Toneelgroep Amsterdam swingt zich los De Toneelfabriek kan nóg meer 'vlammen' op reis

Toneelgroep Amsterdam ontoegankelijk? Welnee. Wanneer De Toneelfabriek Op Reis is, kan en mag alles. Van nabespreking tot kindertoneel en kroeggezang....

IS dat niet Hans Kesting die daar lachend een polonaise begint door de foyer van het Maastrichtse Theater a/h Vrijthof? In een mum van tijd krijgt hij meer dan de helft van de schouwburgbezoekers zo gek, inclusief de tante van Pierre Bokma, die zojuist nog met een pilsje in de hand haar tamboerijn spelende neef had toegejuicht. Ook Lineke Rijxman stort zich in het feestgewoel; het vestje gaat uit. Zelfs Louis Janssen, hoofd techniek, swingt zich los in een een-tweetje met een toneelschoolstudente. En wanneer Mook'm, de huisband van Toneelgroep Amsterdam met de jongste lichting acteurs, aankondigt nu echt het laatste nummer te spelen, waagt zelfs Joop Admiraal zich aan een dansje.

Artistiek leider Titus Muizelaar staat met een gelukzalige blik aan de zijlijn. Nog geen uur geleden stond deze zelfde ploeg op de planken voor een goed gevulde grote zaal in zijn stijlvaste enscenering van de tragedie Herakles. Ook dat wist het publiek te waarderen, al kwam het minder snel uit de stoelen dan bij de polonaise.

Is dit Toneelgroep Amsterdam? Het grootste en best gesubsidieerde toneelgezelschap van het land, dat in 1995 tijdens een vergadering nog moest concluderen dat 'het moeilijk toegankelijk was voor jonge spelers, een sterke scheiding kende tussen acteurs en technici en in een zekere onmin leefde met zijn omgeving', aldus de case-studie waarmee Giep Hagoort promoveerde aan de Universiteit van Nijenrode? In datzelfde jaar onderschreef eenderde van het gezelschap de opmerking van een criticus in deze krant dat er sprake was van een identiteitscrisis.

Drie jaar later blaakt Toneelgroep Amsterdam van zelfvertrouwen. Althans voor een kleine dertig dagen per jaar. Want dan transformeert het gezelschap in 'De Toneelfabriek Op Reis'. Een week lang strijkt het neer in een grote stad met als doel de band te versterken met het publiek en de theaters ter plaatse. Tien tot twaalf verschillende voorstellingen worden dan gespeeld, en voor de lokale toneelliefhebbers zijn er workshops.

Inleidingen, nagesprekken, kindervoorstellingen, zangtrio's en andere spontane artistieke erupties, alles kan en alles mag, in een sfeer die nog het meest doet denken aan een ouderwets schoolreisje of een werkweek. Stop twintig acteurs, twintig technici en twintig organisatoren een week lang bij elkaar en de beer is los.

Vorig jaar waren Gent, Groningen en Rotterdam aan de beurt; Utrecht, Tilburg en Haarlem kregen 'halve Fabrieken' (van drie dagen). Dit jaar stonden Arnhem, Eindhoven, Maastricht en wederom Groningen op het programma. Meer dan vier Fabrieken in een jaar zijn om budgettaire redenen nog niet haalbaar. Ongeveer 80 duizend gulden kost een Toneelfabriek, fifty-fifty gedragen door Toneelgroep Amsterdam en de betreffende schouwburg. Bovendien maakt de club tussendoor nieuwe voorstellingen en reist ook nog op de ouderwetse manier om aan de 'reisverplichting' te voldoen: iedere avond een andere stad en netjes naar huis terug. Het is tenslotte niet alle dagen feest.

Titus Muizelaar is de grote man achter het in wezen eenvoudige idee. Voor Toneelgroep Amsterdam is het niet minder dan een revolutie. 'Toen ik in 1992 als regisseur aantrad, vond ik al dat er iets moest veranderen. De artistieke leiding bepaalde wat er op het repertoire kwam en dat lag dan voor twee jaar vast. De creativiteit van acteurs werd nauwelijks aangesproken, terwijl de gemiddelde toneelspeler verdomd intelligent is. Dat stond me tegen.'

De ex-acteur van Maatschappij Discordia kreeg in 1995 van het bestuur van Toneelgroep Amsterdam en artistiek leider Gerardjan Rijnders het fiat. Vier maanden lang maakte hij aan de lopende band nieuwe voorstellingen in het Transformatorhuis, het eigen theater op het terrein van de Westergasfabriek. Acteurs kwamen zelf met ideeën, die vervolgens ook werden gerealiseerd. En huisband Mook'm maakte er in de weekenden een feestje van met covers en zelf geschreven nummers.

Wie de term 'De Toneelfabriek' introduceerde, weet hij niet meer ('Gerardjan had het over de operettevereniging geloof ik'), maar nog steeds koestert hij het scheldwoord als geuzennaam.

Het besluit te gaan reizen met De Toneelfabriek bleek perfect aan te sluiten bij structurele veranderingen binnen de organisatie. 'Ging eerst veel langs elkaar heen, nu voelen we ons gezamenlijk verantwoordelijk zonder in democratisch gezeur te vervallen', aldus acteur Gijs de Lange.

Hij herinnert zich nog goed hoe hij tijdens de eerste aflevering van De Toneelfabriek Op Reis, in Gent, met Pierre Bokma en Hans Kesting op een van de laatste ochtenden een croissantje liep te eten. Ze hadden de avond ervoor spontaan gedichten voorgedragen in een café en waren gesloopt door de drank. Maar ze waren voldaan: híer ging het toch om. 'Het klinkt ouderwets en romantisch, maar het heeft iets kermisachtigs.'

Net als zijn collega's Muizelaar, Rijxman, Hajo Bruins, Roos Ouwehand, Hein van der Heijden en Janni Goslinga is De Lange tijdens een Toneelfabriek dagelijks in touw met het 'randprogramma' met workshops, inleidingen en nagesprekken. 'Natuurlijk is die openheid tijdens inleidingen gespeeld als je in iedere stad hetzelfde vertelt', zegt De Lange. 'Toch hoor ik zelf ook graag van een kunstenaar wat de finesses van zijn werk zijn. Bovendien zijn we echt geïnteresseerd in de reacties van het publiek.'

De bereidwilligheid van de acteurs om hun publiek te amuseren staat bijna haaks op de reputatie van Toneelgroep Amsterdam. In Utrecht werd zelfs ter plekke een bewerking van Annie M. G. Schmidts Wiplala gemaakt, als reactie op de vraag of ze ook niet iets voor kinderen konden doen. Nu staat Wiplala structureel op het repertoire. Iedere middag weet Hein van der Heijden zestig paar kinderogen te verleiden met zijn jongenslach. Gratis en voor niets.

Lineke Rijxman: 'Wie durft nu nog te beweren dat Toneelgroep Amsterdam een onbereikbare arrogante slangenkuil is'

De acteurs mogen nog zo in de stemming zijn, het succes van een Toneelfabriek hangt grotendeels af van de betrokkenheid van de schouwburg ter plaatse. 'Wij kunnen niet meer leveren dan voorstellingen en mensen. Zij moeten met alternatieve plannen en ideeën komen. Dat gebeurt nog te weinig. Wij willen best workshops geven aan amateurregisseurs of met lokale mensen een voorstelling maken, maar dan moet een schouwburg het voortouw nemen.'

Uit Maastricht kregen alle acteurs van tevoren persoonlijk een brief dat ze welkom waren. En de Maastrichtse toneelgezelschappen trakteerden de collega's uit Amsterdam op een theatrale snelwandeling door het centrum om toeschouwers op te warmen.

Zo kan het gebeuren dat een dame, die hijgend achter zo'n gidsende Maastrichtse acteur aanloopt, onderweg Hein van der Heijden op een terrasje ziet. 'Daar zit Wiplala. Ik ken zijn moeder. Kan ik mooi zeggen dat ik haar zoon heb gezien' Twee uur later hangt ze aan zijn lippen wanneer hij samen met Hajo Bruins en Bert Edelenbos gelegenheidsliedjes zingt bij de vijf-uur-borrel. En 's avonds zwaait ze nog een keer, nadat ze besloten heeft nu ook maar eens een kaartje voor een echte voorstelling te kopen.

In Arnhem werd op zondag samen met het publiek gebruncht, onder het genot van lieve liedjes. Het hele theater was als fabriek aangekleed. 'Het klinkt onartistiek', zegt Muizelaar, 'maar het gaat om het creëren van huiselijkheid. Voor mij is deze fabriek mijn thuis.'

Dolenthousiast is Freek van Duijn, de Arnhemse schouwburgdirecteur. Twintigduizend gulden kwam hij tekort, en er is nog meer publiek nodig. Maar hij doet het 'absoluut' weer. 'Een schouwburg hoort op deze manier te leven.'

Eindhoven kan waarschijnlijk fluiten naar een tweede Fabriek, of in ieder geval de Eindhovense schouwburg. 'Ik heb Fons Bruins, de directeur, nauwelijks gezien', pruilt Muizelaar. 'De voorstellingen liepen voor geen meter, terwijl de kleine producties in Plaza Futura, honderd meter verderop, wel iedere avond vol zaten. Dat is leuk, maar de grote-zaalproducties vormen het raamwerk. Daar moeten vier-, vijfhonderd man kunnen zitten.'

Volgens Louis Janssen, hoofd techniek, zijn de technici het zwaarst belast tijdens een Toneelfabriek. 'Er staat een ploeg klaar van zeventien man en toch is het telkens improviseren. Vorig jaar hadden we veel last van kinderziektes: decors die op de verkeerde plek gelost werden, chronisch tekort aan materiaal. Inmiddels zijn we bedreven in het iedere keer op maat maken van het decor. De huiskamer van Liefhebber bouwen we het liefst in de hal op, zodat het publiek er doorheen moet om een kaartje te bemachtigen.

