Tokkelend hart van Toegoe

Weggestopt in Jakarta liggen de resten van de wijk Toegoe. Michel Maas zoekt er de oorsprong van de krontjong...

D e Candra Baga is omzoomd door volrijpe bananenbomen. In het riviertje drijft weelderig wateronkruid. Het is groen en stil. Het groen bedriegt. De Candra Baga is allang niet meer mooi. Zij stinkt als de hel. Duizenden witte maden zijn ontsnapt aan het opgezwollen lijf van een dode rat. Muggen broeden op het zwarte water en wachten op bloed. Vliegen plakken op een ronddrijvende drol.

Achter de huizen die aan het riviertje grenzen, stapelt zich het vuilnis op, dat de mensen hier achteloos in het water gooien. Het watertje heet allang niet meer Candra Baga, maar botweg ‘kali Tugu’. En dat is wat het is: een kali, een stinkende sloot aan de achterkant van een stinkende achterbuurt, een zwarte poel vol stront en malaria, zoals er zoveel zijn in Jakarta.

Maar een zuchtje wind brengt een kleine flard muziek tot hier. Getokkel van een gitaar, en een treurende vrouwenstem die zingt ‘*want ver van jou blijf ik steeds aan jou denken...’. De woorden zijn onmiskenbaar Nederlands, een oud, vergeten Nederlands dat hier is achtergebleven toen Nederland zelf voorgoed vertrok. Ook de muziek is niet van hier, of juist wel – het is maar hoe je het bekijkt.

Zij klinkt vanachter een hoge muur die aan de overkant langs de kali loopt. Een betonnen voetgangersbruggetje en een klein poortje in de muur geven toegang tot een oase waar schaduw heerst en rust. Onder eeuwenoude bomen ligt het kerkhof van Toegoe naast de oude, strenge Hollandse kerk die hier in 1748 is neergezet en sindsdien altijd maar is blijven staan.

Met zijn zware, witgepleisterde muren staat de kerk hier, als een vergeten anker voor een dorp dat allang is weggespoeld. ‘*Oud Batavia, ik zal jou nooit vergeten, sampai aku mati*’ zingt de stem in een mengeling van talen die even later wordt doorspekt met een derde: ‘Queri undi?’ Waar ik heen ga? Naar Toegoe.

Halo Menier? Merda! Pasop dong*!

Mensen lachen en sputteren woorden uit vervlogen tijden.

Hoe chaatet metu?

Choet. Chaat choet. Baik Baik Saja.

Ik sta in de schaduw van eeuwenoude bomen en kijk naar de graven van Toegoe die mij toespreken in hetzelfde brabbelmoesje van Indonesisch, Nederlands en Portugees. Er zijn goede Hollandse namen bij als Cornelis, Abrahams en Michiels naast net zo goede Portugese namen als Quiko en Braca. Maar als je denkt dat het zo verdeeld is, hier in Toegoe, Hollanders naast Portugezen, heb je het mis, want de voornamen trekken zich daar niets van aan. Portugezen heten Ingert of Leintje, en Hollanders Fernando, Juan of Dominggus.

Een kinderstem zingt een liedje over tres bombinas (drie duiven) die wegvliegen, op de tonen van een ukelele. Nee, het is geen ukelele. Hij is iets groter, en heeft maar drie snaren. Het is een prounga. Die moet je niet verwarren met de iets kleinere macina met zijn vijf snaren, leer ik even later, of met de nog kleinere, viersnarige jitera. Voor een lekenoor zijn het allemaal ukelele’s, maar hier in Toegoe kent iedereen het verschil.

De gitaartjes vormen het hart van de krontjong, en krontjong is het tokkelende hart van Toegoe. Toegoe zelf is er niet meer. In de jaren zeventig liet de toenmalige gouverneur van Jakarta, Ali Sadikin, een weg aanleggen naar het schilderachtige kleine dorp. Voor de toeristen. Van het dorp zelf, met zijn soms eeuwenoude houten huizen, wilde hij een beschermd stadsgezicht maken. Binnen een straal van 600 meter van de kerk zou niets mogen worden veranderd.

Rondom de kerk staat inmiddels geen steen en geen paal van het oude Toegoe meer overeind. Het dorp is verdwenen. Het is opgeslokt door de aangrenzende containerhaven. Over de weg die de toeristen hierheen had moeten brengen, de Tugu Raya, denderen dag en nacht zware vrachtwagens met containers. Links en rechts, waar ooit de schilderachtige huisjes stonden, lopen nu blinde muren, en achter die blinde muren staan kale containers opgestapeld, en vettige vrachtwagens geparkeerd. Zelfs de bioscoop, het ‘Tugu Jaya Theater’, staat nu achter een blinde muur en wacht daar op de sloop.

Alleen de kerk is over. ‘Als ze aan de kerk komen, komt er oorlog’, zegt Arthur Michiels. Hij zit op een veranda voor een bijgebouwtje bij de kerk. Aan de muur hangt een bord: Fundação Calouste Gulbenkian, een culturele stichting die door een rijke zakenman is opgericht, en die onder meer het bijna verdwenen Portugees weer terug wil brengen naar Toegoe. De Portugeestalige gemeenschap in de wereld wil geen van zijn kinderen opgeven, zelfs al is zo’n kind zo klein als Toegoe, en zelfs al spreekt niemand er de taal meer echt.

De vrouw die zit te zingen is Saartje, Arthurs echtgenote, en het kind is hun zevenjarige dochter Angela. Zij zijn nog echte orang Toegoe, mensen uit Toegoe, en daar zijn ze duidelijk trots op. ‘Wij hebben onze geschiedenis, hè?’, zegt Arthur, ‘en die is niet zomaar een legende, die is echt!’ En zonder te haperen noemt hij zijn hele stamboom op die van Andre-Augustinus, via Arend, Matthias, Adriaan, Julius, Michiel Augustijn, Augustijn en Jonathan helemaal terugvoert tot Titus Michiels, in 1637.

Toegoe bestaat dan nog maar kort. Een groep zeelui uit Goa is dan net ontsnapt aan een massamoord door de Hollanders op het eiland Banda, en is hier aan de Candra Baga neergestreken. De mannen spreken Portugees, en hebben hun gitaren (de cavaquinho), waarop zij Portugese muziek spelen: de vrolijke, volkse moresco, en de treurige fado. Uit de cavaquinho groeien de ukeleles, en de moresco en de fado veranderen in de muziek die de Toegoenezen nog sterker zal binden dan hun geschiedenis: de krontjong.

Het Portugees wordt door de Hollanders verboden, maar verdwijnt nooit helemaal: de taal zit zelfs nu nog in de vloeken, en in de woordjes die mensen elkaar toeroepen op straat. ‘Toen ik op de lagere school zat, sprak pappie nog Portugees’, zegt Michiels. Als later het Hollands wordt verboden vindt ook dat moeiteloos een toevluchtsoord in de liederen. Maar de krontjong Toegoe zal zijn oorsprong nooit vergeten: de ukeleles spelen nog altijd hun oude Portugese ritmen, en als de zanger met de falsetstem zijn lied zingt, is het of je een echt fadolied hoort, tot je iets beter luistert en hoort dat de woorden die hij gebruikt Nederlands zijn, en Indonesisch.

Hun geschiedenis en hun muziek sterken de orang Toegoe in hun besef dat zij iets bijzonders zijn. ‘Wij zijn christenen’, zegt Michiels, ‘en wij hebben een lichtere huid. Wij zijn anders*’

De meeste orang Toegoe zijn verdwenen. Verdreven door een vijandig Indonesië en later opgeslokt door de container-business. Maar zij zijn Toegoenezen gebleven. 350 families hebben volgens Michiels nog banden met Toegoe. Zij zijn verspreid over Jakarta, en over Nederland. ‘Er wonen meer Toegoenezen in Nederland dan in Indonesië.’ Bijna de hele gemeenschap ontvluchtte in de jaren vijftig Indonesië. Indonesiërs moesten in die jaren niets hebben van de Toegoenezen, die altijd veel te dicht bij de Nederlanders stonden.

De Toegoenezen vluchtten naar Hollandia, in Nieuw-Guinea, dat dan nog Nederlands is. Voordat ook Nieuw-Guinea Indonesisch wordt, vluchten zij opnieuw, in december 1962, naar Nederland. Omdat het daar zo koud is, reizen zij meteen door naar Suriname, maar daar houden zij het in 1965 alweer voor gezien. ‘Het was er te warm, en te wild’, zegt Michiels. Sindsdien zijn zij in Nederland gebleven, maar ook daar blijven zij altijd Toegoenezen, verenigd in hun eigen vereniging, en tegenwoordig ook op hun eigen website.

Wat achterblijft in Jakarta is niet meer dan een handjevol families, het dorp Toegoe, en de krontjong, die zo is genoemd naar het geluid van het gehark op de ukeleles. De liedjesmuziek is dan al razend populair in heel Indonesië. Overal worden eigen versies van de krontjong gespeeld. De Javaanse krontjong is in Nederland het meest bekend geworden met oubollige liedjes: Als de orchideeën bloeien. De echte krontjong, die van Toegoe, is veel en veel dynamischer, zegt Michiels. ‘Bij ons kun je een viool een swing-intro horen spelen, en dan gaan wij over op een danslied.’ Hij begint te spelen, en zingt in dat oude Hollands dat alleen nog hier te horen valt: ‘*zal ik u amuseren*’

Met zijn broer Andre Juan en andere Toegoenese familieleden heeft Arthur een krontjong-Toegoe-groep, of beter nog: ‘de’ krontjong-Toegoe-groep. Tenminste: dat vinden zij zelf. Alleen zíj spelen de enige echte krontjong-Toegoe, en zij bewonen bovendien zo’n beetje het allerlaatste houten Toegoe-huis. Daar, onder de oude houten kap, bewaken zij hun kleine stukje oud Toegoe. En de muziek: aan de blauw geschilderde wand hangen een macina, een prounga, een jitera en een biola, en tegen de deurpost leunt een contrabas: bijna een heel orkest.

Zij spelen op feesten, of in de oude kerk, en hebben zelfs opgetreden voor de president. En soms reizen zij naar Nederland. De Michielsen hebben al een paar keer opgetreden op de Pasar Malam in Den Haag. Op die Pasar Malam trad ook regelmatig een andere krontjong-groep uit Toegoe op, die van Samuel Quiko, maar het noemen van die naam valt niet echt goed, hier in de schaduw naast de kerk van Toegoe. ‘Nooit!’, zegt Michiels, nooit zal hij het podium delen met ‘die van Quiko’.

Uit wat volgt schemert plotseling een kleine Toegoenese krontjong-godsdienstoorlog tevoorschijn, een oorlog die kennelijk nog niet is uitgevochten: ‘Wat zij spelen is niet de originele krontjong-Toegoe’, zegt Michiels. ‘Quiko is van hier, maar die andere mensen uit zijn groep, die zijn allemaal van elders. Dat zijn geen Toegoenezen’, zegt Michiels, met onverholen minachting in zijn stem. Wat de oude Quiko speelt, zegt hij, is krontjong-Cafrinho, en dat is heel iets anders. Hij moet er niet aan denken dat zij ooit samen zullen optreden. ‘Dat kan echt niet! Zelfs als wij dezelfde nummers spelen, klinkt het anders. Het is net als Coca-Cola en Pepsi-Cola*’, en het is wel duidelijk wie hier de Coca is en wie de Pepsi. ‘Merda!’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden