Toneelschrijver Rob de Graaf: 'Voor mij zit 'samenleven' in het ervaren van verschillen'

Toneelschrijver Rob de Graaf over zijn nieuwe tekst Matglazen Vensters, dat de veranderende tijdgeest in hippe dialogen schetst.

Nederland, 2004 Rob de Graaf Foto: Bert Nienhuis/Hollandse Hoogte Beeld Hollandse Hoogte

‘Als ik jou hoor praten’, zegt de zoon tegen de vader, ‘hoor ik helemaal de 20ste eeuw: hoop en teleurstelling.’ Zoon Beau is 40, doet iets met ‘urban engineering’ en leeft het liefst ongebonden, meer dan rolkoffer en wifi heeft hij in zijn leven niet nodig; een huis is een hotel. Beau ontwerpt ‘happy environments’ en bezigt credo’s als: now is the place to be.

Vader Doeze is rond de 60 en verstokt sociaal-democraat. Hij bewoont met Tacita, beeldend kunstenaar, een sociale huurwoning, want zij staan vanzelfsprekend wantrouwend tegenover bezit. Maar hun flat moet straks plaatsmaken voor een nieuw stedenbouwkundig prestigeproject, weet Beau, ‘het Nieuw Nautisch Kwartier’: ‘Een waterstad, met marina’s en een indoorbeach, en waarschijnlijk ook een megaterminal.’ Al stelt Beau ze gerust: er zal waarschijnlijk wel iets van de ‘woonfunctie’ behouden blijven.

Matglazen Vensters, deze week in première gegaan, is een nieuwe tekst van Rob de Graaf (65), al veertig jaar dé Nederlandse toneelschrijver voor de kleine zaal. Voor gezelschap Dood Paard, een vaste partner, schreef hij een nieuw stuk over wonen: over de privatisering van de woningmarkt en de hegemonie van het geld. Onder de oppervlakte gaat het ook over de teloorgang van de idealen van de babyboomers, en het neoliberalisme dat ervoor in de plaats kwam. 

Tacita (Manja Topper) en Beau (Kuno Bakker) verbeelden de verschillen tussen de generaties. Beeld Sanne Peper

De spanning tussen idealen en scepsis, tussen utopie en realiteit, is een terugkerend thema in het recente oeuvre van De Graaf. ‘Dat zal wel met de leeftijd te maken hebben, haha.’ En natuurlijk met het huidige maatschappelijk klimaat, vult hij aan, waarin ‘utopie’ tot zijn spijt een verdacht woord is geworden.

‘Het denken over de maatschappij als een project dat een bepaalde kant op moet, bestaat niet meer’, zegt De Graaf op het kantoor van Dood Paard, op zolder bij theater Frascati in de Amsterdamse Nes. Politiek, zegt hij, is een kwestie van humeur geworden.

Veelschrijver De Graaf – hij schreef zo’n honderd stukken – klinkt als Doeze, en heeft waarschijnlijk ook het meest met dit personage gemeen. Toch slaagt hij erin ook Beau, een type dat ver van hem afstaat, herkenbaar en begrijpelijk te maken. De taal die Beau bezigt is opvallend: hip, zelfverzekerd en royaal gelardeerd met Engelse soundbites. Zo adviseert hij Doeze en Tacita hun woning een beetje ‘up te levellen’. De Graaf: ‘Dat soort zinnen hoor ik op de Zuidas, waar ik op vrijdagmiddagen tussen vier en zeven wel eens langsfiets. Bij mooi weer wordt het Mahlerplein daar bevolkt door velerlei wonderlijke types. Daar pluk je die zinnetjes gewoon uit de lucht.’'

Maar, zegt hij, ‘ik probeer de neoliberale opinies van Beau niet karikaturaal te verwoorden. Je kunt over het neoliberalisme veel kwalijks zeggen, maar het is heus niet allemaal verkeerd.’

In Matglazen Vensters is het marktdenken van Beau een reactie op het hardnekkige idealisme van zijn vader. De Graaf: ‘Het vrijheidsdenken van de jaren zestig en zeventig heeft een bepaalde verstarring in de maatschappij doorbroken, en dat was goed. Maar ik ben soms bang dat de PVV-gedachte een onecht kleinkind is van die jarenzestigmentaliteit. Toen moesten heilige huisjes omver, nu wordt geen enkel gezag meer erkend, er is geen toekomstdroom, geen hoger doel.’ Doeze formuleert het zo: 'Ik probeer een andere wereld te zien, jij wordt wakker in een kamer met matglazen vensters: het is nu, het is hier, het is ik.'

Doeze moest geen ‘stofnest uit de jaren zeventig’ worden, aldus De Graaf, en Beau geen ‘Bul Super’ uit de Ollie B. Bommel-strips, een geldwolf in krijtstreeppak en dikke sigaar. ‘Nee, Beau is óók creatief: hij ontwerpt en daar verdient hij zijn geld mee. Anno nu is het gelukkig niet verdacht meer een beetje geld te willen verdienen.’

Maar Beau is wel iemand die pleit voor gated communities in de stad, omdat mensen nu eenmaal ‘among their own kind’ willen zijn. De Graaf: ‘Ja, dat is een menselijke behoefte, maar er is wel méér dan dat. Mensen willen zich ook nieuwe dingen leren, hun eigen vooroordelen bevragen, verrast worden. Ik woon zelf in een gemengde straat in Zeeburg. Sociale huur, jazeker, en gemengd wonen betekent zeker niet automatisch een gemengd sociaal leven. Maar het is daar in elk geval een mogelijkheid.’

De Graaf, die ooit eindredacteur was bij architectuurblad Archis en werkte bij Stichting Wonen, ziet met lede ogen aan hoe mensen met een laag inkomen steeds verder de stad uit worden gedreven. ‘Een hyperkapitalistisch stadscentrum en de armere mensen in hoogbouw in Purmerend, zo’n land zijn wij toch niet? We zijn geen klassenmaatschappij en we zijn ook niet Amerikaans, waar vooral het recht geldt van de rijkste.

‘Het meest levendig voor een stad is toch een mix van functies en mensen: van diverse herkomst, arm en rijk, gezinnen en ouderen door elkaar. Dat heeft de meeste dynamiek. Voor mij zit ‘samenleven’ in het ervaren van verschillen.’

Matglazen Vensters van Rob de Graaf en Dood Paard, te zien t/m 30/5.

Rob de Graaf

Rob de Graaf (1952) is de belangrijkste Nederlandse toneelschrijver voor de kleine zaal. Hij begon zijn carrière in 1978 bij gezelschap Nieuw West, dat hij oprichtte met Dik Boutkan en Marien Jongewaard. Tot 1993 schreef hij voor Nieuw West en sindsdien voor verschillende andere toneelgezelschappen, waaronder Dood Paard. Hij ontving twee keer de Taalunie Toneelschrijfprijs, voor 2SKIN (1996) en voor Vrede (2007). In 2003 won De Graaf de Charlotte Köhler-prijs voor Neanderdal. Zijn teksten zijn uitgegeven bij: IT&FB, De Geus en De Nieuw Toneelbibliotheek.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.