'Die dynamiek vraagt veel creativiteit, maar je krijgt er wel wat voor terug: mooie voorstellingen, een ensemblegevoel. Sommigen zeggen dat De Toneelfabriek een succes is ondanks het nachtbraken. Ik zeg dankzij! De Toneelfabriek versterkt gevoelens. Ook romances, zelfs tussen acteurs en technici. Maar ik wil dat niet allemaal weten. Niets menselijks is ons vreemd, zeg ik altijd maar.'

Ook Muizelaar geniet van het ensemblegevoel. 'Gisteren ging ik zo maar bij een technicus op schoot zitten. Zegt-ie: ''Goh, de directeur op schoot''. Hij weet dat ik aan die titel een hekel heb. Het klinkt Toon-Hermans-achtig, maar dan heb ik ineens een contact dat ik de rest van het jaar nooit heb.'

Als bij een schoolreisje speelt ieder zo zijn rol. De Lange is de charmeur die zich met wijze tips over de jonge garde ontfermt, Rijxman vormt het geweten, Goslinga is de spreekbuis van de jonge generatie, en Bokma gedraagt zich als enfant terrible.

Alleen uit zijn mond valt er kritiek te horen. 'De zwakste schakel van de fabriek zijn we zelf', oreert hij. 'Ik signaleer bij sommige acteurs alweer sleetsheid. Een soort verval van het moreel. Die hebben het ideaal van de Toneelfabriek een keer gezien en dan hoeft het niet meer zo nodig.

'De verveling kan toeslaan, als je geen workshops geeft. Maar je moet blijven proberen een stad echt op stelten te zetten, met een machtsvertoon eigen aan Toneelgroep Amsterdam. Mensen mogen huiveren als we komen. Het publiek wil eigenlijk graag geschoffeerd worden. Kijk naar Paul de Leeuw. Uiteindelijk moeten gemeenten in de rij staan om ons te willen hebben. Met zakgeld op de koop toe.'

Titus Muizelaar is in zijn hoofd alweer bezig een bommetje te leggen onder De Toneelfabriek. 'Het moet meer vlammen', vindt hij. 'Vergelijk het met een mentaal circus waarbij we zelf een gordiaanse knoop leggen door totaal verschillende voorstellingen tegenover elkaar te zetten. Bij wijze van spreken ga je van trapeze-act Herakles naar de vuurvreters in Liefhebber en de jongleurs in Zes personages, om daarna te genieten van de clowns in Kroonjaar en Mini en Maxi in Vertraagd Afscheid.

'Nu concurreren die voorstellingen nog te veel met elkaar. Mensen gaan niet snel drie avonden achter elkaar naar het theater. Toch moeten ze ontdekken dat al die voorstellingen voortkomen uit dezelfde mentaliteit: een zoektocht naar de grenzen van het theatrale. En het randprogramma moet brutaler worden met scherpe discussies. Zoals in Tilburg met generaal Couzy na Scebrenica!.'

Maar wezenlijke, principiële kritiek op het Amsterdamse schoolreisje krijgt niemand over zijn lippen. Integendeel. Toneelgroep Amsterdam is met de overheid in gesprek om van De Toneelfabriek Op Reis een alternatief te maken voor de opgelegde reisverplichting. Maar dan moet er wel extra geld bijkomen bij de 9,6 miljoen die het gezelschap krijgt.

Ook Job Cohen - interim-directeur van de VPRO, mogelijk de toekomstige minister van Onderwijs en woonachtig in Maastricht - is gecharmeerd van de nieuwe manier van reizen die Toneelgroep Amsterdam voorstaat. Als PvdA-man wil hij zelfs het socialistisch spreidingsprincipe van zijn partij (iedere uithoek heeft recht op cultuur) opnieuw bekijken: 'Als zo'n Toneelfabriek betekent dat Toneelgroep Amsterdam niet meer in Sappemeer speelt, moeten mensen uit Sappemeer maar naar Groningen komen wanneer de groep daar neerstrijkt. Mijn vrouw heeft deze week een paar dingen gezien en is erg enthousiast.'

Vrijdagnacht vertrekt om half twee de spelersbus uit Maastricht, uitgezwaaid door toneelschoolstudenten. Nog even werpen twee technici van het Theater a/h Vrijthof zich met een sit-in voor de bus. 'Er wordt gehuild', spot een van de jonge acteurs, wijzend op twee trieste meisjes in de hal.

Wanneer de dubbeldekker op snelheid komt, werpt Pierre Bokma zich op als gids door nachtelijk Nederland. Met zuidelijke en dubbele tongval reageert hij op alles om hem heen. Wanneer hij zijn plaats boven in de bus weer opzoekt, ontvangen de technici hun reisleider met hun lijflied: 'Kijk eens wie er binnenkomt, wie had dat gedacht. Jou hadden we zeker niet verwacht. Hoe is het met je tante, hoe is het met je zus? Ben je op de bromfiets of ben je met de bus?' (bis). Het is dan nog tweehonderd kilometer naar de hoofdstad.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden