'Tom durft dingen te laten gebeuren'

Stugge, gesloten mannen speelt hij vaak, Colin Firth. Maar nooit eerder waren ze Oscarwaardig. In A Single Man overtreft hij zichzelf als de homoseksuele George die zijn partner verliest en zelfmoord wil plegen....

Het hangt in de Londense hotelkamer. Het Oscar-spook. Of eigenlijk: het hangt er telkens maar eventjes. Bij elk interview dat Colin Firth afgelopen maandag heeft gehouden, is er een journalist die het vraagt. En? Hoe voel je je over morgen? De dag dat de Oscarnominaties bekend worden?

‘Je weet nooit hoe belangrijk je dit soort dingen vindt. Dat merk je pas aan hoe teleurgesteld je bent.’

Voor de 49-jarige Firth is het inderdaad nieuw terrein. Hij is geen acteur die prijs na prijs binnen sleept – integendeel. Voor hij A Single Man speelde, was zijn belangrijkste trofee de publieksprijs van de European Film Awards voor zijn rol in Bridget Jones’s Diary (2001). En, met de rest van de cast, een SGA-award voor Shakespeare in Love (1998).

Hij oogt misschien ontspannen, in zijn Tom Ford-pak. En hij blijft even welbespraakt en afgewogen in zijn antwoorden als het erover gaat. Maar tussen de regels door valt wel te lezen dat de onzekerheid hem niet aanstaat. Waarom anders concluderen dat het zo vervelend is met journalisten te praten vlak voor de bekendmaking? Of bijna nostalgisch terugblikken op de prijs die hij kreeg in Venetië, toen de film nog ‘klein en intiem was’ en niemand er nog over sprak?

‘Iemand zei laatst tegen me – iemand die wel veel ervaring heeft met het winnen van prijzen – dat je gemakkelijk de verkeerde doelen voor jezelf gaat stellen. Het hoort te gaan over film, en over je werk, maar dat kan ondergesneeuwd raken als je te veel bezig bent met winnen.’

‘Prettig is wel dat het allemaal zo snel gebeurt. Een jetlag, werk en vermoeidheid zijn fijne verdovende middelen. De filmset is een goede plek om te zijn als de Oscarverwachtingen beginnen rond te zingen.’

De volgende dag blijkt hij inderdaad genomineerd voor zijn rol als de homoseksuele professor George die net zijn vriend heeft verloren en zich zo verpletterd voelt dat hij besluit een einde aan zijn leven te maken. Natuurlijk. Zo’n rol is ‘viagra voor de carrière’, zoals Firth het noemde – een privégrapje dat hem nog steeds wordt nagedragen. Maar er is ook geen filmjournalist geweest die zijn werk in A Single Man niet prijst. En als je zijn carrière in dat licht bekijkt, lijkt het alsof veel vorige rollen hiervoor een vingeroefening waren. Wat stugge, gesloten mannen speelt hij altijd. Types met een geheim, zoals Mr Darcy (Pride and Prejudice, Bridget Jones’s Diary). Britse aristocraten die zich verschuilen achter een façade van netheid (Easy Virtue, Nanny McFee, The English Patient). Rouwende echtgenoten (Genova). Homoseksuelen ook (Relative Values, Mama Mia!). En hier had hij een regisseur die hem ook volop de ruimte gaf om al die ervaringen te gebruiken: de ontwerper Tom Ford die met A Single Man zijn filmdebuut afleverde.

‘Tom durft dingen te laten gebeuren in een erg simpel shot. Hij is niet bang voor stiltes in een film. Of verstilling. Of wat het gezicht van een acteur kan zeggen zonder dat er gerommeld hoeft te worden met verschillende hoeken en montages. Hij vertrouwt je volledig. En als dat komt van iemand die, ja, behoorlijk briljant is, dan is dat een reden om nog beter te willen presteren.’

Een van de mooiste scènes die dat opleverde, is die waarin George via de telefoon te horen krijgt dat zijn partner is overleden. En dat hij – zestien jaar waren ze samen – niet welkom is op de begrafenis. ‘Dank u voor het bellen’, zegt George. En: ‘Wat is er gebeurd met de andere hond?’ De camera, in close-up op zijn gezicht, verraadt elke minieme reactie. Het bericht zie je letterlijk binnenkomen als hij de telefoon al heeft neergelegd.

‘Vooraf was ik daar best nerveus over. Ik wilde niet dat het iets exhibitionistisch zou krijgen. En ik moest me afvragen hoe snel hij dat soort nieuws kan verwerken. Aan de dialoog zie je al dat hij niet het type is dat meteen reageert. Hij blijft beleefd, terwijl zijn leven instort. Hij probeert zich vast te klampen aan de wereld zoals die twee minuten eerder nog was. Toen alles nog oké was. Hij is er niet klaar voor, nog niet, om een catastrofe toe te laten.’

‘Het script hield op na het telefoongesprekje. De reden dat je meer ziet, is omdat Tom bleef filmen. Hij ging nog tien, elf minuten door, tot alle film op was. Daar sta je dan. Een minuut gaat voorbij. En je denkt: zouden ze me vergeten zijn? Zijn ze al aan het lunchen of zo? Maar het helpt, als een regisseur dingen zich in hun eigen tempo laat ontwikkelen – niet meteen met een camera gaat schuiven voor een andere hoek.’

De voornaamste kritiek op Fords film is dat alles zo mooi is, met een hoofdletter M. Alles is tot in de puntjes verzorgd (door de production designer die ook bij de televisieserie Mad Men werkt). De acteurs – ook de bijrollen – zijn bijna buitenaardse schoonheden. Elk haartje zit goed, de pakken zijn kreukvrij.

‘Met die kritiek ben ik het volledig oneens. Ik weet dat veel mensen het zeggen, gedeeltelijk omdat ze er extra op letten omdat Tom een modeontwerper is. Dus kijken ze naar de compositie, de kostuums en concluderen ze: zie je wel, het is mooifilmerij. Maar voor mij zegt het iets over wat mijn karakter meemaakt. Hij kleedt zich zo omdat zijn leven er vanaf hangt. Tom kan je dat vertellen: als hij een heel slechte dag heeft, zegt hij, moet hij er extra voor zorgen dat zijn veters keurig gestrikt zijn. Want dat soort uiterlijke controle is alles wat je hebt als al het andere ineenstort. George klampt zich vast aan zijn manchetknopen en dasspeld.’

Bovendien volgt A Single Man Georges blik en die wordt – letterlijk – gekleurd door zijn beslissing zelfmoord te plegen. Alles wordt extra mooi als je je realiseert dat het de laatste keer kan zijn dat je het ziet. ‘Die mannenprostitué buiten de drankwinkel is beeldschoon omdat hij hem op die dag ziet. En het kind ziet eruit als een engel omdat alle kinderen die dag op engelen lijken. Zijn wereld moet die dag beeldschoon zijn, want dat maakt het besluit om zichzelf te doden zo gecompliceerd.’

Firths karakter is homoseksueel, al doet het er niet veel toe in de film. Hier geen direct pleidooi voor gelijke rechten of een nadruk op seks – wat vaak gebeurt in films over homoseksualiteit. A Single Man is een liefdesverhaal. Georges seksuele voorkeur benadrukt zijn isolatie en afstand tot mensen, het is er niet de oorzaak van. ‘Voor hem doet het er niet toe. Hij houdt van zijn partner, hij voelt zich eenzaam, denkt na over dood en leven – daar gaat het om. Dat progressieve zit al heel erg in het boek van Christopher Isherwood, uit 1964. Natuurlijk moet George oppassen met wat hij zegt, maar in zijn lezing over angst is homoseksualiteit niet het enige dat hij aan de kaak wil stellen.’

Overigens heeft zo’n rol wel een gek effect, merkte Firth. ‘Niemand vindt het raar als een heteroseksueel een homoseksuele man speelt. Integendeel: iedereen vindt het fantastisch. Maar homoseksuele acteurs durven niet uit de kast te komen omdat ze bang zijn voor het effect op hun carrière. Terwijl Hollywood helemaal niet homofoob is. Maar de seksualiteit van een acteur wordt altijd gezien als een essentieel onderdeel van de film en daar zijn ze bang voor. Vraag het mijn goede vriend Rupert Everett. Hij was ooit een van de kandidaten om James Bond te spelen en hij gelooft dat zijn coming out dat heeft getorpedeerd. Na de screening van deze film kwam hij naar me toe en zei: hiermee heb je het einde van mijn carrière bezegeld. Ik wist wel dat ik geen heteroseksuelen mocht spelen, maar nu heb je ook nog eens dubbel en dwars bewezen dat hetero’s heel goed homo’s kunnen spelen.’

En al kwam hij geen journalist tegen die moeite had met Georges homoseksualiteit, toch is homofobie binnen de Amerikaanse samenleving volgens Firth nog steeds een probleem. ‘Op de dag dat we die scène met dat telefoontje opnamen werd proposition 8 aangenomen, een referendum tegen het homohuwelijk, dat alle rechten voor homoseksuelen in Californië in een klap weer terug draaide. En op weg naar de set reden we langs protestanten met hun mooie, lachende kinderen. Ze hadden zo de Strunk-familie kunnen zijn, de buren van George. Met borden in hun handen waarop in feite staat: toeter twee keer als je voor discriminatie en vooroordelen bent. We hebben geen enkel recht om terug te kijken op 1962 en te denken: wat dom en kleingeestig waren mensen toen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden