Tijdschrift Roock is d’Eer des Weerelts oock

Ooit gold tabak als effectief medicijn tegen pest en pokken. In de 16de eeuw pretendeerde Dr. Nicot, de naamgever van de nicotine, hiermee tientallen kankerlijders te hebben genezen....

Dat waren tijden, lijkt de redactie van De Tweede Ronde te willen zeggen in het voorwoord bij het ‘Roken is dodelijk’-nummer. Ten minste één van de redacteuren, Jeroen van Kan, zal dit niet tegenspreken: in zijn fraaie bijdrage rekent hij ons voor in zijn 58-jarig leven, waarvan 44 door geurige nevelen omhuld, bijna 600.000 sigaretten te hebben gerookt. Wat men er ook van denkt: voor de letteren waren het beslist goede tijden.

Aan essays, verhalen en gedichten met een prominente rokersrol geen gebrek. Zo koos de redactie een paar gedichten van W.G. van Focquenbroch (1640-1670), wiens leven en werk van rook was doortrokken, zoals zijn paradoxale devies ‘Fumus Gloria Mundi’ bewijst: ‘Des Weerelts Eer is niets dan Roock:/ Maar Roock is d’Eer des Weerelts oock.’

Zonder tabak hadden we kunnen fluiten naar het meesterwerk De bekentenissen van Zeno (1923) van Italo Svevo, waarin de hoofdpersoon zo verslaafd is aan het stoppen met roken dat hij er niet mee kan stoppen, en telkens weer de ‘Laatste Sigaret’ aansteekt. Svevo zelf stopte nooit. Een jaar later verscheen De toverberg van Thomas Mann, die stomend uit alle gaten zijn oeuvre schiep. In de sanatoriumroman wordt trouwens nog duchtig gepaft, onder goedkeurende blikken van eveneens walmende geneesheren. De link tussen roken en longziekten moest nog worden gelegd! Mulisch, Bomans, Reve, Hermans, Roland Barthes, Camus, Sartre (de mens is vrij – mits hij de pijp binnen handbereik heeft): ondenkbaar dat ze zonder hadden gekund.

Kom daar eens om. De hedendaagse roker is geen held, maar een mislukt exemplaar van de menselijke soort. Een zak tabak (Caspar Janssen), volkomen geïsoleerd en buiten de maatschappij geplaatst. Verbannen tot de rookpaal op het station, zoals Jaap van Heerden opmerkt, die vermoedt dat voor de moderne roker geen grote literaire rol is weggelegd.

Toch overheerst in deze Tweede Ronde het genot van weleer. Friedrich Torberg schamperde in 1929 al dat de zedenprekers naar de duivel kunnen lopen: ‘Er is niets schadelijkers dan het leven,/ en niemand die gezond het graf in gaat.’

Ook L.H. Wiener, zoon van een rokende moeder, moet niets hebben van de hedendaagse heksenjacht. Roken is dodelijk, staat er op ieder pakje en op iedere doos. ‘Een aperte leugen,’ schrijft Wiener, ‘door de overheid gesanctioneerd. Op deze wijze geformuleerd zou de zin Leven is dodelijk evenveel waarheid bevatten.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden