‘Tomaat’ paste in een tijd waarin alles wankelde

In het Amsterdams Historisch Museum wordt de Aktie Tomaat in context geplaatst. En valt uitgebreid te zien hoe het sindsdien met het theater is gelopen.

Waren het nou vijf tomaten of maar twee? Niemand weet het meer precies. Ook de tentoonstelling Theater na Tomaat geeft er niet een pasklaar antwoord op. Als het aan Willem Nijholt ligt, die op het podium werd belaagd, was het minstens een kist tomaten die er vanuit de zaal naar de acteurs werd gesmeten. In een filmpje dat op de tentoonstelling te zien is, roept hij alleen maar ‘Pets! Pats! Pets! Pats!’.

Zeker is wel dat er op 9 oktober 1969 slechts twee tomatengooiers in de zaal van de Amsterdamse Schouwburg zaten. En dat zij met hun kortstondige actie de noodzakelijke opschoning van het Nederlandse theaterbestel in gang hebben gezet. Een opschoning die er sowieso wel was gekomen, maar die door die tomaten van toen een flink duwtje in de rug heeft gekregen.

De tentoonstelling Theater na Tomaat is een co-productie van het Theater Instituut Nederland en het Amsterdams Historisch Museum. Dat laatste heeft er voor gezorgd dat ‘Tomaat’ niet alleen verbonden wordt met het toneel eind jaren zestig, maar ook met de tijdgeest van toen. Waarin van alles en nog wat wankelde, en bestaande hiërarchieën omver werden geworpen. Bij de entree van de tentoonstelling is er even een kort historisch overzicht, in beeld, geluid en tekst. Maar daarachter ontvouwt zich het wijde landschap waarin het Nederlandse theater zich na oktober 1969 in rap tempo heeft ontwikkeld.

Van een vrij star, gestructureerd systeem waarin slechts een aantal grote gezelschappen bestond en daarnaast nagenoeg niets, waaierde het Nederlandse theater uit in een bonte verzameling van kleine groepen, collectieven, straattheater, vormingstoneel, en groepen die het opvoeren van experimenteel theater als hoofdtaak zagen.

De tentoonstelling is niet chronologisch opgebouwd, maar loopt langs lijnen die thema’s in het theater met elkaar verbinden. Zoals die over de opkomst van het politieke toneel en het vormingstheater – geen klassieke stukken meer, maar de barricaden op.

Die lijn wordt doorgetrokken naar het theater van nu, met Fortuyn van Helmert Woudenberg, Orkaters Kamp Holland en Is.man van Adelheid Roosen. Een ander prominent thema is de vermenging van theater met nieuwe media, via het Mickerytheater van Ritsaert ten Cate naar Romeinse Tragedies van Ivo van Hove. De opkomst van het locatietheater, het succes van groepen als Dogtroep en festivals als Oerol en De Parade toont aan dat de kloof tussen de acteurs en het publiek steeds kleiner werd.

De tentoonstelling omvat veel foto’s, affiches, maquettes, knipsels in een bijna Ikea-frisse, blankhouten opstelling. Gelukkig zijn er ook veel fragmenten, want zoals de samenstellers zeggen ‘theater moet je beleven’. Op diverse plekken zijn interviews te zien met theatermakers die de diverse stromingen vertegenwoordigen. Zoals met Jan Joris Lamers die destijds het Werkteater en daarna het Onafhankelijk Toneel oprichtte. ‘De romantiek van kleine theatergroepen is dat je met niets theater kunt maken’, zegt hij. Maar ook hij heeft subsidie nodig; niet voor niets heeft hij er opnieuw en met succes voor gestreden. John Leerdam (tegenwoordig PvdA-kamerlid) beweert onomwonden dat hij van het Cosmictheater ‘internationale voorhoede in het multiculturele theatergebeuren’ heeft gemaakt. Hoe de geschiedenis nu al vervalst wordt.

Op Theater na Tomaat – 40 jaar theatervernieuwing in Nederland is terecht veel aandacht voor het Werktheater, het gezelschap dat zo ongeveer geldt als dé grote verworvenheid van de theatervernieuwing uit die tijd. In vitrines hangen onder meer de badjas die Marja Kok droeg in Avondrood en de overgooier van Joop Admiraal uit Hallo Medemens.

Alle muren van het AHM zijn beplakt met kranten uit 1969 en het is verleidelijk om daar wat langer bij stil te staan. Koppen als ‘PvdA spreekt zich uit voor erkenning DDR’ en ‘Ze zijn er: John en Yoko Lennon’ getuigen van verwarrende tijden. Ook leuk de advertenties uit die tijd: ‘Warme pyjama’s voor uitgeslapen prijzen – bij Hunkemöller Lexis.’

Het is nauwelijks denkbaar dat het toneel van nu onderwerp is van dergelijke verhitte gemoederen. De nieuwe generatie theatermakers kiest autonoom zijn eigen weg, of kruipt juist warmpjes aan tegen de generatie boven hen.

Regisseurs als Eric de Vroedt en Thibaud Delpeut vinden onderdak bij Toneelgroep Amsterdam, Susanne Kennedy en Laura van Dolron bij het Nationale Toneel; een eigengereid collectief als Wunderbaum werkt onder de vleugels van NTGent.

Het feit dat de Amsterdamse Stadsschouwburg waar veertig jaar geleden de tomaten door de zaal vlogen nu een ultramoderne tweede zaal heeft, de zogenaamde zwarte doos, is volgens Theater na Tomaat de ultieme verwezenlijking van wat ‘Tomaat’ ooit heeft bedoeld: dat het ‘nieuwe’ naast het ‘oude’ kan bestaan.

In die zin is deze tentoonstelling een goed doordachte en gepresenteerde zaligverklaring van het rijk geschakeerde Nederlandse theater. Dat er inmiddels sprake is van een gigantisch overaanbod, dat de gezelschappen, groepen, groepjes en collectieven elkaar bijkans van het podium verdringen, en dat er weinig nieuwe regisseurs voor de grote zaal opstaan, blijft onbesproken. Het is kennelijk niet de tijd voor tomaten, maar voor rozen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden