Theo de Feyter, tekenaar van Syrië in puin

Voor het eerst sinds de oorlog keert hij terug

Archeoloog en tekenaar Theo de Feyter keerde voor het eerst sinds de oorlog terug naar Syrië, om met zijn tekeningen verslag te doen van de steden in puin.

De gouache die Theo de Feyter (69) in het voorjaar van 2011 op het dakterras van een Syrische vriend maakte.

Zij is haast té symbolisch: de gouache die Theo de Feyter (69) in het voorjaar van 2011 op het dakterras van een Syrische vriend maakte. Daarop zien we de skyline van Damascus, gevels, antennes; daarboven, het beeld binnendrijvend van links, een dreigende onweerslucht. In retrospectief is het moeilijk in die lucht géén voorteken te zien van de bloedige burgeroorlog die weldra zou uitbreken. Een oorlog, ook, die De Feyter verhinderde het land de jaren erna te bezoeken.

Tot afgelopen maart. Toen namen hij en een Syrische vriendin het initiatief met een gezelschap van fotografen, filmmakers en schrijvende pers naar Syrië af te reizen. Daar bezocht de kunstenaar, embedded bij het regime-Assad, de steden Damascus, Aleppo en Homs en maakte hij tekeningen en gouaches van in puin liggende straten en wanhopige burgers.

Deze tekeningen zijn nu te zien met werk van vóór de burgeroorlog en zijn voorzien van tekstueel commentaar, in een fraaie publicatie: Mensen en ruïnes. Enkele werken uit dat boekje, plus wat oudere Syrië-gouaches, zijn tevens geselecteerd voor On the Spot, een tentoonstelling over ter plekke gemaakte kunst in Museum Belvédère in Oranjewoud, Friesland.

De Feyter houdt al sinds de jaren tachtig atelier op de bovenverdieping van een voormalig basisschooltje in de Amsterdamse wijk Osdorp. Hij pikt me op bij de tramhalte; een rijzige, kort gekapte eind-zestiger achter wiens schijnbaar aardse manier van doen een gevoelige geest schuilgaat. Een navenante angst om niet helemaal goed begrepen te worden ook, zo blijkt. 'Wanneer ik schilder en schrijf', zegt hij tijdens het gesprek, 'ben ik voortvarend. Daarna begint het gepieker.'

Tekst gaat verder onder de afbeelding.

Theo de Feyter Beeld Foto: Gijsbert Hanekroot

On the Spot, Museum Belvédère, Oranjewoud, t/m 17/9.

Theo de Feyter: Mensen en ruïnes, Syrië Revisited. Uitgeverij Bulaaq; euro 15.

Damascus.

Onnodig. Theo de Feyter is the real deal: een goede schilder. Zijn specialiteit is het landschap in de breedste zin van het woord: duinen, rivieroevers, alsook binnensteden en snelwegen en industrieterreinen; werken die onmiskenbaar getuigen van visuele doortastendheid. Voor elke boom, schaduw of parkbank heeft De Feyter gezocht naar de vitaalste vertaling naar het papier, en dat zie je eraan af: de werken zingen. De tekeningen uit de recente Syrië-reeks, echter, zijn schetsmatiger.

De reis was geen impulsieve actie. Sinds hij er als student archeologie in de jaren tachtig kwam om deel te nemen aan allerhande opgravingen, heeft De Feyter een sterke band met het getergde land. Hij organiseerde er reizen, heeft er een grote vrienden- en kennissenkring, schreef er boeken over. En hij schilderde het eindeloos: het Kouwatli-park in Aleppo, de ruïnes van Palmyra compleet met coca-cola-parasols, wc-bewegwijzering en andere vignetten van de lokale middenstand.

De grondhouding van waaruit hij Syrië begon te schilderen, vertelt hij, was dezelfde als die van waaruit hij altijd begint: onbegrip. 'Toen ik er voor het eerst kwam, voelde ik me sociaal gezien een analfabeet. Als ik in Nederland iemand de weg zie oversteken, kan ik gissen waar hij naartoe gaat; je kunt iemand tot op zekere hoogte lezen. In Syrië kon ik dat niet. Zag ik iemand uit de woestijn komen, dan had ik geen idee waar hij vandaan kwam. Door te schilderen, ging ik dingen beter zien en begrijpen. Het was een manier om grip te krijgen op het land.'

Bestaat er een verschil tussen schilderen in Syrië en schilderen in Nederland?

'Minder dan je zou denken. Syrië is warmer en drukker, daar houdt het wel zo'n beetje op. De manier waarop mensen op je reageren, is nagenoeg identiek. Zowel in Damascus als in Amsterdam vereenzelvigen mensen zich met hun buurt en wijzen ze me op details die ik heb gemist; op beide plekken verbazen ze zich over wat ik schilder. In Syrië vragen de voorbijgangers: waarom schilder je die mooie, oude moskee verderop niet? In Amsterdam vragen ze: waarom schilder je de grachtengordel niet? Ik wil geen geïdealiseerd verleden schilderen. Ik wil de wereld schilderen zoals hij is.'

Zijn laatste reeks is inderdaad het tegenovergestelde van pittoresk. Reizend door het gebarricadeerde land tekende hij burgers, overheidsfunctionarissen en stadstaferelen: een motorfiets in een verlaten winkelstraat; een parkeerterrein met wegversperringen in de regen, weggeslagen gevels, veel weggeslagen gevels. De tekeningen - raak, onopgesmukt, getuigend van veel gevoel voor schaal en verhouding - gaan vergezeld van korte notities ('teruggekeerde ontheemden', 'dingen vallen naar beneden'). Een kroniek van een kapot land.

Teruggekeerde ontheemden.

Zijn zulke verwoeste steden voor u als tekenaar visueel interessant?

'Het klinkt ontzettend cru, maar dat zijn ze zeker wel. Het heeft iets decormatigs, iets van een filmset. Vooral in Homs viel me dat op. Gevels zonder huizen, schoongeveegde weggetjes tussen hopen van puin, geen mensen: een decor.

'Naarmate ik de steden langer bekeek, begon ik ze ook steeds scherper waar te nemen. Neem de ruïnes. Aanvankelijk zien die er allemaal hetzelfde uit. Na een tijdje ga je typen onderscheiden. De tot bergen puin vermorzelde oude gebouwen, bijvoorbeeld, zijn anders dan de op ingezakte tenten lijkende gebouwen van beton.' Minzaam: 'Je hoort: ik ben een connaisseur geworden op het gebied van ruïnes.'

Tekst gaat verder onder de afbeelding.

Barricade in Shaar.

U was embedded bij het regime-Assad. Kon u vrij werken?

'Jawel. Als tekenaar profiteer je van het feit dat je volstrekt niet serieus wordt genomen. In Homs wilde ik bijvoorbeeld een op wacht staande regeringssoldaat tekenen. Dat was geen probleem. Die man voelde zich zelfs gevleid, maakte foto's met zijn mobieltje van mijn portret en liet me foto's van zijn dochtertje zien. Toen onze fotograaf vervolgens een foto van diezelfde soldaat wilde maken, werd hij tegen gehouden. Fotografen worden zeer gewantrouwd door soldaten. Tekenaars, daarentegen, vindt men schattig.'

Foto's van de burgeroorlog zijn er in overvloed. Wat voegen uw tekeningen daar aan toe?

'Het is allereerst een andere techniek. Een tekening ziet er anders uit dan een foto: vriendelijker, uitnodigender. Er is meer weggelaten en daardoor ook meer ruimte voor eigen invulling. Een realistische foto roept naast ontzetting ook steeds dezelfde vraag op: zou ik zelf in deze omstandigheden kunnen overleven? Het antwoord daarop luidt vaak: nee, dat zou ik niet kunnen. Vraagt men zich hetzelfde bij een tekening af, dan luidt het antwoord eerder: ja, dat kan ik. De tekenaar profiteert van een zekere fotomoeheid, en misschien zelfs oorlogsmoeheid. De kijker wil zich immers maar zó vaak voorstellen dat men in een bepaalde situatie zelf niet zou overleven.'

Tijdens uw verblijf waren er regelmatig zelfmoordaanslagen. Beïnvloedde dat uw werk?

'Amper. Wanneer ik teken of schilder, ga ik daar volledig in op. Zo gaat het altijd bij mij. Ik herinner me dat ik een keer in Raqqa een rivieroever stond te schilderen toen er vanuit een flat in de achterbuurt een steen op mijn voet werd gegooid. Was-ie op mijn hoofd geland, dan had ik het waarschijnlijk niet overleefd. Toch denk ik op zo'n moment niet: ik pak mijn boeltje maar bij elkaar. Ik denk: verdorie, ik sta hier een schilderij te maken en nu word ik opgehouden. Pas later, wanneer de roes van het maken is verdwenen, denk ik: ai, dat was eigenlijk best gevaarlijk.'

Visum

Theo de Feyter probeerde eerder een journalistenvisum voor Syrië te bemachtigen. Vruchteloos. Waarom denkt hij dat hij nu wel het land werd binnengelaten? Theo de Feyter: 'Het kwam wellicht doordat we in groepsverband reisden, maar vooral toch door de val van Aleppo. Sindsdien verkeert het regime-Assad in een overwinningsstemming. Propaganda bedrijven is weer interessant. Het regime wil tonen dat men de zaken onder controle begint te krijgen.'

U maakte onder meer tekeningen van Syrische burgers die in de rij staan voor brood. In hoeverre voelt u zich op zo'n moment bezwaard over uw geprivilegieerde positie?

'Soms was dat wel heikel, inderdaad. En toch wilde ik tekenen. Ik tekende door mijn schaamte heen. Dat werd vergemakkelijkt door de aangename manier waarop de mensen me ter plaatse tegemoet traden. Met agressie heb ik amper te maken gehad. Niemand sloeg mij m'n tekenblok uit handen. Integendeel: men was juist uitzonderlijk gastvrij. Ik was nog niet aan mijn eerste tekening begonnen of uit de puinhopen verscheen een man met een schaaltje met stukjes appel en ander gesneden fruit. Wellicht was mijn aanwezigheid voor sommige mensen een eerste teken dat het normale leven zijn loop weer begon te nemen. Zo van: kijk, de tekenaars zijn terug.'

Theo de Feyter tekent een Syrische soldaat. Beeld Foto: Gijsbert Hanekroot

U werkt in de traditie van de war artist, een traditie die - Arnon Grunbergs reportages naar Afghanistan daargelaten - in Nederland zo goed als verdwenen lijkt.

'Er is een aantal graphic novelists dat dergelijk werk maakt. Maar: wat is een war artist? Bij die term denk ik aan de officiële Britse war artists tijdens de Eerste Wereldoorlog. Tekenaars en schilders die aan het front dienden en die, waar nodig, soms zelfs charges opnieuw lieten uitvoeren. Dat staat ver af van wat ik doe. Ik stond niet aan het front te tekenen. Ik zag geen oprukkende tanks.

'Niet het geweld, maar de nasleep ervan wilde ik vastleggen. Zo'n motief als de verwoeste stad boeit mij. Waar bestaat ze uit? Ruïnes dus. Mensen die de draad weer oppakken. Mensen die, zoals het personeel in luxe hotels, doen alsof er geen burgeroorlog gaande is. Zulke motieven verzamel ik.'

Soldaat in Baba Amr.

Als Defensie ooit een heropbouw-missie begint, mogen ze u bellen?

'Absoluut.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.