Tolstoj zonder baard

In zijn beginjaren als schrijver stond Tolstoj onder grote invloed van de Franse filosoof Rousseau. Dat is prachtig te zien in zijn vroege verhalen.

Beeld Getty

Als exotische dieren door mensen worden losgelaten in een nieuwe leefomgeving, sterven ze meestal snel. Maar een enkele keer landen ze op een plek met voldoende voedsel, en zonder natuurlijk vijanden. Dan wordt het dier een plaag. Hetzelfde kan gebeuren met ideeën.

Vruchtbare ideeën ontstaan in een omgeving van filosofische wedijver. Ze zetten zich af tegen geaccepteerde ideeën, en tegen tradities, maar worden daardoor ook in bedwang gehouden. Revolutionaire ideeën ondergaan de matigende invloed van de bestaande mentaliteiten, tradities, instituties en gevestigde meningen. Worden die ideeën geëxporteerd naar een vruchtbare intellectuele omgeving, zonder die natuurlijke competitie, een omgeving waar die vanzelfsprekende matigende context ontbreekt, dan radicaliseren ze. Het meest gebruikte voorbeeld is dat van het marxisme, dat zijn radicaalste interpretatie kreeg in Zuidoost-Azië, ver weg van Noordwest- Europa, waar het ontstond.

Rousseau

Iets dergelijks gebeurde bijvoorbeeld in Rusland met het denken van de Franse filosoof en schrijver Jean-Jacques Rousseau. Rousseau's werk sneed al in de 18de eeuw diepe sporen in het Russische denken, maar zou bijna honderd jaar later zijn radicaalste interpretatie krijgen in de literaire verbeelding van één man. Een man van minimaal even grote statuur als Rousseau zelf, en velen zullen zeggen van veel grotere. Die man was Lev Tolstoj. Zijn vroege verhalen, nu gedeeltelijk opnieuw vertaald in de Russische Bibliotheek, zijn allemaal onder de hevige invloed van Rousseau ontstaan. Tolstoj verafgoodde Rousseau, en het is de vraag of hij ooit schrijver was geworden zonder hem te lezen. Hij las iedere regel van de filosoof, en al op zijn vijftiende verving hij het kruisje op zijn borst, door een medaillon met een portretje van Rousseau.

Erudiet

De jonge Tolstoj die deze verhalen schreef, had ogenschijnlijk nog weinig gemeen met de latere bebaarde goeroe, leermeester en politieke activist, die de Russische maatschappij op haar grondvesten deed schudden. Hij is dan een jonge landeigenaar, die geen idee heeft wat hij met het leven moet, die in één jaar twee landgoederen (hele dorpen eigenlijk) vergokt, en vrouwen versiert die hij minacht. Uit geestelijke nood, verveling, wanen van persoonlijke grandeur en zelfhaat, neemt hij dienst in het leger, waar hij getuige en deelnemer wordt van oorlogen in de Kaukasus en op de Krim. Daar wordt zijn schrijverschap met een schok wakker. Vaak hoor je het behoorlijk onwaarachtige cliché dat Tolstoj in intellectueel opzicht een eenvoudige jongen was, weinig belezen en gecultiveerd. Oké, een studeerkamergeleerde was hij niet, maar hij las literatuur in vijf talen, kon prima een Beethovensonate spelen en was filosofisch onderlegd. Voor iemand met zo veel wereldlijke interesses, was hij eigenlijk ongelofelijk erudiet.

Moraalfilosofie

Tolstoj werd als kind al verteerd door het schrijnende contrast tussen zijn hooggestemde idealen en dito zelfbeeld, en het vermeende wanstaltige en verachtelijke van zijn ontembare instincten. Telkens weer, vond hij, werd het goddelijke in hem vertrapt door het triviale. Het is misschien niet gek dat een zo gespleten jongen bevlogen raakt door Rousseau's ambitieuze oproep om authenticiteit en oprechtheid tot de enige levensopdracht te maken.

De kern van Rousseau's moraalfilosofie was het idee dat een mens slechts ethische verantwoordelijkheid draagt voor de zuiverheid van zijn intentie, en niet voor het resultaat van zijn handelen. Om die reden idealiseerde Rousseau ongecultiveerde volkeren, 'edele wilden', idealiseerde hij het kind, en verachtte hij instituties, politieke compromissen en bureaucratieën.

Zelfanalyse

Dergelijke ideeën zijn verwoestend als ze worden ontwikkeld tot een politieke systematiek, maar voor een schrijver kunnen ze heel vruchtbaar zijn. Die positieve, geconcentreerde aandacht voor 'wilden' en barbaren zien we terug in Tolstojs beschrijving van Kozakken en Tsjetsjenen. Tolstojs blik is er niet een van koloniale verachting of verheerlijking, maar van identificatie, en dat is een uniek en nieuw fenomeen, niet alleen in de Russische, maar in de hele Europese literatuur. De radicale zelfanalyse die Rousseau propageerde in zijn autobiografische teksten, gaf Tolstoj het voorbeeld voor zijn literaire zelfbeeld dat overal in zijn teksten opduikt.

Dat zie je prachtig in het korte verhaal 'Een Markeur', een van zijn allereerste. Dat is een heel efficiënt, rechttoe rechtaan verteld verslag over de teloorgang van een jonge aristocraat - een overduidelijk zelfportret. Het eindigt met een biecht, de eerste van vele 'biechten' die Tolstoj zou schrijven. Twee pagina's bittere, messcherpe zelfkastijding. Je begrijpt heel goed waarom de hele Russische literaire gemeenschap, Toergenjev voorop, verbluft was toen ze dit lazen. Nooit eerder had een Russische schrijver zo vanzelfsprekend, zonder enige literaire poeha geschreven, zonder platvloers te worden. Tolstojs literatuur is als brood. Het is niet het meest verfijnde eten ter wereld, maar omdat het zo vers uit de oven komt, laat je alles ervoor staan.

Kraakhelder vertaald

De drie stukken die samen de Schetsen uit Sevastopol zijn, vormen de hoofdmoot van deze uitgave. Ook die zijn sterk autobiografisch en laten Tolstojs geleidelijke desillusie zien in de moderne oorlogsvoering, het instituut van het leger en het moderne strategische denken - alweer een bijvangst van Rousseau - en geven de opmaat voor zijn latere pacifisme. Dat latere pacifisme, en al zijn andere politieke idealen, zijn vegetarisme, zijn kritiek tegen het instituut van de kerk, zijn strijd tegen de Russische overheid, zouden uiteindelijk zijn literaire ambitie verstikken. Rousseau had zijn schrijverschap aangestoken, maar zou het ook weer uitdoven, toen bleek dat het schrijven van fictie niet verenigbaar is met een ongedeelde, niet-ambivalente, authentieke, spontane levenswijze.

Deze verzameling wordt afgesloten met een kort nawoord en aantekeningen, minimaal noodzakelijk bij een uitgave met zo veel historische en exotische details. De nieuwe vertaling, afwisselend gemaakt door de zeer ervaren Yolanda Bloemen, Marja Wiebes en Froukje Slofstra, is kraakhelder en soepel. Tolstojs taal is niet de moeilijkste, maar verdraagt geen slordigheid, anders verliest ze haar directe zeggingskracht. Het vertalen vergt daarom strengheid en discipline, en daaraan is geweldig voldaan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden