Ton Lutz (89) overleden

Ton Lutz, die zondag op 89-jarige leeftijd overleed, is van onschatbare waarde geweest voor het Nederlandse toneel.

Het was opvallend hoeveel mensen in 2007 naar de Amsterdamse Stadschouwburg waren gekomen om aanwezig te zijn bij de presentatie van het boek Ton Lutz – Toneelvader des vaderlands. Opvallend, omdat oude toneelspelers en theatermakers meestal in de vergetelheid raken zodra ze niet meer op het podium staan. Soms kiezen ze bewust voor het isolement, soms overkomt hun dat gewoon. Ton Lutz niet. Waar er ook maar een podium was, hij klom erop om zijn zegje te doen. En de zaal luisterde.

Zoals ook bij de presentatie van het boek. Stram van lijf en leden, en stevig ondersteund, beklom hij het podium en nam het woord. Om nog een keer te vertellen waar het in het theater om gaat: om waarachtigheid. Om nog een keer te vertellen wat toneelspelen is: toneelspelen is denken. Hij nam ruim de tijd om zijn gehoor toe te spreken. Het zou dan ook voor het laatst zijn. Gisterochtend is Ton Lutz in Amsterdam overleden na een kort ziekbed.

‘De toneelvader des vaderlands’. Of een andere ondertitel: ‘De maestro van het Leidseplein’. Het geeft aan dat Ton Lutz voor het Nederlandse toneel van onschatbare waarde is geweest. Als acteur, regisseur, artistiek leider, docent en inspirator. Hij is de architect van het moderne naoorlogse toneel in Nederland. Hij heeft het theater van zijn stoffigheid ontdaan, hij heeft het ronkende toneel van het grote gebaar teruggebracht tot de essentie – dat van het literair-dramatische kunstwerk. Of dat nou is geschreven door Sofokles (Antigone was een van zijn favoriete stukken), Shakespeare, Tsjechov of Hugo Claus.

Lutz begint zijn toneelloopbaan in 1945 bij het Residentie Tooneel; later volgen het Nederlands Volkstoneel, Toneelgroep Comedia, De Nederlandse Comedie, het Rotterdams Toneel, Zuidelijk Toneel Globe en het Publiekstheater. Bij die gezelschappen is hij zowel acteur als regisseur en soms ook artistiek leider. Ook is hij geregeld op televisie te zien en speelt hij in de film Fanfare (1958) van Bert Haanstra.

In 1984 gaat hij officieel met pensioen, bij het Publiekstheater in Amsterdam, de voorloper van de huidige Toneelgroep Amsterdam. Op de avond van zijn 65ste verjaardag speelt hij de vaderrol in De nacht, de moeder van de dag van Lars Norén, naast Elisabeth Andersen, Hans Dagelet en een nog piepjonge Pierre Bokma. Het is een van zijn mooiste rollen, zoals hij er daarna nog meer zal spelen.

Want van stoppen met werken is in zijn geval geen sprake. Juist op latere leeftijd bereikt hij een intense verdieping in zijn spel, zoals in Schijn bedriegt van Thomas Bernhard (samen met John Kraaykamp) en in King Lear, waarin hij kwetsbaar en haast doorschijnend de titelrol van de gekwelde koning speelt. ‘Wat drijft mij om op mijn 70ste nog zo’n grote rol te willen spelen? Het komt omdat mijn hoofd nog vol nieuwsgierigheid zit. Ik wil het allemaal weten!’ Aldus Lutz tegen de schrijfster van zijn biografie, Xandra Knebel.

Ton Lutz wordt in 1919 geboren in Delft, in een gezin dat uiteindelijk acht kinderen telt. Hij begint zijn loopbaan (na een eerste baantje in de jeneverfabriek van Vlek) als journalist bij de Nieuwe Delftsche Courant, waar hij na enige tijd ook toneelkritieken mag schrijven. In de oorlog probeert hij zich, zonder opleiding, aan te melden bij het Residentie Tooneel, maar de toenmalige artistiek leider stuurt hem weg met de mededeling: ‘Jongeman, er zijn al zoveel non-valeurs aan het toneel.’ Uiteindelijk meldt hij zich toch bij de Amsterdamse Toneelschool, maar aan die opleiding komt in 1944 door de oorlog plotseling een eind. Meteen na de oorlog wordt de jongeman Lutz alsnog aangenomen bij het Residentie Tooneel, waarmee zijn rijke carrière een aanvang neemt.

Ton Lutz trouwt met actrice Ann Hasekamp en heeft uit een eerder huwelijk drie dochters, onder wie de kostuumontwerpster Stans Lutz. Twee keer wint hij de Louis d’Or, de prijs voor de beste mannelijke hoofdrol: in 1968 voor De architect en de keizer van Assyrië en in 1983 voor Über alle Gipfeln ist ruh. In 1984 wordt hij bij zijn afscheid van het Publiekstheater benoemd tot Officier in de Orde van Oranje Nassau.

‘Toneelspelen is denken’ – dat is zijn adagium. Een opvatting die in kringen van toneelspelers ook met milde spot wordt uitgesproken. Want wat is denken, in relatie tot toneelspelen? Moet een acteur niet gewoon zijn tekst kennen en die zo authentiek mogelijk spelen? Knebel schrijft daarover in haar boek: ‘Hij vraagt van zijn acteurs dat zij op het toneel eerst denken en dan doen. Een simpel voorbeeld: wanneer je in stilte verliefd bent op iemand, zul je op diegene heel anders toelopen dan op iemand bij wie je even een brood komt kopen.’

Twee mannen zijn in de loopbaan van Lutz van groot belang: de befaamde Russische regisseur Pjotr Sjarov en de Vlaamse schrijver Hugo Claus. Sjarov komt in 1947 als gastregisseur bij Comedia en is voor de jonge Lutz in artistiek opzicht bepalend – soberheid en subtiliteit zijn zijn sleutelwoorden. Van de acteurs wordt een veel grotere betrokkenheid dan voorheen geëist. Dankzij Sjarov wordt Lutz de vernieuwer van de Tsjechov-traditie in Nederland. Zijn regies van Oom Wanja, De Kersentuin en Drie Zusters behoren tot zijn belangrijkste werk.

Ook zijn kennismaking met Hugo Claus is belangrijk voor het Nederlandse toneel. Het toneelstuk Een bruid in de morgen uit 1953 (met onder meer incest als thema) veroorzaakt een schok en wordt door verschillende groepen afgewezen. Lutz daarover: ‘Het was gewoon een prachtig stuk. Ik vond het zo’n cri du coeur over establishment en jeugd: die onbereikbaarheid.’

Tot op hoge leeftijd geeft hij les aan de Amsterdamse theaterschool. Buiten het leslokaal kan hij eigenlijk niet. Hij leest gedichten voor van Kavafis en laat de studenten scènes spelen uit Antigone en Hamlet. Een man die graag aan het woord is, niet altijd makkelijk, overtuigd van eigen kennis en inzichten, en zeker ook niet gespeend van enige ijdelheid die nu eenmaal bij het vak van theatermaker hoort. Maar dat alles ten dienste van het toneel als spiegel voor de mensheid. Lutz tegen zijn studenten: ‘Luister naar Hamlet in zijn monoloog tegen de toneelspelers: het doel van toneelspelen zal altijd zijn: to hold up a mirror to nature.’

Niet lang geleden stond de oude maestro voor zijn huis aan de Leidsegracht in Amsterdam de eendjes te voeren – zoals oude mensen soms doen, als laatste band met het leven. Ton Lutz is nu dood, zijn theater leeft.

Ton Lutz (Joost van den Broek - de Volkskrant)
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden