Mamoru Hosoda, regisseur van de film Mirai.

Interview Mamoru Hosoda

Tijdreizen in je achtertuin met Mamoru Hosoda: ‘Geweldig om als ouder je kindertijd te herbeleven’

Mamoru Hosoda, regisseur van de film Mirai.

De inspiratie voor zijn sublieme fantasyfilms vindt de Japanse regisseur Mamoru Hosoda (51) in zijn eigen huiskamer.

Mamoru Hosoda (51) was tot voor kort het best bewaarde geheim van de­ ­Japanse animatiefilm. Daar begint verandering in te komen: bij de ­Oscaruitreiking begin dit jaar gold Hosoda als de spannende out­sider in de animatiecategorie, dankzij de ­nominatie voor zijn schitterende film Mirai (2018).

Sinds de wereldpremière op het filmfestival van ­Cannes, vorig jaar mei, wordt Mirai door pers en publiek geroemd als de toegankelijkste en persoonlijkste film van de Japanse regisseur. Met een even eenvoudig als vindingrijk uitgangspunt – een 4-jarig jochie weet zich geen raad met de geboorte van zijn zusje en vlucht in een fantasie­wereld in de achtertuin – rijgt Hosada de mooiste observaties en inzichten aaneen over opgroeien, ouderschap en veranderende familiewaarden.

Zijn eerste stappen in de animatiewereld zijn hier ogenschijnlijk mijlenver van verwijderd. Begin deze eeuw werkte Hosada voor de commerciële Japanse animatiestudio Toei Animation, dat onder meer het razendpopulaire Dragon Ball Z maakte. Hij had net een speelfilmversie van de vergelijkbare populaire franchise Digimon (2000) afgeleverd toen het grote Ghibli, het Disney van Japan, bij hem aanklopte. Er lag een kant-en-klaar scenario voor een grote fantasyanimatie klaar: Hosoda kreeg het aanbod de film te regisseren in de stijl van animatiemeester en Ghibli-oprichter Hayao Miyazaki, die zelf wereldwijd furore maakte met Princess Mononoke (1997) en Spirited Away (2001). Tot verrassing van de studio bedankte Hosoda voor de eer. Het bleek niet mogelijk onder de Ghibli-vlag de film te maken die hij wilde maken. (De film in kwestie, Howl’s Moving Castle, werd uiteindelijk door Miyazaki zelf geregisseerd en geldt als een  Ghibli-klassieker.)

Mamoru Hosoda bij de Academy Awards. Beeld Getty Images

Hosada koos voor het pad der geleidelijkheid – alles om trouw aan zichzelf te blijven. Daarmee is hij zich de afgelopen decennia gaan onderscheiden van de concurrentie: Hosada maakt fantasierijke, maar toch in de eerste plaats menselijke en persoonlijke animatiefilms. Dat werd steeds beter mogelijk, zei hij in Cannes, na de oprichting van zijn eigen Studio Chizu. Nu is de goedlachse vijftiger animatieregisseur, scenarist, studiobaas en huisvader ineen;  vier rollen die onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. ‘Ik maak de films die ik wil maken. Zonder tussenkomst van een producent, zonder het verzoek om andermans verhalen te verfilmen.’

Summer Wars (2009), over een schooljongen die op bezoek bij een meisje voor de ogen van haar oma moet doen alsof hij haar vriendje is? Gemaakt in de periode vlak na zijn huwelijk. Het sublieme Wolf Children (2012), over een meisje dat verliefd wordt op een weerwolf en de rest van de film in geestige en mooie scènes twee hondkinderen moet opvoeden? Gemaakt na de dood van zijn moeder, toen hij voor het eerst ging nadenken over ouderschap. The Boy and the Beast (2015), waarin een jongetje levenslessen krijgt van een beerachtig fantasiewezen? Gemaakt na de geboorte van zijn zoon.

Mirai volgde na de geboorte van uw dochter. Hoe zag u daarin een film?

‘Mijn oudste zoon was 2  jaar oud en zag in zijn nieuwe zusje een wezen dat plotseling alle aandacht had gestolen. Hij kreeg last van driftbuien, deed alsof hij haar wilde aanvallen. Uiteraard staken mijn vrouw en ik daar een stokje voor, maar af en toe liet ik de situatie op z’n beloop. Ik vond het ook intrigerend. Ik ben zelf enig kind en leerde pas op school met andere kinderen omgaan: de emotie van mijn zoon was nieuw voor mij.’

De vader in Mirai is huisvader, net als u, de moeder werkt buiten de deur. Gaat dit bij u thuis ook zo?

Geamuseerde blik. ‘U denkt wellicht: Japan is een land van eeuwenoude tradities, de rolverdeling in het gezin zit muurvast. Maar niets is minder waar. De thuissituatie in de film is míjn situatie: mijn vrouw werkt en ik zorg voor de kinderen, mits ik niet aan een film werk. Aangezien Japan wat dit betreft in een overgangsfase zit, een moment waarop het voor het gezin vanzelfsprekend raakt om te zoeken naar de vorm die het best bij hen past, vond ik het belangrijk om zo’n modern gezin in de film te laten zien.’

Mirai zit vol visuele grapjes. Het jongetje houdt van speelgoedtreintjes en gebruikt de opengeklapte laptop van zijn vader als tunnel. Uw huiskamer is zichtbaar een bron van inspiratie.

‘Dat vind ik zo leuk aan spelende kinderen, ze verzinnen voortdurend dingen waarvan je denkt: waar komt dát nou weer vandaan? Toen ik begon als filmmaker voelde ik mij geïnspireerd door andere filmmakers – de grote meesters tegen wie je opkijkt, terwijl ze eigenlijk ver van je af staan. Tegenwoordig word ik meer geraakt door mijn directe omgeving. Ik vind het geweldig hoe je als ouder via de ogen van je kinderen je eigen kindertijd kunt herbeleven, door kopje-onder te gaan in de belevingswereld van je kind. Dat gevoel probeer ik met Mirai te verbeelden.’

In de achtertuin belandt de zoon in een fantasiewereld, waarin hij de tienerversie van zijn babyzusje ontmoet. Hoe komt zo’n sciencefictionelement in zo’n persoonlijke film terecht?

‘Ik vraag mijn kinderen elke ochtend wat ze die nacht hebben gedroomd en mijn zoon vertelde op een keer dat hij een oudere versie van zijn zusje had gesproken. Op zo’n moment denk ik: ik wil óók zo’n gesprek in de toekomst met mijn dochter. Na het ontbijt begin ik dan meteen te schrijven. Het voelde volkomen natuurlijk binnen dit verhaal. Ik dacht tijdens het schrijven aan de tijd waarin ik werd geboren en mijn ouders jong waren. Binnenkort gaat mijn zoon voor het eerst naar school: hij stelt daarover veel vragen, waardoor ik vanzelf terugdenk aan mijn eerste schooldag. Je kind zien opgroeien ís tijdreizen.’

Japanse animatie na Studio Ghibli

De laatste film van de grote Japanse animatiestudio Ghibli wordt in 2020 verwacht (How Do You Live?  van de 78-jarige medeoprichter Hayao Miyazaki, voor de zoveelste keer teruggekeerd uit pensioen). Studio Chizu van Mamoru Hosada, opgericht in 2011, lijkt een kandidaat om in Ghibli’s voetsporen te treden. ‘Studio Chizu is zo klein dat een tyfoon het kantoor in één keer zou kunnen verplaatsen’, zei hij al eens relativerend.  ‘Maar ik heb in elk geval mijn eigen studio.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden