Toneelsatire over white male privilege is even pijnlijk als hilarisch

Theater - Daar gaan we weer

Een witte redactie vindt zichzelf hartstikke progressief, maar arrogantie en hardnekkig superioriteitsdenken zijn moeilijk uit te schakelen.  

Daar gaan we weer, met vanaf links Wine Dierickx, Matijs Jansen en Maartje Remmers Foto Fred de Brock

‘Ik ben een blanke, westerse man. Die mag je beledigen. Zo veel je maar wil.’ Het is Ton die dit zegt, personage in de onverbiddelijke toneelsatire Daar gaan we weer (White Male Privilege) van het acteurscollectief Wunderbaum. Overgevoeligheden, irritaties en het onvermogen van de hoogopgeleide, witte West-Europeanen om hun bevoorrechte positie in de maatschappij te erkennen, daarover gaat deze actuele, sterk gespeelde en zeker ook vermakelijke voorstelling. Afgelopen donderdag was de première op festival Motel Mozaïque, in het Groot Handelsgebouw te Rotterdam.

Hete maatschappelijke hangijzers

Het is een gedurfde voorstelling. Wunderbaum pakt graag hete maatschappelijke hangijzers aan; hypocrisie in alle lagen van de bevolking blootleggen lijkt al jaren de missie van het collectief. Maar onderwerpen als racisme, seksisme en white privilege kunnen heden ten dage extra controversieel zijn. Bovendien bestaat Wunderbaum uit vijf hoogopgeleide, witte West-Europeanen (waarvan er dit keer drie op het podium staan). Het vaste publiek van de groep – de theaterelite – ziet er al niet veel anders uit. Zodat de kans bestond dat een stelletje witte, bevoorrechte mensen onder elkaar wel eens even dat hele racismedebat zou gaan oplossen.

Maar de groep is slimmer dan dat. Ze lieten de Vlaamse schrijver Annelies Verbeke (met wie ze eerder Rail Gourmet en Flow My Tears maakten) een tekst schrijven waarin drie witte personages gedwongen worden hun kaarten op tafel te leggen. Zo worden ze een voor een ontmaskerd als de arrogante, hypocriete en egoïstische mensen die ze zijn. Alsof het allemaal nog niet duidelijk genoeg is, krijgt het demasqué ten slotte zulke groteske proporties, dat ook de laatste flinters witte waardigheid vervliegen.

Het decor is sober; dit is grotendeels hardcore teksttheater. Het publiek zit aan vier kanten van een houten arenaatje waarin Wine Dierickx, Matijs Jansen en Maartje Remmers hun puntige dialogen uitvechten. De acteurs kunnen geen kant op en als in een snelkookpan wordt de druk steeds verder opgevoerd. Het tempo ligt hoog en er wordt fluks geschakeld tussen getergd, relaxed, woedend en komisch spel.

Mediashitstorm

De situatie is als volgt: de Nederlandse redactie van het Amerikaanse tijdschrift Cult Weekly belandt in een (sociale-)mediashitstorm als er ophef ontstaat over een onbedoeld racistische cover met daarop een stereotype tekening van een naakte, zwarte vrouw. Er moet in allerijl een tekst geschreven worden voor een persconferentie waarin de redactie door het stof gaat. Althans, volgens de extreem politiek correcte redacteur Inge (Dierickx). Redacteur Ton (Jansen), een witte heteroman die in een vechtscheiding ligt, denkt daar heel anders over. Dit pakken ze hem niet ook nog eens af, is zijn instelling. En dan is er nog illustrator Lesley (Remmers), een vrouw die zich heeft opgewerkt uit een ‘tokkie-milieu’ en eindelijk van haar verworven status wil gaan genieten – ‘Kaasjes en olijven dan maar?’ – maar pijnlijk geconfronteerd wordt met haar onwetendheid.

Maartje Remmers in Daar gaan we weer Foto Fred DeBrock

Alledrie vinden ze zichzelf hartstikke progressief, maar arrogantie en hardnekkig superioriteitsdenken zijn moeilijk uit te schakelen. Natuurlijk zijn zij niet verantwoordelijk voor de slavernij en natuurlijk beweren zij niet te weten hoe mensen van kleur zich moeten voelen bij het zien van die cover, maar zij hebben het toch ook niet makkelijk? En een grapje moet toch kunnen? Waarom is alles zo serieus en gevoelig tegenwoordig? Witte tranen vloeien rijkelijk.

Verbeke schreef een tekst waarin zo’n beetje elk vooroordeel en politiek correct cliché is verwerkt; het is een onontwarbare kluwen van racisme, seksisme en klassenverschil. Het knappe is dat de drie acteurs die uitputtende, want nogal lange, confrontatie consequent knetterend spelen, met spaarzame rustpuntjes en allengs hysterischere uithalen.

Waarmee de basis wordt gelegd voor het ontluisterende slot van Daar gaan we weer. Zonder al te veel te willen weggeven: deze woordloze finale toont de ongeciviliseerde oerkreet om zelfbehoud die achter alle mooie praatjes van de geprivilegieerde elite schuilgaat. Even pijnlijk als hilarisch is het. Als publiek hou je er een dubbel gevoel aan over. Aan de ene kant is er opluchting: eindelijk stopt het geouwehoer en is er plaats voor theatrale verbeelding. Aan de andere kant zien we Wunderbaums hoogst sombere gevolgtrekking: mensen, in het nauw gedreven, worden dieren. Daar is niets moois aan.

Daar gaan we weer (White Male Privilege), ****, van en door Wunderbaum. 19/4 Festival Motel Mozaïque, Groot Handelsgebouw, Rotterdam. Tournee t/m 15/6

Op onderzoek in Trump-staat North Carolina

Zoals bij elke voorstelling die Wunderbaum maakt, ging er aan Daar gaan we weer (White Male Privilege) intensief onderzoek vooraf. De acteurs gingen onder meer op werkbezoek naar North Carolina in Amerika, een Trump-staat, waar ze theaterworkshops over structureel racisme gaven en mensen (van allerlei gezindte) spraken over de betekenis van huidskleur of etnische afkomst in hun levens. Sommigen zeiden dat het altijd al aanwezige racisme nieuw leven werd ingeblazen onder president Trump. ‘Het werd een intense week’, aldus de groep. Uit deze week is – in samenspraak met Annelies Verbeke – de tekst van Daar gaan we weer voortgekomen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.