Thomas Acda over Woody Allen: 'Hij lacht zichzélf uit'

Een nieuwe film en een omvangrijk retrospectief: in Nederland is dit de zomer van Woody Allen. In V Zomer Magazine duiden professionals zijn genialiteit. Thomas Acda over Allen de komiek.

Beeld ANP

'Woody Allen was stand-upcomedian voordat hij de filmwereld indook; mijn vader had een grammofoonplaat met enkele van zijn optredens. Die had ik al grijsgedraaid voor ik de films leerde kennen. De klassieke grap uit Annie Hall (1977), dat zijn ouderlijk huis onder een achtbaan lag, komt uit een oude act van hem. In de jaren zestig probeerde hij als stand-upper carrière te maken, maar niemand vond het grappig wat hij deed. Tot-ie een keer struikelde bij zijn entree en iedereen in lachen uitbarstte. Daardoor besefte hij dat de mensen hem misschien alleen maar komisch vonden als hij het mislukkende mannetje speelde.

'Daarin zit ook de kern van Allens humor. Zijn grappen gaan nooit ten koste van een ander, altijd ten koste van hemzelf. Anderen belachelijk maken, is makkelijk: mensen zijn dun of dik, lang of kaal, er valt altijd wel iets te vinden. Allens genie is dat hij met zijn eigen verschijning de draak steekt op een manier die aanstekelijk en herkenbaar is. Dat zie je al terug in de eerste film waarin hij speelde, het niet door hem geregisseerde maar wel geschreven What's New, Pussycat (1965). 'Ik help in een stripteasetent de meisjes bij het aan- en uitkleden', zegt-ie als Peter O' Toole naar zijn beroep vraagt. 'Twintig dollar per week.' Da's niet veel, vindt O'Toole. Waarop Woody zegt: 'Méér kan ik niet betalen.' Van dat soort grappen word ik heel gelukkig.

Thomas Acda (De Rijp, 1967) is cabaretier, zanger en acteur en vormde tot 2014 met Paul de Munnik cabaret- en zangduo Acda en De Munnik. Hij was ook te zien in films als In Oranje (2004) en Alles is liefde (2007). In de tv-serie Jeuk speelt hij zijn eigen alter ego Thomas. Volgend jaar verschijnt zijn regiedebuut: de komedie Fake.

Allens eerste echte film

'In Take the Money and Run (1965), zijn eerste echte film, is Allen de volbloed schlemiel. Hij speelt de volkomen talentloze crimineel Virgil, die niet eens fatsoenlijk een bank kan overvallen: niemand van het personeel kan zijn dreigbriefje ontcijferen. Op een gegeven moment staan ze in tientallen om hem heen te discussiëren wat er nou staat: 'gun' of 'gub'. Die scène gaat maar door, hoogst geestig.

'De film zit ook vol briljante visuele gags. Dat-ie in de gevangenis uit zeepblokken een neppistool in elkaar knutselt, bijvoorbeeld, of experimentele drugs slikt en prompt in een rabbi verandert. Of dat-ie als cellist meedoet in een optocht van de fanfare, maar de band niet kan bijhouden, omdat hij steeds weer op zijn stoel gaat zitten. Geslaagd is ook de vorm: Virgils geschiedenis wordt verteld als een nepdocumentaire, met een ronkende commentaarstem van Virgils ouders, die voor de camera hun verhaal doen, maar niet herkend willen worden. Dus dragen ze idiote Groucho Marx-maskers. Kostelijk.

Kluchtig

'Take the Money and Run heeft een heerlijk tempo en is veel kluchtiger dan de komedies die Allen later zou maken. Er is ook nog niet het magisch realisme, dat me trouwens ook erg aan zijn films bevalt. Owen Wilson, die in Midnight in Paris (2011) heen en weer loopt tussen heden en verleden. Of Mia Farrow, die in The Purple Rose of Cairo (1985) in de bioscoop opeens wordt aangekeken door haar favoriete filmpersonage, dat vervolgens ook nog eens uit het doek de zaal in stapt. Allen weigert uit te leggen hoe zoiets mogelijk is; dat vind ik inspirerend.

'Momenteel werk ik aan mijn eerste film als regisseur: Fake, een romantische komedie over kunstrovers. Ik heb er een kleine hommage aan Allen in verwerkt. In een van de scènes staat Nasrdin Dchar voor de deur van Sanne Langelaar, midden in de regen en met een enorme koffer naast zich. Zij hangt uit het raam en hij roept dat ze die koffer voor hem de trap moet opslepen. Dat gaat haar nooit lukken, denkt Nasrdin en de kijker met hem, en vervolgens zie je haar tot je verbazing zo die koffer de kamer inkiepen en is ze helemaal niet natgeregend. Sommige mensen op de set vonden dat ik moest uitleggen hoe ze die koffer krijgt opgetild én ondanks die keiharde regen droog blijft, maar dat hoeft niet. Juist niet. Dat is de grap. En het zou zomaar een grap van Allen kunnen zijn. Ik weet zeker dat hij dit ook precies zo zou kunnen doen, omdat het zonder uitleg veel komischer is.'

De komedies van Woody Allen: Eye, Amsterdam (t/m 9/9) en Filmhuis Den Haag (t/m 16/8). Op maandag in Amsterdam met korting, zie volkskrant.nl/inclusief.

Beeld AP
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden