Interview Stacii Samidin

Tijdens zijn studie stond Stacii Samidin met een been in de criminaliteit en met het andere in de kunst. Nu hangen zijn foto’s in het Rijksmuseum

Fotograaf Stacii Samidin (31) wist tien jaar geleden niet hoe dat moest, vanuit de criminaliteit de kunsten in. Nu staat hij op de drempel van zijn grote doorbraak en hangt zijn serie in het Rijksmuseum. 

Stacii Samidin, Atelier, Rotterdam 2018 Beeld Stacii Samidin

En dan zit fotograaf Stacii Samidin (31) op een dag in zijn donkergroene Honda Civic en rijdt hij Dreef binnen, een dorp ten zuiden van Breda. Dreef is zo’n dorp waar hij en zijn assistent Joelson Tavares normaal niet zouden komen, maar ze zijn hier met een doel: kijken of Samidin café Moskes kan fotograferen voor de serie waaraan hij werkt: Document Nederland. Opdrachtgever: het Rijksmuseum. Moskes is een begrip in de wijde omtrek, heeft hij gehoord, en niet alleen omdat Eddy Merkcx er een keer binnen fietste in gezelschap nog wel van de Belgische oud-premier Guy Verhofstadt. Het café ligt precies op de grens: je stapt binnen in België, aan de voorkant, en verlaat het pand aan de achterkant in Nederland. 

Als Samidin uit zijn auto stapt, voelt hij de spanning die hij altijd voelt als hij iemand gaat fotograferen. ‘Ik moet toch altijd een drempeltje over.’ In Dreef is dat drempeltje wat hoger dan in zijn eigen stad, Rotterdam. Hij wijst op zichzelf, alsof hij wil zeggen: wat denk je, Molukse jongen met tatoeages en gouden tanden, in dat dorp? Hij weet dat er naar hem wordt gekeken. Wat komt die jongen doen? Dat gevoel valt van hem af zodra hij het café binnenstapt. ‘Het is net als thuiskomen: zodra je de deur achter je sluit, zit je in je eigen wereld.’

Die dag in Dreef heeft hij nog geen camera bij zich. Doet hij altijd zo: eerst kennismaken als mens, uitleggen wat hij doet en verhalen aanhoren. De eigenaren vertellen hem dat ze het café in 2016 hebben overgenomen, zij is Amsterdamse, hij komt uit Krimpen aan den IJssel en houdt van paarden, het duurt niet lang of hij vraagt: wil je ze zien? De foto die Samidin later zal maken van het paard (‘Hij had een snor, ik werd gek!’) hangt nu samen met de beelden van nachtcafés, bruine kroegen, een fietscafé vol Mariabeelden en de soos van de Goudse afdeling van motorclub Satudarah in de Philipsvleugel van het Rijksmuseum.

Stacii Samidin staat op de drempel van zijn grote doorbraak in Nederland. Daarbuiten kennen ze hem al langer: hij maakte naam met Societies, zijn fotoserie over subculturen. Hij leefde als fotograaf weken tussen de straatbendes van Los Angeles, in de banlieues van Frankrijk en in een van de grootste sloppenwijken van Nairobi. In 2017 hingen zijn monumentale beelden op Fotofestival Naarden. De obese man uit Nairobi, als een reus onder zijn golfplaten dak, vechthond aan de riem. Twee jongens, bezig hun geweren te laden. Kinderen uit Rotterdam Crooswijk op een schommel. Een basketbalwedstrijd in L.A.. 

Eerlijke en ijzersterke beelden, gemaakt door iemand die dicht bij zijn onderwerp komt, omdat hij de mensen die hij fotografeert echt wil leren kennen. Hij was de geknipte fotograaf voor de serie van het Rijksmuseum. Want cafés zijn openbare gelegenheden waar iedereen kan binnenlopen en tegelijkertijd ook een soort besloten gemeenschappen met een eigen sfeer, karakter en klanten. 

Café Moskes - Breda 2018: ‘Hij had een snor, ik werd gek!’ Beeld Stacii Samidin

Hoe ben je bij de selectie te werk gegaan?

‘Ik heb verschillende invalshoeken gehad. Ik dacht eerst heel oldskool: ik stap in mijn auto, ga langs de grenzen van Nederland rijden en dan werk ik van buiten naar binnen. Google Maps op de telefoon, en dan de lokaties van cafés markeren. Dat leverde heel weinig op. Ik was op zoek naar de verborgen cafés – nou, die zijn niet voor niets verborgen, die vind je dus niet. Toen ben ik gaan selecteren. Op interieur, op type mens, op provincie, en ik ben een planning gaan maken. Dat moest ook van het Rijksmuseum. Maar het is helemaal door elkaar gaan lopen. Het is een Stacii-route geworden: rommelig, onlogisch, intuïtief.’

Na het fietscafé in Vijlen, Zuid-Limburg, dacht hij: nu moet ik zo ver als maar kan, naar Friesland. Reed hij ‘die lange dijk over, hoe heet die ook alweer’, zette hij Google Maps aan op zoek naar een café, vond hij Gaya Indonesia in Westhoek, tjokvol houtsnijwerk, wajangpoppen en schilderijen uit Indonesië. Hij hoorde het klèk, klèk, klèk uit zijn jeugd, het geluid van de bamboe windgong. Wow, dacht hij. Klaar. Friesland is klaar.

Westhoek Gaya Indonesia - Westhoek 2018. Beeld Stacii Samidin

In Schiedam ging hij naar het jenevercafé. In Rotterdam naar Rotown, Sjatzi, shishalounge Lavetta, en zijn favoriete kroeg op de Witte de Withstraat, De Zondebok & ’t Zwarte Schaap.

In diezelfde straat maakte hij een van de laatste foto’s uit de serie, van vier zwarte jongens in een cabrio. Hij stond op de stoep, dacht: zo, wat een auto, en dan óók nog het dak open. De vrienden stappen in, de bestuurder klopt zijn schoenen af, ze zijn helemaal niet met hem bezig, alleen de jongen naast hem kijkt Samidin aan. ‘Met zo’n lijpe blik. Zo, wat maakte me dat blij.’ Gelukkig had hij zijn snelle digitale 35 mm camera bij zich – normaalgesproken werkt hij analoog. ‘En gelukkig heb ik ingedrukt. Boem. Dit is mijn iconische foto. Dit is Rotterdam 2018. Dit beeld staat over vijftig jaar nog overeind.’

WunderbarWorm - Rotterdam 2018: ‘Dit is Rotterdam 2018. Dit beeld staat over vijftig jaar nog overeind’ Beeld Stacii Samidin
De groep Broederliefde bij de Lavetta Lounge in Rotterdam. Beeld Stacii Samidin

Is het een politieke foto? In een open brief van kunstenaars en activisten werd Witte de With, de kunstinstelling in deze straat, gevraagd afstand te nemen van haar naam. De instelling zou zich niet moeten afficheren met een foute zeeheld uit de koloniale tijd.

‘Veel mensen denken dat mijn werk politiek is, maar daar ben ik niet mee bezig. Alleen met mooie mensen, mooie beelden, mooie identiteiten, mooie foto’s.’

De eerste keer dat Samidin een camera vasthield was hij 17. Hij behoorde tot een groep van radicale Molukse jongeren en deed mee met een uit de hand gelopen demonstratie in Den Haag. Inzet: een interventiemacht op de Molukken, waar doden waren gevallen tijdens onlusten tussen moslims en christenen. Hij maakte een foto van een politieman die zijn gummistok liet vallen – zelf lag Samidin op de grond. Hij weet het nog, het was een van de eerste compact camera’s van Canon, ‘op een rare manier verkregen’.

Het was leven op het randje in die tijd: hij zat in een bende, kwam vaak in aanraking met de politie. Hoe vaak zijn ze zijn huis niet binnengevallen, is hij niet opgepakt? Tot zijn moeder huilend voor hem stond: zo kan het niet langer. In 2009 werd hij, in het kader van Rotterdam Jongerenhoofdstad, uitgenodigd om in een panel mee te praten over wat jongeren wilden van hun stad, en mocht hij de foto’s die hij van zijn Molukse vriendengroep had gemaakt exposeren. Die foto’s werden gezien door documentair fotograaf Kees Spruijt, zelf bekend van zijn series over probleemjongeren. Spruijt, zegt  Samidin, heeft hem veranderd. ‘Hij was de eerste die vroeg wat ik wilde met mijn leven. En ik zei: ik wil de kunst in, maar ik weet niet hoe. Toen heeft hij de route voor me uitgestippeld. En die route begon met een gesprek met mijn ouders.’

Stel dat je Spruijt niet was tegengekomen, was je dan niet gaan fotograferen?

‘Dan zat ik vast.’

Waarvoor?

‘Voor een geweldsdelict. Ik kon vroeger alleen maar vechten, dat was mijn manier van communiceren.’

De volgende stap was de kunstacademie. Een grote stap: ‘Ik wist niet eens wat een portfolio was, ik moest het woord eerst opzoeken. Kees heeft me geholpen met een selectie van mijn foto’s. Bij de Willem de Kooning Academie werd ik meteen aangenomen.’

Wie waren je voorbeelden in die tijd?

‘Helmut Newton. Ik vond modefotografie interessant. Later werd het Bruce Davidson. De eerste foto die ik van hem zag, was de foto die hij maakte tijdens de burgerrechtendemonstraties in de jaren zestig, van een zwarte jongen met een wit geschminkt gezicht, op zijn voorhoofd staat ‘vote’, achter hem loopt een jongen met de Amerikaanse vlag. Ik vond het zo knap dat hij in één foto zo veel verhalen kon vertellen.’

Met vallen en opstaan heeft Samidin de academie afgemaakt. Het ene been in de criminaliteit, het andere in de kunst, op een academie waar studenten zaten die door hun ouders werden gesteund terwijl die van hem niet eens wisten wat documentairefotografie inhield. ‘Ik dacht steeds: niks kan, niks is mogelijk, ik kom van de straat, wat denk ik wel?’

Cafe de Jordaan - Amsterdam 2018 Beeld Stacii Samidin

Wat heeft je er doorheen getrokken?

‘Mijn zoontje. Hij werd geboren toen ik 24 was. Ik heb mezelf toegesproken: je hebt nog zes jaar om je te bewijzen. Word een man. Niet meer spelen en testen en in situaties terechtkomen waarin je er niet meer kunt zijn voor je gezin. Ik vond het moeilijk om afstand te doen van de omgeving waarin ik zo lang had gezeten. Zo is de fotoreeks Societies ontstaan. Ik heb twee werelden bij elkaar gebracht door mijn eigen omgeving te gaan fotograferen. En dat is voor iedereen goed geweest. Want mijn oude vrienden zagen: er is veel meer mogelijk, als je echt iets wilt.’

Zoals exposeren in het Rijksmuseum.

‘Ik was er klaar voor. Honderd procent. En het museum was klaar voor nieuwe stemmen.’

Je bent een jaar door het land gereden om cafés te fotograferen. Wat heb je daardoor over Nederland geleerd?

‘Mijn blik op Nederland was niet zo open. Heel stereotiep dacht ik: Hollanders op klompen. Ik heb het afgelopen jaar zo veel verschillende mensen ontmoet. Sterke, grote mensen, die me hartelijk hebben ontvangen. Ik zeg altijd: er zijn drie werelden waarin ik leef als fotograaf. Ik in mijn eigen wereld. De ander in zijn wereld. En de wereld om ons tweeën heen. Ik stap naar binnen vanuit mijn wereld, de deur gaat op slot, en dan zijn we alleen in zijn wereld. Daarna moeten we samen weer naar buiten. En zijn we allebei een beetje anders geworden dan we daarvoor waren.’

Bij de ingang van de zaal wijst hij op een foto. Mijn familie, zegt hij. Ze zijn een tijd gebrouilleerd geweest. Het duurde vijftien jaar voor hij hen weer allemaal bij elkaar zag: zijn moeder, zus, oom, tante en de kleinkinderen. 

Je moest in het Rijksmuseum hangen voor ze geloofden dat jij je leven had gebeterd.

‘Dan weet je ook hoe bont ik het heb gemaakt.’

Document Nederland, vanaf 12 oktober, Rijksmuseum, Amsterdam.

Document Nederland

Sinds 1975 organiseert het Rijksmuseum jaarlijks de tentoonstelling Document Nederland. Daarvoor vraagt het museum een Nederlandse fotograaf een actueel maatschappelijk onderwerp in beeld te brengen. Eerdere edities werden gemaakt door onder anderen Hans Aarsman (kerken), Dana Lixenberg (burgemeesters) en Anoek Steketee (staatlozen).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.