvrienden gepraat. Die zeiden: ‘Dude, wij kennen je. Wij weten waarom je het doet: je wil verhalen vertellen waarin wij ons herkennen.’ Dat heeft me over de streep getrokken.’

Waar was je bang voor?

‘Dat mijn omgeving zou zeggen dat ik over de rug van anderen hogerop probeer te komen. Toen ik de goudshop had, zei tegen mezelf: ik help deze mensen. De mensen gingen blij weer weg. Maar eerlijk is eerlijk: toen ik de winkel opende, deed ik dat niet om mensen te helpen die het moeilijk hebben. Het was gewoon een gat in de markt. Ik was zwaar op money gefocust, man. Maar tijdens het werk veranderde dat.’

Kreeg je last van gewetensnood?

‘Ja, regelmatig. De klanten zeiden meestal hoeveel geld ze nodig hadden. Zo van: ik heb een rekening openstaan van 300 euro. En dan zag ik dat ze voor maar 80 euro aan goud hadden. Als ik een goede dag had gedraaid, gaf ik die 300 euro gewoon. Dan deed ik alsof dat de waarde was. Ik kon het toch missen.

‘Het gebeurde ook vaak dat sieraden van nepgoud bleken te zijn. Dat was altijd heel pijnlijk. Een keer kwam een oma binnen met haar kleindochter. Ze wilde goud inwisselen zodat ze een keer naar cafetaria Hassan konden. ‘Een keer luxe eten’, zei ze. Maar haar broches waren nep. Toen ik dat zei, viel die oma helemaal stil. Ik heb haar toen alsnog wat geld gegeven. Een vriend die dat zag, zei: dat was ongemakkelijk, dude.’

Kocht je je schuldgevoel af?

‘Ja, ik denk het. Maar dat doen we allemaal. Als je maandelijks geld overmaakt naar een goed doel, doe je dat ook. Ik heb vrienden die om die reden naar de moskee gaan. Die zitten de hele week te kloten, maar op vrijdag gaan ze naar de moskee.’

Wat werd er allemaal aan je verkocht?

‘Veel munten van verzamelaars. En bruiloftsgoud, gouden riemen, setjes van een ketting met bijpassende oorbellen, trouwringen, tanden. Soms zat er aan het goud nog een stukje tand. En dan moest ik die tand er met een knijptang af halen, de stukken vlogen in de rondte. Zaten we samen op de grond de stukken te rapen. Die tanden stonken, man.’

Vonden mensen het moeilijk afstand te doen van hun sieraden?

‘Er waren twee soorten mensen. Mensen die al afscheid hadden genomen van hun sieraden. Die wilden gewoon zo snel en zo veel mogelijk geld van mij. Maar er waren ook mensen die in de winkel nog worstelden. Die pakten het sieraad nog een keer op. Ik zag ze twijfelen. Vaak pakte ik dan het geld erbij, omdat mensen sneller beslisten zodra ze het geld zagen. Maar op een gegeven moment merkte ik dat ik die verhalen mee naar huis nam. Achteraf gezien was ik niet gemaakt voor de business.’

null Beeld Ivo van der Bent
Beeld Ivo van der Bent

Welke verhalen vertelden ze je?

‘Een verhaal dat me altijd is bijgebleven, is dat van een jonge vrouw die gevlucht was. Hodan, heette ze. Echt een mooie vrouw, man. Met van die amandelvormige ogen. Zij kwam meerdere keren in de winkel om delen van haar moeders bruidsschat te verkopen. Die had ze gekregen om met haar kleine broertje naar Europa te vluchten. Ze vertelde dat veel vrouwen goud meenamen op de vlucht, en dat dan vaak verstopten in hun vagina. Dat had zij ook gedaan. Ze kon goed vertellen, maar ze was ook mysterieus. De ene keer kwam ze uit Soedan, dan weer uit Somalië. Tegen haar broertje had ze gezegd dat ze op vakantie gingen. Alsof de vluchtelingenkampen campings of hotels waren. Maar hij had al snel door dat het niet klopte, want ’s avonds werden de vrouwen door de bewakers van het kamp meegenomen. Dat was haar ook overkomen.’

Waarom vertelden de klanten hun verhalen aan jou, denk je?

‘Ik denk dat het niet uitmaakt wie daar zit. Ze wilden gewoon hun verhaal kwijt. Dat is ook logisch. Je krijgt of geeft sieraden als je iets te vieren hebt: als je gaat trouwen, als je een kind krijgt. Allemaal mooie herinneringen. Je doet het pas weg als het slecht met je gaat. Dat goud herinnert ze aan de mooie tijden, aan dat ze het ooit goed hebben gehad.’

Waardoor was je zo gevoelig voor die verhalen?

‘Omdat ik ze herkende. Ik kom uit een achterstandswijk. De mensen daar hebben het niet breed. Ik zag dat dagelijks. Op een gegeven moment ben ik verhuisd. Witte wijk, wit gymnasium. En toen zag ik het niet meer. Dus de verhalen van de klanten waren confronterend. Als je mensen vertelt hoe arme mensen leven, geloven ze het bijna niet. Dat er mensen zijn die niet eens een fucking frietje kunnen kopen. Armoede wordt vaak gebagatelliseerd. Hoe vaak zeggen politici wel niet: dit is Nederland, je kan altijd aan werk komen. Dat stoort me. Ik wil dat mensen weten hoe het andere Nederland eruitziet.’

Kasper Tarenskeen, die het stuk samen met Jan Hulst regisseerde, loopt het terras op. Hij komt Kopal een kopje aspergesoep brengen. Als Tarenskeen weer weg is, zegt Yücel: ‘Hij lachte me uit toen ik aspergesoep bestelde.’ De schrijver lacht. ‘Omdat witte Nederlanders dit graag eten.’

En dat terwijl Kopal tot aan zijn tienertijd nooit met witte Nederlanders optrok. Hij groeide op in Neerbosch-Oost, een wijk aan de rand van Nijmegen met veel migranten. En dus waren al zijn vrienden, net als hij, bicultureel. Maar dat veranderde toen zijn vader een cafetaria kocht in een witte wijk, waar het gezin Kopal boven ging wonen. ‘Mijn vader stuurde me toen ook naar het gymnasium. Dat vond ik niet leuk, want al mijn vrienden gingen ergens anders heen. Maar ik heb daar een toffe tijd gehad. En ik kreeg voor het eerst ook witte vrienden.’

Kopal weet niet anders dan dat hij altijd al verhalen schreef. Stripverhalen die hij voorlas aan zijn vriendjes, een toneelstuk in groep acht en nu dus de verhalen van zijn goudwisselkantoor. Toch durfde hij nooit een schrijfopleiding te volgen. ‘Ik wilde mijn vader niet teleurstellen. In zijn ogen zijn hij en mijn moeder niet helemaal naar Nederland gekomen zodat ik een vage, zweverige kunstopleiding kon gaan doen.’ Het werd een studie rechten, maar dat bleek niets voor hem. Bovendien werd zijn vriendin zwanger, dus moest er geld verdiend worden. Samen met een vriend begon hij toen de goudshop.

Yücel Kopal stopte met de zaak toen de goudkoers minder hard begon te stijgen. Maar dat was niet de enige reden: ‘Ik wist dat dit niet was wat ik met mijn leven wilde. Mensen zeggen vaak: als je doet wat je leuk vindt, is geld niet belangrijk. Ik dacht altijd: nee man, geld is áltijd belangrijk. Maar nu ik iets doe wat ik echt leuk vind, weet ik wat ze ermee bedoelen.’

Geld voor goud. Scenario Yücel Kopal, regie Jan Hulst en Kasper Tarenskeen. 9/6 t/m 19/6 in Theater Bellevue in Amsterdam.

Twee debuten

Geld voor goud is niet Yüsel Kopals eerste theatertekst. Als je het toneelstuk dat hij op de basisschool schreef niet meerekent, is Strijders zijn eerste scenario. Die maakte hij via een regeling van het Fonds Podiumkunsten voor beginnende schrijvers wier verhalen nog weinig te zien zijn op de Nederlandse podia. Na de presentatie vroeg Theater Bellevue hem Geld voor goud te schrijven, waarmee Kopal zaterdag in de grote zaal debuteert.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden