Review

Thomas Quasthoff vond juiste stemmen bij poëzie Heinrich Heine

Moeiteloos vond Thomas Quasthoff de stemmen bij de verschillende personages uit de poëzie van Heinrich Heine. Bij anderen maakte de uitvergroting van emoties te vaak een gekunstelde indruk.

Thomas Quasthoff Beeld bernd brundert
Thomas QuasthoffBeeld bernd brundert

'Zu dem Wettgesange schreiten Minnesänger jetzt herbei.' Wie de vertaling van zo'n tekst niet paraat heeft, moest het in de Kleine Zaal van het Concertgebouw doen met de vertelkunst van Thomas Quasthoff. Met versnellingen en vertragingen, met een stem die blafte en een stem die zijn zoetste verleidingskunst op je losliet, weekte de voormalige sterbariton de dichtregels van Heinrich Heine los van het papier voor hem. Hij zat aan een tafel, alsof hij, net als twee carrières geleden, weer nieuwslezer was. En toch hoorde je in zijn timing, in zijn spanningsopbouw, in de wendbaarheid van zijn stem vooral de zanger Quasthoff.

Elk lied begint met een gedicht en het programma dat Quasthoff deelde met de bariton Florian Boesch en de pianist Justus Zeyen cirkelt om één hoofdpersoon: Heinrich Heine (1797-1856). Zijn gedichten waren de melk die componisten als Franz Schubert, Robert Schumann en Franz Liszt dronken toen hun eerste ideeën voor een lied ontstonden.

Florian Boesch en Justus Zeyen zochten in de muzikale weerslag van de gedichten een benadering die anders was dan die van Quasthoff. Ze hielden de intieme momenten mooi klein, maar pakten uit zodra ze daar kans toe zagen. Zelfs de eenvoudige minicyclus Der arme Peter, van Schumann, kreeg het af en toe zwaar te verduren. Het fortissimo van Florian Boesch kwam zonder enige inleiding en rolde als een lawine van rotsblokken over je heen. Ook Justus Zeyen liet zich gaan, in schrille pianotonen die te groot waren voor de akoestiek van de kamermuziekzaal.

Overgestileerd

Ihr Bild, van Schubert, werd een oefening in extremen. De droom over een verloren liefde begon ingetogen. Schubert laat de piano en de stem samenvallen in een frase die al doet vermoeden wat de dromer in zijn wakkere leven heeft ervaren. Het moment waarop de harde realiteit tot hem doordringt, 'Und ach, ich kann es nicht glauben, dass ich dich verloren hab', werd een rauwe wanhoopsschreeuw, fortissimo gezongen en fortissimo doorgevoerd in het naspel op de piano. Die uitvergroting van emoties maakte op te veel momenten een gekunstelde, overgestileerde indruk.

Gelukkig was daar telkens weer de spreekstem van Thomas Quasthoff. Uit de collectie gedichten van Heine had hij vooral gekozen voor de ballade. Niet toevallig is het een genre dat hij als zanger al graag op zijn programma zette. Moeiteloos vond hij de stemmen bij de verschillende personages die Heine opvoert. Ook zonder boventiteling liet hij je voelen hoe het er in zijn geheimzinnige wereld van sfinxen en bange bruiden aan toeging.

Quasthoff. Heine, Schumann, Schubert, Liszt. Thomas Quasthoff, Florian Boesch, Justus Zeyen. 23/2, Amsterdam, Concertgebouw

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden