Recensie Opera

Theo Loevendie brengt Spinoza op spannende wijze tot leven in zijn nieuwe, meertalige opera

Loevendie maakt opera over het leven van Spinoza

Theo Loevendie Beeld Geen

Deze week verscheen de autobiografie van Theo Loevendie (87) en bovendien is er de cd-opname van The Rise of Spinoza, de opera waarin de componist ook elementen uit zijn eigen leven laat meetrillen.

The Rise of Spinoza

Klassiek

Door: Theo Loevendie

Attacca

De cd is een live-registratie van de première die in 2014 klonk in de Zaterdagmatinee. Aan de uitvoering is allesbehalve te horen dat het om een eerste keer gaat. Markus Stenz dirigeert het Radio Filharmonisch Orkest en het Groot Omroepkoor in vier levendige scènes. Meteen is het spannend. Spinoza (1632-1677) en rabbijn Monteira, zijn leermeester, ontmoeten elkaar op de markt. Hun stemmen schurken dissonant tegen elkaar – je zit midden in het conflict tussen de gevestigde geleerde en de jongeman. Koorleden roepen alsof ze in het echt hun waar staan aan te prijzen.

Lenzenslijper

Het leven van Spinoza levert alle ingrediënten voor een opera: roem, de strijd om in vrijheid te mogen denken en schrijven wat hij wil, uitsluiting uit de vertrouwde joodse gemeenschap en zelfs uit het gezin waarin hij opgroeide. Uiteindelijk wijkt hij uit naar Rijnsburg, Voorburg en Den Haag en wordt hij lenzenslijper om in zijn onderhoud te voorzien.

Loevendie, die zelf het libretto voor zijn opera schreef, situeert het verhaal in 1656, het jaar waarin Spinoza werd verbannen door de rabbijn die hem ooit als zijn opvolger zag. De componist heeft er een meertalig werk van gemaakt, niet alleen letterlijk maar ook muzikaal. Meestal zingt Tim Mead, de countertenor die de rol van Spinoza vertolkt, reciterend, in goed verstaanbaar Engels. Volkse samenscholingen klinken in het Nederlands.

En dan is er ineens de blokfluit van Erik Bosgraaf. Hij speelt de rol van de blinde Utrechtse blokfluiter Jacob van Eyck, maar je zou zijn vrij improviserende melodielijnen ook kunnen zien als een innerlijke stem van Spinoza, of als de stem van de jazzsaxofonist en improvisator Theo Loevendie. Bosgraaf roept met zijn instrument een voorbije tijd op, zeker als hij ook nog een oude melodie van Van Eyck inzet. Maar er is meer. In de context van een symfonieorkest wordt de blokfluit door zijn andersoortige klankkleur op slag een eenling, een zonderling die een andere taal spreekt dan de stemmen in het grote orkestgewoel.

Tegenstellingen

In de laatste scène blikt Loevendie vooruit naar de grote werken van Spinoza, waarin hij pleit voor een democratisch georganiseerde samenleving waarin je in vrijheid alles mag denken en schrijven, zelfs als je beweert dat God gelijk is aan de natuur. Dat levert lange lappen tekst op die passen bij een denker wiens instrument de taal is, maar het maakt dat de opera op die plaatsen het karakter krijgt van een oratorium.

Daartegenover staan de dramatisch fraai uitgewerkte tegenstellingen tussen de solostemmen. Meads countertenor schittert jong en onbevangen  boven de stemmen van zijn leermeester François van den Enden (Marcel Reijans, tenor) en rabbijn Morteira (Huub Claessens, bas-bariton). Een rijke zangpartij is er ook voor Clara, de dochter van Van den Enden, die Spinoza waarschijnlijk heimelijk heeft lief gehad. Haar noten zijn, heel toepasselijk, onbereikbaar hoog. De Belgische sopraan Katrien Baerts zingt ze met een jonge, krachtige stem.

En Theo Loevendie, hij schrijft voort. Over een jaar of twee staat er een nieuwe opera op het programma. Het zou geweldig zijn als hij ook dit nieuwe project kan voltooien.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.