Profiel

Tips van Fripp

King Crimson, de band van gitaargenie Robert Fripp, staat donderdag en vrijdagavond in TivoliVredenburg in Utrecht. Muziekredacteur Robert van Gijssel selecteerde vijf van zijn magnifieke nummers.

Bill Bruford, Adrian Belew, Robert Fripp en Tony LevinBeeld WireImage

Het Britse King Crimson staat bekend als uitvinder van de progrock en als een van de invloedrijkste bands die de jaren zestig hebben voortgebracht. Toch is de band rond gitaargenie Robert Fripp vooral een cultband gebleven. Aan de vooravond van twee concerten in Utrecht een kennismaking met King Crimson in vijf karakteristieke nummers, en veel kijk-en-luistertips.

21st Century Schizoid Man

In the Court of the Crimson King (1968)

Voordat King Crimson ons meeneemt op een sprookjesachtige wandeling door het 'hof van de karmozijnen koning', langs maankinderen (Moonchild), dansende poppen (The Dance of the Puppets) en fluistergesprekken met de wind (I Talk to the Wind), deelt de band eerst een dreun uit. Een harde knal van de werkelijkheid, en die was niet mals, in 1968.

In het openingsnummer 21st Century Schizoid Man legt King Crimson een hels verband tussen de gruwelen van de Eerste Wereldoorlog en die van Vietnam, in horrorteksten van huisdichter Peter Sinfield (een dichter als volwaardig bandlid - waar vind je die nog?): 'Blood rack, barbed wire. Politicians' funeral pyre. Innocents raped with napalm fire - twenty first century schizoid man.'

De zoete hippiedromen van de jaren zestig, door de band vertolkt met fluit, mellotron, lyrische zang van Greg Lake en buitenaards kringelende gitaren van Robert Fripp, worden op The Court of the Crimson King steeds weer vermorzeld door neurotische drums, scheurende rockriffs en vooral veel hard stotend koper. In 21st Century Schizoid Man hoorde de wereld ineens iets totaal nieuws (al voltooide een continent verderop ene Frank Zappa bijna dezelfde puzzel): psychedelische folk met rockende avant-garde, honkende jazz en protometal - al wist de geschrokken luisteraar dat laatste natuurlijk nog niet.

Hoe dan ook had King Crimson hier in een compositie van het voornaamste bandlid Robert Fripp in één klap de progressieve rock of 'progrock' uitgevonden. Een rockliedje, met toch nog best een toegankelijke instapriff en een refrein, dat uitmondt in een duivels pandemonium met alle kanten op schietende drumbreaks en solo's, en uiteindelijk een schizofreen rockende bigbandsound.

En 21st Century Schizoid Man houdt ons na bijna vijftig jaar nog steeds bezig - en dat mag ook wel, gezien de ontwrichtende lading van het lied en de huidige toestand van de wereld. Nog altijd verschijnen nieuwe uitvoeringen van het nummer, door psychrockers als Fuzz (van Ty Segall) en de Noorse jazzmetalband Shining. Als eerbetoon en om ons bij de les te houden.

Kijk-en-luistertips

Beeld Barry Godber

The Devil's Triangle

In the Wake of Poseidon (1970)

De hooggekwalificeerde rockzanger Greg Lake verkaste van King Crimson naar Emerson, Lake & Palmer, maar leverde nog wel wat laatste bijdragen voor de tweede King Crimsonplaat, In the Wake of Poseidon. Bandleider Robert Fripp maakte van de nood een deugd en schreef het instrumentale epos The Devil's Triangle, gebaseerd op het klassieke muziekstuk The Planets van de Britse componist Gustav Holst (1874-1934).

Zo vreemd als King Crimson durfde Pink Floyd de muziek destijds nog niet af te leveren. Op The Devil's Triangle horen we een gedrumd marsritme uit The Planets-deel Mars, the Bringer of War, en spookachtige toetsen, misthoorns en gitaren in een nauwelijks te vatten liedvorm die om het ingewikkelder te maken ook nog eens bestaat uit drie losse delen. Bizarre, maar bloedmooie muziek. En King Crimson maakte duidelijk wat de band eigenlijk wilde: niet in de hitparade staan, maar muziek maken om de muziek, het liefst in hogere kunstsferen.

Het kon de Britse muziekpers desondanks toch niet gek genoeg. De recensies waren laaiend: 'Het nummer The Devil's Triangle moet de opwindendste en meest 'evil' track zijn die ooit is opgenomen', schreef muziekkrant Disc. De Worksop Guardian, in prachtig Brits understatement: 'A very pleasing piece of music.' En de Melody Maker: 'Als Wagner nog had geleefd, had hij willen werken met King Crimson.'

Kijk-en-luistertips

In the wake of Poseidon

Starless

Red (1974)

Een nogal rusteloze, immer zoekende en voor sommige collega's misschien ook wel wat al te lastige klant, die Robert Fripp. Begin jaren zeventig vond de gitarist zijn band King Crimson maar eens helemaal opnieuw uit. Hij wilde meer elektrische jazz, meer klassieke invloeden, meer improvisaties, de weg inslaan naar verre muzikale horizonten. En hij nam dus afscheid van zo'n beetje alle oude bandleden, inclusief dichter Peter Sinfield, en rekruteerde een compleet nieuwe band, met onder anderen Yesdrummer Bill Bruford en bassist en zanger John Wetton. Daarbij zocht de gitarist zelf steeds meer een toevlucht tot elektronische gitaarvervormingen, voor een onnavolgbaar gitaargeluid dat de man later zelf 'Frippertronics' zou noemen.

Uit bijvoorbeeld de plaat Red uit 1974 vlamt dus een nieuwe band met een frisse en scherpe jazzrocksound, en heel opvallend: een hoofdrol voor de viool van David Cross. Hoe peilloos verdrietig speelt deze de melodie van het bijna een kwartier durende Starless, naast de topmelancholieke toetsen van het mellotron - een instrument dat gelukkig nog even mocht blijven. In een andere versie van het nummer speelt Fripp de treurmelodie, in schrijnend mooie gitaren. Tekstschrijver Sinfield had de band verlaten, maar de teksten van bassist Wetton zijn niet minder mystiek en raadselachtig, vooral bij de omschrijving van een blik in de binnenwereld, als de ogen eindelijk gesloten zijn: 'Starless and bible black.'

Er zijn honderden bandjes die zeggen dat ze zijn beïnvloed door King Crimson: natuurlijk de progrockers uit de jaren zeventig, maar ook Nirvana en Opeth, Porcupine Tree en Steven Wilson, en de psychrockers van nu. Maar in het nummer Starless, en vooral in het onstuimige middendeel met stevig aangezette jazzrock in dwarse ritmische structuren, zijn ook de contouren van bijvoorbeeld de rockband Tool te ontwaren. 'Art rock', is nu de term, maar Starless is toch vooral een lied dat recht in de ziel grijpt.

Kijk-en-luistertip

Red

Elephant Talk

Discipline (1981)

En na zeven jaar stilte vindt King Crimson zich in 1981 doodleuk wéér opnieuw uit. En hoe! De band kleunt erin met een van de geslaagdste experimentele rock- en fusionplaten ooit gemaakt: Discipline, in de bekende rode hoes met Keltische knoop.

Eindelijk is te horen dat King Crimson zich toch óók een beetje laat beïnvloeden, goddank. Op Discipline, en op opvolgers als Beat (1982) en Three of a Perfect Pair (1984), laat Robert Fripp inspiratie toe van bijvoorbeeld Talking Heads, in Afrikaans aandoende gitaarpartijen, met hier en daar wat postpunkgeluiden én in bijvoorbeeld de voordracht van de nieuwe zanger en gitarist Adrian Belew (die meespeelde op Remain in Light van de Talking Heads, dus vandaar).

In het nummer Elephant Talk hoor je dingen die eigenlijk helemaal niet kunnen. De gitaar van Adrian Belew die de conversatie aangaat met een kudde olifanten, met een trompetterend slurfgeluid. Maar nog geestverruimender is de ongrijpbare bas van baswonder Tony Levin. Uit zijn 'Chapman Stick' - een elektronische, twaalfsnarige bas op een stokje - trekt Levin in Elephant Talk een golvende en heftig funkende baspartij, die daarna nooit meer met succes is gekopieerd - al kwam Les Claypool van Primus op zijn gewone viersnarige bas nog een heel eind.

De tekst is komisch en gevat - eigenlijk een opsomming van synoniemen voor 'spreken', in alfabetische volgorde: 'Talk, it's only talk; babble, burble, banter, bicker, brouhaha, balderdash, ballyhoo', et cetera.

Op YouTube (zie de kijk- en luistertips) staan ontmoedigende beelden, van Fripp, Belew en Levin in actie, gesteund door drummer Bruford. Voor iedere muzikant die dacht dat hij al best aardig kon spelen.

Kijk-en-luistertip

Discipline

Thela Hun Ginjeet

Discipline (1981)

Nog eentje van plaat Discipline, omdat Thela Hun Ginjeet zo leuk is, met nog meer Afrikaanse en trance opwekkende Talking Headsgitaartjes en weer die rollende bassen van Tony Levin. Maar het aardigst aan Thela Hun Ginjeet is het verhaal achter het liedje.

King Crimson wilde een nummer maken over het wilde stadsleven, de betonnen jungles van New York tot Londen: Thela Hun Ginjeet, een anagram van 'heat in the jungle'. Terwijl de rest van de bandleden wat muziekpartijen inspeelde in de studio te Londen, liep de Amerikaanse gitarist en zanger Adrian Belew met een taperecorder door de stad, op zoek naar inspiratie van buitengeluiden. Hij liep tegen een jeugdbende op, werd bedreigd, zelfs met een pistool, en daarna nog langdurig lastiggevallen door de politie. Belew kwam oververhit en bloednerveus terug in de studio en begon een stotterend relaas over wat hem was overkomen: 'So suddenly these two guys appear in front of me... stop... real aggressive, they start at me, ya know, 'what... what's that on that tape, whatta you got here'. I said: it's a tape, it's just a tape you know. Man, this is a dangerous place.' Enzovoorts.

Belew wist van niets, maar zijn uitvoerige getuigenis werd opgenomen op een taperecorder, die Robert Fripp per ongeluk aan had laten staan. Perfect materiaal natuurlijk als 'spoken word', in het gejaagde grotestadslied met het fantasietaalrefrein. En in alle muzikale en tekstuele vernuft dus ook weer typisch King Crimson.

Kijk-en-luistertip

King Crimson speelt donderdag en vrijdagavond in TivoliVredenburg in Utrecht. Beide concerten zijn uitverkocht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden