In het spoor van De jonge Rembrandt

Toen hij ‘Studie van een oude man’ aantrof wist Abraham Bredius het zeker: dit is een Rembrandt

Rembrandt. Tronie van een oude man, 1650.

Vorige week was ik in het Amsterdamse Gemeentearchief om een aantal 17de-eeuwse notarisboeken te bekijken. In de kantlijn stond naast de passages waarin aan Rembrandt wordt gerefereerd steeds een groot kruis. Soms in blauw, soms in rood potlood. Een van de archivarissen vertelde me dat die kruizen er rond 1900 waren gezet door Abraham Bredius.

Onder Rembrandtvorsers is Abraham Bredius een legende. De eigengereide oud-directeur van het Mauritshuis, telg uit een puissant rijke familie van buskruitfabrikanten, reisde de wereld over op zoek naar kunstschatten, onontdekte Rembrandts en documenten over zijn held. Bredius ging er prat op dat hij in één oogopslag kon zien of een schilderij van Rembrandt was: ‘Als ik ervoor sta, zie ik bliksemsnel, weeg, taxeer, in een onbewuste vergelijkingsmethode. Ik weet: het is hem, of: het is hem niet.’ Zijn Rembrandt-catalogus was tot 1935 het standaardwerk.

Na de dood van Bredius in 1946 – hij werd 90 – werd zijn huis aan de Haagse Prinsegracht 6 een museum. Inmiddels is zijn kunstcollectie overgebracht naar de Lange Vijverberg 14, met uitzicht op het Mauritshuis. Daar beschikt men nu over elf schilderijen die de bezeten verzamelaar aan Rembrandt toeschreef, en die hij voor het leeuwendeel zelf financierde uit het met kruitdamp omgeven familiekapitaal. Vier van de elf worden nog altijd als een ‘echte Rembrandt’ beschouwd, zoals het schitterende schilderij van twee ‘Moren’ en Saul en David.

Over Studie van een oude man uit 1650 wordt hevig getwijfeld of die wel van Rembrandt zelf is, maar die twijfel had Bredius helemaal niet. Toen hij het schilderij bij toeval aantrof tijdens een kort verblijf in Londen in 1890 wist hij het onmiddellijk: het is hem. Een jaar later kocht Bredius het van een Parijse kunsthandelaar voor dertigduizend Franse Francs. Hij vond het doek niet alleen ‘een staal uit de rijpsten tijd des kunstenaars toen zijn meesterschap de volle hoogte had bereikt’, maar hij wist ook onmiddellijk wie Rembrandt had verbeeld: ‘Zeer breed, mooi gedaan, de broeder.’

Volgens Bredius was het Rembrandts negen jaar oudere broer Adriaen, die in Leiden rond 1624 de molen van hun vader Harmen had overgenomen. Zo’n idee paste naadloos in het aanstekelijke, naïeve biografische denken van de 19de eeuw. Bredius zag in verschillende tronies eenvoudigweg de familieleden van de schilder. Leek deze man niet op Rembrandt? En was Adriaen in 1650 niet precies zo oud als deze man?

Daar kwam nog bij: het model op de fameuze Man met de gouden helm – in de collectie van de Gemäldegalerie in Berlijn – heeft hetzelfde gezicht. Helaas voor Bredius wordt zelfs dit schitterende schilderij niet langer meer als een echte Rembrandt beschouwd.

Is dit Adriaen? Het is zéér onwaarschijnlijk. Rembrandt kwam, nadat hij naar Amsterdam was vertrokken, nog maar bij hoge uitzondering in zijn geboortestad. En waarom zou Adriaen, die zo hard moest werken om de molen in Leiden draaiende te houden, vaak naar zijn beroemde broertje in Amsterdam reizen om voor hem te poseren?

Daar komt nog bij: de ‘oude man’ stond ook model voor een aantal van Rembrandts Amsterdamse leerlingen, onder wie Ferdinand Bol. Bol schilderde hem, ook met gouden helm, als de oorlogsgod Mars in 1657.

Adriaen was toen al vijf jaar dood.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden