Toetsentimmeraars en wilde beesten

Philips heeft de eerste albums van zijn mega-editie 'Great Pianists of the 20th Century' uitgebracht. Bieden de honderd dubbel-cd's inderdaad 'het allerbeste pianospel van deze eeuw'?...

IS STEPHEN Kovacevich een slaapmiddel, of is Kovacevich 'een van de beste in Amerika geboren pianisten van de eeuw'? Ingrid Haebler, is zij een overprecieuze petit-fourbakster, of is zij 'een Mozartspeelster van uitzonderlijke smaak en delicaatheid'? André Watts, een bleekneus of een 'revelatie', die met Horowitz, Richter, Rubinstein en Lipatti thuishoort in de rijen der allergrootsten? Julius Katchen (zaliger): een opgejaagde toetsentimmeraar of een 'enorm talent'? Mark Taimanov: schaker of musicus?

Wat Taimanov betreft, hij is schaker én musicus. De Russische grootmeester die na zijn 6-0 nederlaag tegen Bobby Fisher in 1971 uit de internationale schaakarena verdween (hij nam pas onlangs weer deel aan een veteranenkampioenschap in Bad Liebenzell), was als pianist ooit een briljante duopartner van zijn vrouw, Ljoebov Bruk. Oude Melodiya-opnamen, door Philips binnenkort opnieuw uit te brengen in de serie Great Pianists of the 20th Century, zullen het onderstrepen. Over de andere pianisten kan bij de dubbelalbums van deze mega-editie van Philips telkens minstens twee uur worden nagedacht. Wie was groter als Schumannvertolker, de vonkensproeiende Horowitz (in de sonate opus 14) of de majesteitelijke Rachmaninov (Carnaval); de diabolische Horowitz (Toccata) of de onderkoelde Josef Lhévinne (Toccata)?

Dat soort rare vragen komt op, bij de uitgave van een maatschappij die met de hand op het hart 'het beste van de eeuw' belooft. Bij het verschijnen van de eerste albums van de grootste cd-uitgave die ooit op de markt is gekomen, lijkt één vraag ongepast. Namelijk, of de producent van dit mammoetproject van tweehonderd cd's zélf nog van plan is de volgende eeuw te halen.

Toch is langzamerhand de vraag aan de orde wat de toekomst is van het platenlabel Philips, nu het elektronicaconcern Philips vastbesloten is zijn muziek- en filmpoot Polygram te verkopen aan het drankenconcern Seagram. Philips is een onderdeel van Polygram. Als Polygram straks niet meer van Philips is, mag 'Philips' dan nog wel Philips heten?

Dit laatste schijnt voorlopig nog te mogen. De hoogste Philipsbaas, Boonstra, zou de kandidaat-kopers van Polygram hebben toegezegd dat de platennaam Philips nog tien jaar mag worden gebruikt. Dat is aardig van de heer Boonstra, die overigens maar weinig affiniteit schijnt te hebben met de kunstenmakers van 's wereld grootste platenholding Polygram. Boonstra wantrouwt die bedrijfstak.

Hoofdstuk twee, is wat Seagram op zijn beurt voor ogen heeft met Philips en de andere klassieke labels binnen de holding (Decca in Londen en Deutsche Grammophon in Hamburg). De eerste man bij het drankenconcern, E. Bronfman junior (hij kocht voor Seagram het filmbedrijf Universal, en verkocht daarvan weer de televisiepoot), heeft een zwakke reputatie op het gebied van de geduldige bedrijfsvoering.

Wat de toekomstige eigenaren ook van plan mogen zijn, het toeval wil dat Philips Classics in de eigenlijke klassieke sector nog maar weinig nieuwe opnamen maakt. Het verdient vooral aan filmtracks en aan de populaire zanger Andrea Bocelli, en het won een Edison met opnamen uit het Nederlandse archief, opnieuw uitgebracht onder de titel Dutch Masters. Het zusterlabel Deutsche Grammophon, net bijgekomen van de complete Beethoven die het op 84 cd's uitbracht in een grote pamperdoos, is op dit moment vooral geobsedeerd door de eigen Centenary Collection - opnamen uit de honderdjarige geschiedenis van DG.

We zitten in het tijdperk van de back catalogue. De mannen met de gouden vingers, dat zijn de Directors of Second Exploitation. Tom Deacon, heet hij bij Philips. Deze Canadees, vroeger programmamaker bij radiostations in Toronto en Los Angeles, verzorgde voor Philips Classics inmiddels een Duo Serie (tien miljoen verkochte exemplaren), een Svjatoslav Richter-editie, een barok-editie, een Alfred Brendel-editie en een editie getiteld Best of Mozart, en hij is nu de man van de Great Pianists. Hij koos opnamen van 74 pianisten, van Rachmaninov en Paderewski tot Martha Argerich en Evgeni Kissin, en verdeelde ze over honderd dubbelalbums.

Wie intekent op het hele project, krijgt bij de eerste twintig albums een videodocumentaire met beeldfragmenten van Glenn Gould, Dame Myra Hess en andere groten. Bij de derde aflevering ontvangt de abonnee een bureauklok. Bij stapeltje vijf verwerft de liefhebber een boek over Steinway. Volhouders tenslotte, krijgen bij de zevende en laatste aflevering een leren aktenkoffer cadeau.

Het zijn zaken die, kennelijk, zowel de beginner als de ervaren pianoliefhebber vertrouwen moeten inboezemen. Verder is er de zekerheid van zo'n 250 uur muziek, 25 uur meer dan bij de vorige recorduitgave van Philips (dat was de 'complete Mozart' op 180 cd's). De Great Pianists zijn afkomstig van 78-toerenplaten, lp's, cd's en radiobanden. Een kwart verscheen nog niet eerder op cd. Enkele opnamen zijn nieuw.

Philips noemt het 'een unieke verzameling met het allerbeste pianospel van deze eeuw', en heeft daar in minstens één opzicht gelijk in. Als staaltje van diplomatenarbeid is de verzameling zeker uniek: ze komt uit de archieven van zo'n 25 verschillende maatschappijen. Wat voor sprongen Philips er voor heeft moeten maken, bij haar ronden langs EMI, BMG (RCA), Sony (CBS), Warner (Teldec), Vanguard, Vox en de 'International Piano Archives', daar kan alleen maar naar worden gegist.

O F DE verzameling ook 'het allerbeste pianospel' van deze eeuw omvat, daarover kan zeker 250 uur worden gediscussieerd. De eerste decennia van de eeuw zijn om redenen van geluidskwaliteit nauwelijks aangeraakt. De legendarische excentriekeling Vladimir de Pachmann (1848-1933) komt met zijn opnamen in het hele verhaal niet voor. De fameuze Liszt- en Busonivertolker Egon Petri, en de intelligente Tweede Weense Schoolinterpreet Edward Steuermann, ook zij hebben het allemaal voor niets gedaan, evenals Annie Fischer, Gina Bachauer en Vlado Perlemuter. De galerij der verstotenen kan worden aangevuld met Arthur Friedheim, Rudolf Firkusny, György Sandor, Lev Oborin, Lazar Berman, Youri Egorov en Bella Davidovich. En met Ivo Pogorelich, die dit overigens aan zichzelf te wijten schijnt te hebben. Hij was het niet eens met de repertoirekeus en werd vervangen door André Previn.

De twijfelachtige aanwezigheid van André Previn, Stephen Kovacevich (op 4 cd's) en André Watts laat zich misschien verklaren vanuit het Noord-Amerikaanse samenstellersperspectief. Gezien vanuit een Nederlands perspectief, staan er de hiaten tegenover van grote vertolkers als Dirk Schäfer, Hans Henkemans en Theo Bruins.

Zo kan men heel lang doorgaan, maar uiteindelijk gaat het natuurlijk om de grote zaken die er bij de Great Pianists wél op staan. De samensteller Tom Deacon heeft zich daar onder meer bij laten leiden, in zijn vermoelijk eindeloze luistersessies, door een voorkeur voor het vehemente, het uitbundige en het temperamentvolle.

De storm die de dertigjarige Vladimir Horowitz ontketent in Schumanns Toccata (in een opname uit 1934), is waarschijnlijk door geen pianist te evenaren, en al helemaal niet met de spectaculaire kwaliteit van Horowitz' uitkomende (soms merkwaardig gekozen) boven- en middenstemmen. De Svjatoslav Richter-opname die Deacon uitkoos om met de deur in huis te vallen was er een van Moesorgski's Schilderijententoonstelling, het vergeten stuk dat door toedoen van Richter een repertoirestuk werd. Richter gaat er (live in Sofia, anno 1958) als een beest in te keer, wilder dan welke pianist in welke Moesorgski ook. Het is een opwindende keus; de misslagen die Richter zich permitteert zouden bij geen enkele nieuwe opname meer worden geaccepteerd. Hier dragen ze bij aan de idee van een kolossaal delirium.

Martha Argerich stort zich (anno '68, begeleid door Abbado en The London Symphony Orchestra) als een wilde kat op Liszts eerste pianoconcert. Haar grote vertolking van het Ravel-concert in G is ervoor verbannen naar de tracks 5, 6 en 7. Maurizio Pollini steekt zijn vuurwerk af in de Mouvements de Petrouchka (een van de stukken waarmee hij voor altijd zal worden geassocieerd); de krampachtige Julius Katchen trekt een spoor van vernielingen door Brahms' sonate in F opus 5, Francks Prélude, choral et fugue, het Rondo capriccioso van Mendelssohn en het karakterstuk Islamey van Balakirev, dat inderdaad moeilijk is, maar lang niet zo lelijk als Katchen het wil doen voorkomen.

Zij zijn de wilde beesten van de eerste aflevering, die verder wordt gedragen door lucide Mozartspel van Clara Haskil, door de geniale lichtheid in Dinu Lipatti's pianospel in Bachs partita in Bes, Chopins sonate in b, en de pianoconcerten van Schumann en Grieg, en door de aristocratie van Rachmaninov in alles wat hij onder handen neemt, tot en met de Vlucht van de Hommel van Rimski-Korsakov. Voor stevige Brahmsen zijn er Backhaus en Kempff, en voor onbekende versies van bekende Tsjaikovski's is er een briljante Mikhail Pletnjev - uit de tijd dat hij nog hard piano studeerde.

Voor groot repertoire van de twintigste eeuw is Great Pianists of the 20th Century niet de aangewezen collectie, afgezien van porties Prokofjev en Stravinsky en snippers Webern en Bartók (en Gershwin door Watts; Ned Rorem door Katchen). Geen Messiaen door Yvonne Loriod, Michel Béroff of Hakon Austbö. Geen Stockhausen door de grote gebroeders Kontarsky. Geen Nono door Pollini (wel Webern).

Het vreemde is, hoe groter de collectie, hoe duidelijker ze maakt dat ook een ruimte van vierhonderd cd's niet genoeg zou zijn om 'het beste van de eeuw' te herbergen.

Great Pianists of the 20th Century. Philips (eerste aflevering van 100 dubbelalbums). Bij voorintekening ca. * 4000,-. Per album (2 cd's): * 49,50.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden